DEN HAAG - Koningin Juliana had in de jaren vijftig aan het hof vrijwel alleen aanhangers van de gebedsgenezers Greet Hofmans om zich heen. Die dreven een wig in het huwelijk van de koningin en prins Bernhard.
Dat is een van de conclusies van het dinsdagmiddag gepresenteerde boek ”Juliana&Bernhard. Het verhaal van een huwelijk, de jaren 1936-1956” van prof. dr. C. Fasseur. In het boek is het rapport van de commissie-Beel, die onderzoek deed naar de invloed van Hofmans, opgenomen. De historicus kreeg van koningin Beatrix als eerste toegang tot alle relevante stukken.
Een opeenstapeling van zaken, maar vooral haar eenzaamheid, dreef koningin Juliana in de armen van Greet Hofmans, stelt Fasseur op basis van het rapport-Beel. Juliana leed door een foute opvoeding van haar dominante moeder aan een minderwaardigheidscomplex. Toen haar vierde dochter met een ernstige oogafwijking werd geboren, faalde zij in haar beleving opnieuw: nu als moeder. Verder zag zij erg tegen de troonsbestijging op. Toen ook prins Bernhard zich steeds meer van haar afwendde, „vergrootte dat de behoefte aan goddelijke leiding.” Die leiding vond zij bij Hofmans en de vrienden om haar heen met hun pacifistische ideeën. Hofmans gaf haar „zekerheid en zelfvertrouwen.”
Fasseur vindt na bestudering van het rapport van de commissie-Beel dat prins Bernhard in de kwestie weinig valt te verwijten. „Hij had het gelijk aan zijn kant” toen hij stappen ondernam om de invloed van Hofmans op zijn vrouw te breken.
Dat de prins daarbij de pers gebruikte, noemt Fasseur staatsrechtelijk onjuist en ook gevaarlijk, omdat Bernhard de positie van zijn vrouw in gevaar bracht. De populariteit van Juliana en haar familie voorkwam echter grote brokken, stelt de historicus.
De meeste kritiek uit Fasseur op de bijzonder secretaris van koningin Juliana, Walraven baron Van Heeckeren van Molecaten, en diens vrouw, „die Juliana tegen haar man opzette.” Fasseur concludeert dat de koningin haar getrouwe personeelsleden veel te lang de handen boven het hoofd heeft gehouden.
Hoe ver de invloed van Hofmans ging, is lastig aan te tonen, zegt de hoogleraar na bestudering van het rapport-Beel. Invloed heeft zij zeker gehad. Of die invloed zich ook uitstrekte tot de politiek laat Fasseur liggen, al had Hofmans „wel degelijk die ambitie.”
Koningin Beatrix blijkt maar zijdelings bij de affaire betrokken te zijn geweest. Ze koos nadrukkelijk de kant van haar vader, net als haar zus prinses Irene, maar een grote rol heeft zij niet gespeeld. De commissie-Beel hoorde de kroonprinses ook niet.
Fasseur bestrijdt dat er ooit plannen zijn geweest om koningin Juliana op te laten nemen in een psychiatrische inrichting. Fasseur heeft er geen enkel bewijs voor gevonden, bovendien zou het veel logischer zijn geweest de vorstin op Paleis Soestdijk te begeleiden. Fasseur noemt het verhaal „bijna te zot voor woorden.” Ook van aftreden is geen sprake geweest.
Fasseur ontkracht ook verhalen dat Paleis Soestdijk tijdens de Hofmansaffaire fysiek in twee kampen was verdeeld. Dat is een „hardnekkig misverstand.” De secretariaten van de koningin en de prins waren in dezelfde (Soester) vleugel van het paleis gesitueerd.”
Koningin Beatrix heeft zich niet met de inhoud van het boek bemoeid, benadrukt Fasseur in zijn voorwoord. „H.M. de Koningin wilde een zo groot mogelijke afstand tot de inhoud van het boek bewaren en heeft daarom van de tekst tevoren geen kennis genomen.” Fasseur sprak tijdens zijn onderzoek om het boek te schrijven wel met de vorstin. „Als een van de weinige nog leven ooggetuigen” gaf zij „mondeling enkele inlichtingen.”
Ref.Dagblad 11-11-08






