door Jan van Klinken
Het is 2015 en het hoofdbestuur van de SGP is in spoedvergadering bijeen. Tot ieders verrassing en verwondering heeft de partij bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer de meerderheid behaald. De fractie heeft zich gebogen over het regeerprogramma voor het nieuwe kabinet, maar het overleg leverde zo veel problemen op dat besloten is het hoofdbestuur om advies te vragen.
Het springende punt is artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en dan met name de passage die zegt dat de overheid alle valse godsdienst moet weren en uitroeien. De fractie wil graag weten wat en wie tot die valse godsdienst moeten worden gerekend.
Het hoofdbestuur gaat voortvarend te werk. Begonnen wordt met de islam. Unaniem zijn de leden van mening dat die zonder enige twijfel als valse godsdienst moet worden bestempeld. Besloten wordt aan de fractie te adviseren alle moskeeën te laten sluiten en de bouw van nieuwe te verbieden. Vervolgens is de Rooms-Katholieke Kerk aan de beurt. Gewezen wordt op de uitspraken van partijoprichter ds. G. H. Kersten, die in niet mis te verstane bewoordingen de leer van deze kerk als buitengewoon vals heeft ontmaskerd. Unaniem wordt geadviseerd ook deze kerk te verbieden.
Naarmate de vergadering vordert, wordt het tempo steeds trager. Het Landelijk Platform Pinksterbeweging en de Remonstrantse Broederschap leveren nog niet al te veel problemen op maar moeilijker wordt het als de PKN ter sprake komt. Het lid van de Gereformeerde Bond houdt een vurig pleidooi zijn gemeenten te ontzien, maar het mag niet baten. Met één stem tegen gaat ook de PKN voor de bijl. Als daarna de Nederlands Gereformeerde Kerken aan de beurt zijn, breekt er een pijnlijk moment aan. Het is nogal wat om de leer van die kerken tot valse godsdienst te verklaren. Maar anderzijds, als er de zuivere waarheid zou worden verkondigd, is het niet nodig dat alle andere reformatorische kerken nog zelfstandig blijven voortbestaan. En zo moeten alle kerkgenootschappen eraan geloven, zij het vaak met de aantekening dat één lid afwijkend stemt.
Een lachwekkende voorstelling van zaken? Nee, zo is het in ieder geval niet bedoeld. De beschreven dilemma's zijn in zekere zin uit het leven gegrepen. Een paar jaar geleden had ik contact met een SGP-wethouder over de vraag wat hij zou doen als een moskeebestuur toestemming zou vragen gemeentegrond te kopen voor de bouw van een islamitisch gebedshuis. De man was zeer resoluut. Daar zou hij nimmer akkoord mee gaan. „Artikel 36”, zei hij ter toelichting. Maar de vraag wat hij zou doen als het bestuur van de rooms-katholieke parochie aanklopt met een vergelijkbaar verzoek, deed hem diep zuchten. „Daar kom ik niet uit”, erkende de wethouder, bepaald geen vertegenwoordiger van de linkervleugel. Hij zag aankomen dat er nog een heel rijtje kerken zou volgen.
U voelt misschien wel aan waar ik heen wil. De SGP was de afgelopen weken in de greep van het theocratiedebat. Intussen is het stof neergedaald, maar intern zal de partij ongetwijfeld verder over de kwestie nadenken. Het is daarbij te hopen dat het lukt alle neuzen dezelfde kant uit te krijgen. Tot nu toe ontstond er steeds een enorme spraakverwarring als het begrip theocratie ter sprake kwam en daar is uiteraard niemand mee gediend, evenmin als het imago van de partij.
Als ik een piepkleine bijdrage aan de verdergaande bezinning mag leveren, wil ik graag de tip aanreiken om tolerantie jegens andersdenkenden niet langer als een mogelijkheid te beschouwen die inwisselbaar is. Zo van: we moeten tolerant zijn maar liever niet; we doen het uit tactische overwegingen of vanwege de omstandigheden, maar als de SGP het voor het zeggen zou hebben, is het wel meteen afgelopen.
Met het schaamrood op de wangen zouden we met elkaar toch moeten bekennen dat zoiets om minstens één reden onmogelijk is. Zolang de achterban van de SGP kerkelijk gescheiden wegen gaat en de diverse kerken van elkaar vinden dat ze niet zuiver zijn, is er sowieso geen andere optie dan tolerantie. Toegegeven, die droevige verdeeldheid hoeft niet tot in lengte van dagen voort te duren, maar wie goed om zich heen kijkt, zal moeten bekennen dat het alleen maar erger wordt in plaats van beter.
Er blijven ook dan nog genoeg problemen over. De valse godsdienst buiten schot laten maar wel de zonde in het publieke leven aanpakken zal al lastig genoeg zijn. Want wat is zondig? Waarover men het binnen de partij in meerderheid eens is? Dat is toch eigenlijk een zwaktebod. Huiswerk te over dus.
Overigens is het goed om te bedenken dat de praktijk vaak een ander beeld oplevert dan de studeerkamer. Ik kan me in ieder geval niet herinneren dat SGP'ers in gemeenten waarin ze samen met de naaste buren de meerderheid hadden, rigide maatregelen hebben doorgevoerd. Hooguit is er eens een zwembad op zondag dicht gebleven. Maar daar kwam toch al
geen hond.
Ref.Dagblad 14-11-08






