door Bart Wallet
De inkt van het crisisakkoord was nog niet droog of gretig begonnen diverse spelers het succes ervan al op te eisen. Vakbondsvrouw Agnes Jongerius, die zich al de meest invloedrijke vrouw van Nederland mocht noemen, kraaide victorie zodra ze een voet buiten het Catshuis zette. De media reageerde prompt; 'premier Jongerius' was geboren.
Zij is echter niet de enige die probeert garen te spinnen bij de hele kredietcrisis. PvdA-leider en minister van Financiën, Wouter Bos, is al langer in beeld als 'redder des vaderlands', door de overnames en kapitaalinjecties in de grote Nederlandse banken. Ook rond het crisisakkoord deed hij weer zijn best om als strenge, doch sociale beheerder van 's rijks financiën naar voren te treden.
Balkenende kon daarbij niet achterblijven. De traditionele CDA-tactiek om bij riskante onderwerpen de ministers van andere partijen de kastanjes uit het vuur te laten halen zonder dat het CDA het achterste van z'n tong laat zien, begon zich tegen de partij te keren. Balkenende werd onzichtbaar, Bos werd genoemd als de echte premier van het land. Prompt ging Balkenende, op licht verongelijkte toon, verhaal halen en breed uitmeten hoe belangrijk zijn bijdrage in de bestrijding van de kredietcrisis wel niet was.
Terwijl Balkenende, Bos en Jongerius om het hardst het leiderschap in crisistijd voor zich opeisen, blijft één speler opmerkelijk op de achtergrond: de juniorpartner in de coalitie, ChristenUnie-leider André Rouvoet. Tegelijkertijd wordt uit de spaarzame berichten over de onderhandelingen duidelijk hoezeer Rouvoet en zijn partij een cruciale rol hebben gespeeld. Wat is hier aan de hand?
Bijzonder
De positie die de ChristenUnie in de coalitie inneemt, is een bijzondere. Het is de kleinste partij, met slechts zes zetels. Tegelijkertijd is ze met het overgrote deel van haar programma het natuurlijke midden tussen de beide andere coalitiepartijen, CDA en PvdA. Dit is het geval met thema's als sociaal-economisch beleid, integratie en ontwikkelingssamenwerking. Hierdoor kon de ChristenUnie, toen het kabinet de twee jaar had volgemaakt, zonder moeite een 'zegeningenlijstje' produceren.
Die middenpositie van de ChristenUnie heeft echter een paradoxaal effect. De partij kan hierdoor niet alleen allerlei programmapunten verzilveren, maar is tegelijkertijd nodig als accolade om de beide andere partijen bijeen te houden. Ze is de aangewezen bemiddelaar tussen CDA en PvdA, de natuurlijke architect van de noodzakelijke compromissen. Dat bleek ook tijdens de crisisbesprekingen weer: de inzet van de ChristenUnie bij aanvang van het overleg bleek nauwelijks af te wijken van het eindresultaat.
Vacuüm
De situatie die hierdoor ontstaat, is op z'n minst curieus te noemen. De kleinste partij van de coalitie trekt de grootste schoenen aan: ze gaat zich verantwoordelijk voelen voor de regering als geheel. Gewoonlijk is dat een taak van de premier. Balkenende heeft echter op beslissende momenten moeite om niet CDA-leider, maar premier van alle Nederlanders te zijn. Zonder aarzelen nam hij zijn CDA-collega Donner tegen de PvdA in bescherming, waardoor hij zijn bemiddelende rol als premier prijsgaf. Anderzijds neemt hij het nooit royaal op voor een PvdA- of ChristenUnie-bewindsman die onder vuur ligt.
In dat vacuüm is nu de ChristenUnie terechtgekomen. Terwijl CDA en PvdA af en toe uit de school klappen om hun eigen punten in de media te maken, blijft de ChristenUnie consequent inzetten op het gezamenlijke regeringsbeleid. Proefballonnetjes en dissidente geluiden zijn de ChristenUnie vreemd.
Die paradoxale middenpositie geeft de ChristenUnie vervolgens echter ook weinig armslag op voor haar achterban aangelegen terreinen, zoals de medisch-ethische dossiers. Dat is een van de weinige thema's waarbij de ChristenUnie geen middenpositie inneemt. De verantwoordelijkheid die de ChristenUnie op zich heeft genomen voor de coalitie zorgt ervoor dat ze juist op deze punten weinig kan bereiken.
Vergelijk het met de juniorpartner in het vorige kabinet, D66. Die koos niet voor een middenpositie, maar ging haar eigen gang. Hierdoor wist D66 op papier veel te bereiken, maar riskeerde ze in de praktijk voortdurend de eenheid binnen het kabinet. De andere coalitiepartners zagen zich genoodzaakt om compromissen te sluiten om D66 binnenboord te houden.
Dreigen
De ChristenUnie kan het D66-spel van dreigen en vervolgens onderhandelen niet herhalen. Dat past niet bij haar gouvernementele instelling, maar ook niet bij de cruciale bindende positie in de coalitie. Dan zou ze te veel riskeren.
Op de typische ChristenUniedossiers kan ze slechts succes boeken als de beide andere partners de partij af en toe iets gunnen - als dank voor loyaliteit.
Het is op dit punt dat het misgaat. De PvdA werpt zich graag op als de beschermer van progressieve waarden in de coalitie en geeft de ChristenUnie daarom weinig cadeau. Het CDA op haar beurt ziet de ChristenUnie als een electorale bedreiging en is daarom al even onverbiddelijk. De embryokwestie maakte duidelijk dat het CDA de ChristenUnie liever alleen liet modderen, dan te hulp te schieten.
CDA en PvdA hebben de ChristenUnie echter nodig om niet alleen een meerderheid in het parlement te behalen, maar ook de eigen tegenstellingen te overbruggen. De kleinste van de drie, heeft zo de grootste taak gekregen. Als er iemand schaduwpremier is in dit land, dan is het niet Jongerius of Bos, maar Rouvoet.
Drs. B. Wallet is als onderzoeker verbonden aan de vakgroep Hebreeuws, Aramees en joodse studies van de Universiteit van Amsterdam en doceert tevens joodse geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Leuven.
Ned.Dagblad 06-04-09






