DEN HAAG – Niet de informateur, niet het CDA, maar de PVV kreeg in het Kamerdebat van dinsdag de schuld van het afserveren van een rechtse coalitie. Verrassend genoeg speelde ook VVD-leider Rutte de zwartepiet toe aan Wilders.
Dat hij de eerste spreker was, bood hem de gelegenheid weer ouderwets de aanval te openen. „De elitekliek aan het Binnenhof heeft er geen enkele moeite mee 1,5 miljoen kiezers buiten te sluiten”, zo vatte Wilders het formatieverloop bondig samen. „Er is geen seconde onderhandeld met de grote winnaar van deze verkiezingen, de PVV. Door de krankzinnige voorwaarde die het CDA stelde, is rondom de PVV-kiezers een cordon sanitaire gelegd. We zijn behandeld als paria's, als melaatsen.”
Formeel was het een debat met informateur Rosenthal, bedoeld voor inlichtingen over de formatie. In werkelijkheid werd het een gevecht tussen de diverse partijen, met als inzet de beeldvorming over de tot nu toe gevoerde machtsstrijd.
De eerste die de tegenaanval opende was, natuurlijk, Pechtold (D66). Wát cordon sanitaire? „U wentelt zich graag in martelaarschap. Maar als u echt een rechts kabinet wilt, zoals u steeds beweert, dan komt dat er. Het enige wat u hoeft te doen, is een gesprek beginnen met de VVD.” En Halsema (GL) deed daar nog een schepje bovenop: „Zijn uw kiezers de dupe van CDA en VVD of van u?”
De grote verrassing van het debat zat echter in de insteek van Rutte. Die bekende dat híj twee weken geleden best de onderhandelingen had willen openen met alleen Wilders, maar dat hij zich door de laatste daarvan had laten af praten. En om dat nog eens dik te onderstrepen, nodigde hij de PVV-leider ter plekke en publiekelijk uit om alsnog het CDA-voorstel te volgen en samen –dus VVD en PVV– een hoofdlijnenakkoord te schrijven waar de christendemocraten dan later bij zouden kunnen aanhaken.
Het werd het centrale punt van het Kamerdebat. Wel zeven keer herhaalde Rutte zijn uitnodiging aan Wilders, die echter geen moment aarzelde om die af te wijzen. Daarmee was de zwartepiet –of dat nu terecht is of niet– in de beeldvorming definitief toegespeeld aan de PVV. De misdeelde, maar desondanks olijke Roemer gaf er nog even zijn eigen draai aan: „Als ik zo'n aanbod kreeg van de PvdA zou ik het meteen doen!”
Wilders had er geen enkele moeite mee het gedrag van de VVD te duiden. „U doet nu lief tegen het CDA, want u hebt die partij nodig”, sneerde hij, verwijzend naar Ruttes openlijke voorkeur voor een middencoalitie van VVD, PvdA en CDA.
In zo'n debat hoefde CDA-fractievoorzitter Verhagen weinig anders te doen dan afwachten. Interrumperen deed hij niet. En in zijn eigen termijn legde hij nog eens uit waarom hij het ongebruikelijke voorstel had gedaan om eerst VVD en PVV tot overeenstemming te laten komen, om pas later eventueel zelf aan te haken. Dat had in de eerste plaats te maken met de formatieopdracht van de koningin, die immers had gesproken van een meerderheidskabinet waarvan allereerst VVD en PVV deel zouden uitmaken. Die moesten het dus eerst eens worden, interpreteerde Verhagen eigenzinnig.
PVV en rechtsstaat
Wat voor Verhagen in het Kamerdebat over de formatie tot nu toe ook meespeelde, was dat er tussen CDA en PVV „principiële verschillen” bestaan, zoals „de kopvoddentaks en het uitsluiten van groepen mensen”, verschillen „die verband houden met onze rechtsstaat.” Daarom leek het de christendemocraten goed eerst maar eens een eventueel akkoord tussen VVD en PVV af te wachten. „Daarna konden we dan bezien of we aan zo'n coalitie zouden deelnemen, of we die zouden gedogen, of dat we liever in de oppositie zouden gaan”, zei Verhagen gisteren in het Kamerdebat.
„Ik ben niet bereid om in normale onderhandelingen dit soort zaken tegen elkaar uit te ruilen. Zo van: geef mij de leeftijdsverhoging van de AOW, dan krijgt u dat en dat beginsel van de rechtsstaat”, aldus de CDA-voorman. Dat bracht Halsema tot de conclusie dat „het CDA zijn probleem met de PVV blijkbaar gedelegeerd heeft aan de VVD. Die moest het varkentje maar wassen.”
De uitleg van Verhagen gaf Pechtold aanleiding een nieuwe aanval te openen op Wilders. Die moest dan nu maar eens openlijk verklaren dat hij „achter onze democratische rechtsstaat staat.” De PVV-voorman had daar geen enkele behoefte aan en bleef bewegingsloos in zijn bankje zitten. Pechtold: „De conclusie is duidelijk: Hij wil er nog geen 5 meter voor lopen.”
Aan het slot van het debat hadden de meeste partijen, en zeker de linkse, hun conclusie wel klaar. Als er nog ergens een kiertje was om alsnog over rechts te gaan, dan leek na dit debat die deur definitief gesloten. Thieme (PvdD): „Met de PVV is alleen beleefdheidshalve gesproken.”
Ref.Dagblad 30-06-10






