door onze correspondent Gineke Mons
HARARE - Het aantal Zimbabwanen dat voedselhulp nodig heeft van het VN-Voedselprogramma is in februari gestegen tot 5,1 miljoen. Dit is het grootste aantal in één maand sinds de crisis begon in 2002.
In januari hielp de organisatie nog 4,3 miljoen mensen. Om meer mensen te kunnen helpen, zijn de porties voedselhulp drastisch teruggebracht: van twaalf naar vijf kilo granen per persoon per maand.
De Britse krant The Zimbabwean publiceerde gisteren de jongste Zimbabwe-cijfers van het VN-Voedselprogramma (WFP). Volgens de organisatie is de voedselsituatie in Zimbabwe harder achteruitgegaan dan verwacht. Dit komt door het verder ineenstorten van de economie, het tekort aan contant geld in Zimbabwe en ook doordat de regering minder voedsel heeft geïmporteerd dan verwacht, aldus het Wereldvoedselprogramma.
Hoewel de organisatie de toestand kritiek noemt, is er volgens het WFP nog geen sprake van een officiële hongersnood. Mensen sterven nog niet massaal van de honger en er is ook nog geen grote vluchtelingenstroom op gang gekomen. Februari en maart zijn wel de twee schraalste, moeilijkste maanden van het jaar. De voedselvoorraden van vorig jaar zijn uitgeput en er wordt op z'n vroegst pas in april weer geoogst.
Met de gereduceerde rantsoenen kunnen nu 5,1 miljoen mensen worden geholpen om de periode tot april door te komen. Zij zijn daardoor wel extra kwetsbaar en meer vatbaar voor ziektes, aldus het Wereldvoedselprogramma. Dat ondersteunt ook twintigduizend cholerapatiënten. Een dagelijkse portie van 400 gram granen, 100 gram bonen en 20 gram plantaardige olie helpt hen om sneller op te knappen.
Wanhoop
Een recente peiling van de organisatie wees uit dat bijna één op de vijf huishoudens - inclusief de mensen die voedselhulp krijgen - de laatste drie maanden bezittingen heeft verkocht, voornamelijk om eten te kunnen kopen. Twaalf procent van de huishoudens had de dag voor de peiling niet gegeten.
In de zwaarst getroffen gemeenschappen vullen mensen hun gereduceerde porties granen uit wanhoop zelfs aan met boomschors en zand. Het WFP verwacht dat mensen daar binnenkort uit nood ook groene, onrijpe maïskolven gaan plukken, waardoor de uiteindelijke maïsoogst nog kleiner wordt.
C-SAFE, een groep van drie Amerikaanse non-gouvernementele organisaties, helpt ook nog eens 1,8 miljoen hongerigen in Zimbabwe. Het totale aantal mensen dat voedselhulp ontvangt, komt daarmee op ongeveer zeven miljoen in februari en maart. Algemeen wordt aangenomen dat ongeveer drie miljoen Zimbabwanen de laatste jaren zijn vertrokken naar buurlanden als Zuid-Afrika en Botswana. Dat betekent dat 77 procent van de resterende negen miljoen mensen nu aangewezen is op voedselhulp.
Donors zijn wel gul geweest voor het WFP in Zimbabwe, stelt de organisatie. Voor de operaties in 2008 en 2009 is meer dan 240 miljoen US dollar ontvangen
Ned.Dagblad 26-02-09






