Door Hans Jacobs
DEN HAAG - Premier Willem Drees heeft in 1951 gefaald door koningin Juliana niet op te dragen haar banden te verbreken met 'gebedsgenezeres' en 'medium' Greet Hofmans.
De koningin was bijna zeven jaar lang op 'ontoelaatbare wijze' in de ban van Hofmans, die door Drees in 1951 in de ministerraad al werd aangeduid als 'Raspoetinfiguur'. Ingrijpen van prins Bernhard, daarbij geholpen door een publicatie in het Duitse weekblad Der Spiegel, heeft de 'crisis op Soestdijk' uiteindelijk tot een goed einde gebracht.
Dat valt te concluderen uit het dinsdag verschenen boek van de Haagse historicus Cees Fasseur 'Juliana & Bernhard. Het verhaal van een huwelijk 1936-1956'. Daarbij is als bijlage opgenomen het rapport dat een driemanschap onder leiding van oud-premier Louis Beel op verzoek van het koninklijk paar in 1956 uitbracht over de problemen op het paleis. De 'commissie Beel' was een initiatief van de staatsman, waarover premier Drees destijds pas achteraf is geïnformeerd. Drees vond dat de regering zich niet met het huwelijksleven van het koninklijk paar moest bemoeien.
Jarenlang is Drees ten onrechte geroemd als 'redder van de monarchie', zo valt op te maken uit het boek van Fasseur. Zijn rol in 1956, toen het rapport met aanbevelingen aan het koninklijk paar uitkwam, was beperkt en al in 1951 had hij kunnen en moeten ingrijpen. ,,De koningin had dan geluisterd', aldus Fasseur, die zich verbaasd toont over de mate waarin koningin Juliana zich jarenlang liet leiden door Greet Hofmans.
Hij had voor zijn onderzoek onder meer de beschikking over de privécorrespondentie van Juliana en Bernhard, en vond in het Koninklijk Huisarchief 'pakketten' met aanwijzingen van Hofmans voor de koningin. Fasseur tekent een ontluisterend beeld van de situatie op Soestdijk, waar de aanhangers van Hofmans in de hofhouding actief campagne voerden tegen prins Bernhard, die op zijn beurt steun had van zijn oudste dochters Beatrix en Irene.
'Wederkerig worde vermeden het ontvangen van personen tegen wie bij een hunner ernstige bezwaren bestaan', adviseerde Beel. En veelzeggend: Nauwgezet worde toegezien door H.M. en Z.K.H. dat de sfeer in het gezin niet opnieuw door factoren van buiten ongunstig worde beïnvloed, terwijl anderzijds wederzijds streven erop gericht zij, de ontstane wonden zo spoedig mogelijk te doen helen.'
Fasseurs oordeel over de toenmalige hofhouding is in navolging van de commissie Beel hard. Ze proberen de koningin 'ontoelaatbaar' te beïnvloeden en stoken haar op tegen de prins. Juliana kondigde hem in 1955 zelfs een echtscheiding aan, maar die eis zette ze niet door. Fasseur betoogt dat de koningin nooit met aftreden heeft gedreigd en dat er bij Bernhard nooit plannen zijn geweest om haar te vervangen of in een inrichting te doen opnemen. 'Verzinsels', aldus Fasseur.
Het rapport-Beel bevat een samenvatting van de gesprekken die het driemanschap in amper twee maanden tijd met een groot aantal personen aan en rond het hof heeft gevoerd. Van de meeste gesprekken zijn geen verslagen gemaakt - van het gesprek met Bernhard ontbreekt het bijvoorbeeld - en met de prinsessen Irene en Beatrix is niet gesproken. Een deel van het door Beel c.s. verzamelde materiaal is in de jaren zestig vernietigd, zo onthult Fasseur.
Ned.Dagblad 11-11-08






