'Hij had nog zo gezegd: ga nou niet beleggen met dat geld'
AMSTERDAM - “Eigenwijs, dat was ik. Maar op dat moment dacht ik dat het dé manier was om extra geld te verdienen. Geld dat we goed konden gebruiken.
Mijn man en ik hadden een tophypotheek afgesloten om ons droomhuis te kunnen kopen. De vaste lasten waren aanzienlijk gestegen sinds we ons huurflatje hadden ingeruild voor een koophuis. Een paar jaar maar zouden we krap bij kas zitten. Simon zou binnen twee jaar promotie maken en ook ik zat nog niet aan mijn salaristop. Financieel zou het alleen maar beter gaan. Tot ik op een dag te horen kreeg dat mijn baan wegbezuinigd zou worden. Ik was geschokt.
Ik werkte al zes jaar bij dat bedrijf en was nog lang niet van plan om er weg te gaan. Maar de beslissing was onomkeerbaar. Ik kreeg wat geld mee en toen zat ik thuis. Redelijk in paniek. Want hoe moesten we nu elke maand onze hypotheek betalen? Het bedrag dat ik van mijn baas had meegekregen was niet misselijk. Daar moest ik iets mee doen, vond ik. Een buffertje opbouwen voor als we echt krap bij kas zouden komen te zitten.
Beleggen leek me de beste optie, maar mijn man was daar fel op tegen. 'Dat is veel te riskant. Zet het gewoon op een spaarrekening,' had hij gezegd. Maar ik sloeg het in de wind. Op internet kwam ik een interessant beleggingsfonds tegen. Er werd een rendement van maar liefst 20 procent voorspeld als ik meteen zou instappen. Ik besloot voor vijfduizend euro aan aandelen te kopen.
De eerste drie maanden stegen mijn aandelen gestaag. In het begin hield ik de stand elke dag in de gaten, daarna werd de interesse steeds minder. Toen ik pas weken later weer keek, schrok ik me dood. Ze waren nog maar de helft waard! Wat moest ik doen? Verkopen en mijn verlies nemen of hopen op betere tijden? Ik koos voor het laatste, iets wat ik beter niet had kunnen doen. Uiteindelijk was er van mijn vijfduizend euro nog maar vijfhonderd euro over. Nu was ik echt in paniek. Ik had nog steeds geen nieuwe baan en mijn spaargeld begon aardig op te raken. Ik had die vijfduizend euro hard nodig voor de hypotheek. Maar uithuilen bij mijn man kon ik niet. Hij zou alleen maar kwaad worden en me met 'zei ik toch!' om de oren slaan. Ik zag nog maar één oplossing: mijn vader.
Toen ik het hele verhaal huilend aan hem vertelde, schudde hij zijn hoofd. 'Meisje toch,' zei hij en aaide me over m'n bol. Ik voelde me ineens weer drie jaar. Aan de ene kant een beschamend gevoel en aan de andere kant heerlijk om zo beschermd te worden. 'Dat geld krijg je van mij. Maar geen woord erover tegen je zus en je moeder.'
Twee dagen later stond er vijfduizend euro op mijn rekening. Ik kon wel janken. Van blijdschap, maar ook uit schaamte. Voel me zó schuldig. Tegenover Simon omdat hij denkt dat ik de aandelen met een bescheiden winst heb verkocht, tegenover mijn zus omdat zij ook wel wat geld kan gebruiken en tegenover mijn moeder omdat ze al jaren zeurt om een nieuwe keuken. Dat zit er voorlopig even niet in, want rijk is mijn vader echt niet. Mijn lieve vader, wat ben ik hem dankbaar. Dat geld betaal ik natuurlijk terug, zo snel mogelijk. En beleggen? Dat nooit meer van m'n leven!”
Telegraaf Prive 16-06-08






