Erik Betten
Leeuwarden - ,,Er rust een soort taboe op”, zegt Suzanne Sipma van de Friese Vereniging Ouders van een Overleden Kind (VOOK). ,,Ik sta geregeld achter de boekentafel van de vereniging, en dan kun je dat merken. Sommige mensen schrikken als ze zien dat het over overleden kinderen gaat, en lopen dan ineens door. Alsof ze niet willen weten dat het bestaat. Maar het bestaat wel degelijk, het komt voor. Kijk maar naar de advertenties in de krant.”
Twee keer per jaar organiseert de VOOK in Fryslân een lotgenotenmiddag, waar alle belangstellenden welkom zijn. Maar afgelopen zaterdag was de opkomst in De Schakel in Leeuwarden mager. Een handjevol leden was aanwezig om naar de Tilburgse hoogleraar Arthur Polspoel te luisteren. Hij is een expert in het werken met mensen in verdriet en rouw.
De weinigen die er waren, raakte Polspoel met zijn woorden. Hij benadrukte dat rouw neerkomt op een worsteling tussen het verstand en het gevoel. ,,Het verstand zegt dat het echt gebeurd is, en dat je verder moet. Maar je gevoel komt daartegen in opstand. Toegeven dat je verder moet, betekent ook erkennen dat het gebeurd is. En als je dat doet, wordt de pijn eerst nog groter.”
Hoe en wanneer het gebeurd is, doet er bij de verwerking niet toe. ,,Een kind verliezen is de grootste ramp die iemand kan overkomen. De wereld stort in, de tijd staat stil.” Maar niet voor de omgeving. ,,De eerste week houdt de wereld rekening met u, daarna gaat alles verder.”
Erkenning
,,U verwacht dat uw omgeving uw verdriet herkent en erkent. Daar gaat het vaak fout”, constateert Polspoel. ,,Uit de behoefte om te troosten heeft de omgeving de neiging om het gebeurde te verkleinen. Dan zeggen ze dingen als: 'gelukkig heb je nog twee kinderen', of 'heb je het al een plekje gegeven?' Dat kan heel vervelend voelen. Het écht begrijpen kan niemand.”
Erkenning en herkenning, daar draait het om in het contact met anderen. Maar anderen kunnen het verdriet niet wegnemen. De rouw is een proces waar iedereen zelf door moet, zegt Polspoel. ,,Het gaat erom dat je een balans vindt tussen het verdriet - dat je blijft voelen - en het verder gaan met je leven. Zodat je op een dag kunt zeggen: 'ik leef weer'.”
Lotgenoten
Niets is zo heilzaam in dat proces als contact met lotgenoten. ,,Vergelijk het verdriet met een vuur. Door het opnieuw te beleven, laait het vuur op. En dan bedoel ik echt beleven, niet alleen praten. En dat lukt het beste met lotgenoten. Hoe meer je het vuur laat oplaaien, hoe eerder het dooft. Dan is het niet weg, er blijft altijd iets over. En dat is ook goed”, zegt Polspoel.
Lotgenotencontact is precies het doel van de VOOK. Sipma: ,,Ik kan ook wel met vriendinnen praten, en die doen hun best, maar het is anders als je allebei hetzelfde hebt meegemaakt. Dan begrijp je elkaar echt.” De Graaf: ,,Lotgenoten spreken elkaars taal.”
Voor meer informatie www.vook.nl
Friesch Dagblad 03-11-08






