Ruslands bekendste dissident, Aleksandr Solzjenitsyn, is op 89-jarige leeftijd overleden. Solzjenitsyn werd wereldberoemd met De Goelagarchipel, een 1.844 bladzijden tellend werk over de strafkampen, waar hij zelf na de Tweede Wereldoorlog in belandde.
Hij beschreef de kampen als een onzichtbaar eilandenrijk dat zich over de hele Sovjet-Unie uitstrekte en miljoenen inwoners telde. Eerder had hij al in 'Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj' over de goelag geschreven.
Toen de KGB in 1974 deel één van het manuscript van De Goelagarchipel vond, werd Solzjenitsyn gedeporteerd naar West-Berlijn. Via Zwitserland kwam Solzjenitsyn in 1976 uiteindelijk in de Amerikaanse staat Vermont terecht, waar hij als een soort kluizenaar leefde.
Onder partijleider Michail Gorbatsjov ontspande de situatie in de Sovjet-Unie zich: vanaf 1989 mochten er weer werken van Solzjenitsyn verschijnen en de schrijver kreeg in 1990 het staatsburgerschap terug. Vier jaar later, na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, keerde hij naar Rusland terug.
De laatste jaren deed de antiwesterse en orthodoxe slavofiel steeds nationalistischer uitlatingen, met onder meer loftuitingen aan het adres van de Russische president Poetin, omdat „die Rusland weer sterk maakte”.
Verleden jaar ontving Solzjenitsyn een medaille van Poetin, een van de bekendste oud-medewerkers van de KGB, de geheime dienst die Solzjenitsyn ooit vervolgde. Poetin bezocht Solzjenitsyn, die wegens zijn zwakke gezondheid niet bij de officiële uitreiking kon zijn, in zijn woning in Moskou. De schrijver overleed volgens onbevestigde berichten aan een hersenbloeding.
Trouw 04-08-08






