door onze redacteur Piet H. de Jong
De oppositie in de Tweede Kamer verwijt minister Rouvoet te talmen in de aanpak van de wachtlijsten. De bewindsman op zijn beurt wijst op de daling die is ingezet en bijt van zich af.
DEN HAAG - Nee, Rita Verdonk was zelf niet bij het debat over de wachtlijsten in de jeugdzorg. Wel had ze de tijd om samen met Tofik Dibi (GroenLinks) een opinieartikel voor
de Volkskrant
te schrijven over hetzelfde onderwerp onder de prikkelende kop: 'Laat onze kinderen niet in de kou staan, Rouvoet'.
Of het nu aan dat artikel lag of niet, minister André Rouvoet (Jeugd en Gezin) was erdoor geprikkeld en beet in het debat over de wachtlijsten fel van zich af. Dibi sprak de minister aan op zijn geloof. Als Kamerlid verwacht Dibi geen wonder van boven, hij wil een bewindsman die zelf handelt. Dat was voor Rouvoet een inkoppertje. ,,Ik wacht ook niet op een Godswonder, ik ben opgegroeid in de traditie van bid en werk.''
Wat dat werken betreft, had de minister een beetje goed nieuws te melden. Terwijl de vraag naar allerlei vormen van jeugdzorg almaar groeit, is bij de wachtlijsten de lijn naar beneden ingezet. Dat geldt de wachtlijsten in de provinciaal aangestuurde jeugdzorg en nog meer bij de wachtenden bij het Advies- en meldpunt voor kindermishandeling. ,,Een kentering ten goede'', wilde Rouvoet met nadruk vaststellen. Het betekent volgens hem dat de verbeterplannen en het extra geld dat er voor de jeugdzorg beschikbaar is gesteld vruchten afwerpt.
In oktober had Dibi nog gevraagd om een daling, herinnerde Rouvoet het Tweede Kamerlid aan zijn eigen woorden. Nu had de GroenLinkser zijn 'afrekendoelstelling' verlegd naar een ander ijkpunt.
Vanuit de oppositie, van GroenLinks via PVV tot VVD, klonk er ook kritiek op de bureaucratie in de jeugdzorg. Voor D66 is het opzetten van de Centra voor Jeugd en Gezin het verder optuigen van die bureaucratie. Rouvoet reageerde getergd op dat verwijt. Hij verwees naar het pas door hem geopende Centrum voor Jeugd en Gezin in het Haagse Laakkwartier. ,,Niks geen bureaucratische moloch, maar binnen een laagdrempelig gebouw tal van voorzieningen waar de professionals snel met elkaar kunnen overleggen en directe doorverwijzing naar het juiste loket mogelijk is.''
De oppositie dreigde met een parlementair onderzoek (GroenLinks), eiste een noodplan (SP, VVD) of gaf een laatste waarschuwing (D66, PVV) aan de minister. De minister koos voor de aanval en verweet deze Kamerleden dat ze met hun vragen om onderzoekjes bijdragen aan de zo door hen verafschuwde bureaucratie. Hij voegde er wel aan toe dat hij natuurlijk niet over de agenda van de Kamer gaat. Rouvoet had nog een troef. Het eigen onderzoeksbureautje van de Kamer had aangegeven dat er genoeg cijfers bekend zijn en dat er nu met de 'verbeterpunten' aan de slag gegaan moet worden.
Meerwaarde
Ondertussen zijn de wachtlijsten er nog steeds. André Rouvoet wil zijn meerwaarde als eerste minister op het departement voor Jeugd en Gezin bewijzen door dat structureel aan te pakken. In plaats van incidentele financiële injecties wordt gewerkt aan een nieuwe financiële systematiek die volgend jaar ingaat. Een regeling die tegemoet komt aan de sterk toegenomen vraag naar jeugdzorg.
Interim-managers
Rouvoet zei gisteren geschrokken te zijn van de hoge bedragen die interim-managers in de jeugdzorg in hun zak steken. In overleg met de Tweede Kamer zei de minister gisteren aan de provincies, die verantwoordelijk zijn voor de jeugdzorg, te vragen of er geen andere oplossingen zijn dan heel dure interim-managers.
In de Tweede Kamer ontstond opschudding toen bleek dat deze tussenpausen in de jeugdzorg soms wel 20.000 tot 30.000 euro per maand opstrijken. In antwoord op Kamervragen stelt Rouvoet dat interim-managers in de jeugdzorg niet per se taboe zijn. Voor het vaste personeel bij Bureau Jeugdzorg moet de Balkenende-norm (170.000 euro) gaan gelden als maximumloon, maar dit geldt niet voor interim-managers.
De Kamer wilde ook opheldering over afkoopsommen die het Bureau Jeugdzorg Amsterdam de laatste jaren zou hebben betaald. Rouvoet antwoordt dat de afgelopen negen jaar negen mensen in totaal 825.000 euro hebben ontvangen bij hun vertrek.
Ned.Dagblad 27-06-08






