Oprechte oplichter
door E. Bos
'
Roep de zaak maar uit', zei de rechter tegen de bode. 'We zijn er klaar voor.' De mensen van het recht hadden even gepauzeerd en van de gelegenheid gebruik gemaakt zich wat te verfrissen.
Nu zaten ze weer achter de tafel en keken met ernstige gezichten naar de deur waar de bode een al wat grijzende man naar binnen liet. De officier van justitie liet ongemerkt haar plastic koffiebekertje in een afvalbak vallen. De rechter zette zijn bril op en nam de personalia van de verdachte door. Nadat hij de verdachte op de stoel voor hem had doen plaatsnemen, gaf hij het woord aan de officier van justitie.
Terwijl zij de dagvaarding voorlas, nam de rechter de man eens op. Een keurige verschijning in een niet erg modern, maar toch wel goedzittend kostuum. Alleen een wat vettige vlek op de stropdas verstoorde de perfectie. Even dacht de rechter dat de man een goede echtgenote nodig had, maar vond dat onmiddellijk een misplaatste gedachte.
'Zo, dus u hebt vorig jaar enkele vrouwen bezocht en gezegd dat u een medewerker van de ABN Amro bank was?' begon hij vriendelijk. De man knikte. 'Edelachtbare, dat had ik niet moeten doen, ik heb er verschrikkelijk spijt van. Wat mij betreft is het verleden tijd. Mijn vrouw heeft mij al gestraft en ik heb nu goed en eerlijk werk. Mijn werkgever...'
'We zullen het eerst toch even over uw strafzaak moeten hebben', onderbrak de rechter hem. 'U hebt de dames gevraagd of u hun betaalpas mocht bekijken om die te controleren?' 'Alleen maar even bekijken, Edelachtbare. Ik wilde ze adviseren hoe ze eventueel een nieuwe konden krijgen. Daarvoor was het nodig de pas te controleren. Maar dat was niet steeds meteen te zien, weet u. Ze leken nog tamelijk goed.'
'En toen nam u ze mee voor onderzoek, zoals u hen zei', knikte de rechter en vervolgde: 'Waarom vroeg u ook om hun pincode?'
De verdachte wachtte even en staarde naar de grond. 'Edelachtbare', zei hij zacht, 'dat had ik natuurlijk niet moeten doen, het was reuze stom, ik heb er dikke spijt van.'
Onverstoorbaar ging de rechter door. Hij hield hem voor dat het proces-verbaal meldde dat hij voor enkele duizenden euro's had gepind. 'Man, waar is al dat geld gebleven?'
De verdachte schudde zijn hoofd. 'Ik heb mij suf gepiekerd, maar ik weet het echt niet meer precies. Ik had wat huurschuld, die heb ik betaald. Ik moest ook nieuwe kleren hebben en verder ben ik ook wat wezen stappen en zo.'
'Bij de politie gaf u op dat u het meeste vergokt hebt, kan dat kloppen?'
'Wel wat, maar niet alles', gaf hij aarzelend toe. 'Maar ik ben van plan de schade te betalen.'
De officier van justitie wilde dat laatste niet zo geloven. 'Deze meneer hier heeft vier oude vrouwen door sluwe praatjes voor meer dan tienduizend euro opgelicht en bijna alles opgemaakt en vergokt in cafés. Spijt heeft hij alleen maar als hij aan de straf denkt, maar met zijn slachtoffers heeft hij geen medelijden. Hij belooft nu wel schade te betalen, maar hij heeft alleen maar schulden.' Strafverzwarend vond ze dat de slachtoffers oudere alleenstaande vrouwen waren met een klein pensioentje of alleen maar een uitkering. Die konden nu naar hun geld fluiten. Ze eiste een half jaar gevangenisstraf.
'Wilt u nog wat zeggen?', vroeg de rechter.
'Graag, edelachtbare. De officier van justitie ziet alleen maar de zwarte kant van mij. Ik heb mijn leven gebeterd. Ik heb nu werk en de volgende maand krijg ik een vast contract. Dan kan ik mijn schulden beginnen af te lossen. Als ik moet zitten, valt alles in puin. En ik heb al straf van mijn vrouw gehad. Zij heeft mij vier weken huisarrest gegeven en gezegd dat zij mij, als zoiets nog eens gebeurt, de deur uit zal zetten. Edelachtbare, zes maanden zitten zet onze relatie op het spel.' De man ging door met te beschrijven hoe streng zijn vrouw voor hem was en dat hij toch blij was dat hij haar had, want zij hield hem in het gareel.
Toen hij uitgesproken was aarzelde de rechter. Zes maanden was een lange tijd en het leek nu eindelijk beter te gaan. Iets minder, een deel voorwaardelijk zou misschien beter zijn, ook voor de relatie met zijn vrouw. Hij keek eens naar de officier van justitie.
Deze stond op, streek haar toga nog eens glad en zei dat ze met de argumenten van de verdachte rekening had willen houden als hij in het verleden niet zou zijn veroordeeld voor oplichting. 'Meneer de rechter, dit is de vierde keer in vijf jaar dat de verdachte terecht moet staan voor zulke feiten. Het is een patroon. Hij moet nu maar eens door een harde straf afleren oude vrouwen en andere kwetsbare mensen van hun bezit te beroven.'
Nadat de verdachte zijn laatste woord had gesproken, merkte de rechter op dat hij de door de officier van justitie geëiste straf zou opleggen. 'Ik heb even geaarzeld', zei hij, 'maar uw strafblad is te groot voor een voorwaardelijke of lagere straf. Zeg dat maar tegen uw vrouw.' Hij wees de verdachte erop dat die binnen veertien dagen hoger beroep kon instellen en sloot de zitting. Met een vriendelijk goedemiddag verliet de veroordeelde man de rechtszaal.
Terwijl de rechter, de officier van justitie en de griffier hun toga's uittrokken, kwam de bode binnen om de zaal op te ruimen. 'Mag ik nog iets zeggen over deze zaak?' vroeg hij. Toen de rechter knikte, vertelde hij dat de veroordeelde bij hem in de buurt woonde en een verstokte vrijgezel was.
Mr. E. Bos is oud-vicepresident van de rechtbank in Rotterdam.
Ned.Dagblad 10-07-08
Vrouw belt politie na 30 uur gekwebbel
AMSTERDAM - Een vrouw werd zo wanhopig door een marathon-babbelsessie van een vriendin dat ze de politie belde. Haar gast kwebbelde maar liefst 30 uur onafgebroken tegen haar...
De 48-jarige Ingrid Schuettler vertelde de politie dat ze haar vriendin had uitgenodigd om een kopje thee te komen drinken. Dat werden er wellicht zo'n zestig. Want toen kletskous eenmaal begon met praten, kon ze niet meer stoppen. Het geklets hield de hele nacht aan.
De vrouw werd de volgende dag zo wanhopig dat ze geen andere uitweg zag dan de politie in te schakelen, om haar gesprekspartner zo eindelijk de mond te snoeren.
"Dertig uur luisteren - en enkele mislukte pogingen om het gekwebbel te stoppen - later zag ze geen andere oplossing, en belde ze ons op", aldus een politiewoordvoerder van de gemeente Speyer.
Agenten namen het bericht serieus en hielpen Schuetller uit de brand: ze dwongen de praatgrage vriendin te vertrekken...
Telegraaf 08-07-08






