AMSTERDAM - Midden in de kredietcrisis een column beginnen als bestuursvoorzitter van de Amsterdamse beurs: daar is lef voor nodig. Ik hóór het de beurscritici al zeggen, maar ik moet ze teleurstellen.
Het is nu niet de tijd om verwijtend naar elkaar te wijzen, maar om samen verantwoordelijkheid te dragen voor de toekomst. Met samen bedoel ik de overheden, de toezichthouders, de beurs en natuurlijk ook de financiële ondernemingen. Een goed plan waarmee de financiële wereld opnieuw vertrouwen wint: dát zijn we verschuldigd aan investeerders, genoteerde ondernemingen, en al die anderen wiens bestaan afhankelijk is van een gezonde financiële sector.
Tijdens de oktoberkrach van 1987 ontdekten beleggers het nut van putopties. Ze konden zich ermee beschermen tegen dalende aandelenkoersen. Velen stonden toen nog huiverig tegenover opties, maar de strikte regels binnen de optiehandel, de transparante markt en het feit dat opties zijn gestandaardiseerd wekte vertrouwen. Tegenwoordig biedt de beurs zeer veel producten, die één ding gemeen hebben: ze worden verhandeld in een uitstekend gereguleerde omgeving.
De huidige situatie op de financiële markten ontstond niet van de ene dag op de andere. In snel tempo kreeg de financiële wereld een wereldomspannend karakter - een 'truly global marketplace', zoals beursmensen graag zeggen - waar allerlei markten met elkaar verband houden. Of je het daarbij wilt hebben over aandelen, grondstoffen, obligaties, olie, goud of hypotheken, maakt niet veel uit.
Wat wél uitmaakt is dat alle ellende begon met verpakte hypotheekobligaties en dat voor deze producten geen openbare en transparante markt bestaat. Anders dan bij aandelen of opties worden deze hypotheekobligaties niet op de beurs verhandeld, maar tussen banken en financiële instellingen onderling of zoals dat in vakjargon heet 'over the counter'. Bovendien zijn ze allemaal verschillend en dus niet zoals aandelen of opties gestandaardiseerd. Daarom lijken hypotheekobligaties wel veel op elkaar, maar onderling kunnen ze net zoveel van elkaar verschillen als appels en peren.
Directe verhandelbaarheid van zo'n grote verscheidenheid aan bijna vergelijkbare producten gaat goed zolang iedereen eraan verdient en zolang er sprake is van onderling vertrouwen. Want dat vertrouwen is hard nodig voor de verhandelbaarheid en prijsvorming ervan, maar vooral ook voor de zekerheid dat de wederpartij het geld heeft om ze bij levering te kunnen betalen.
Als het onderlinge vertrouwen hapert of verdwijnt dan stopt de handel hiervan meteen. Dan zijn er ineens geen prijzen meer beschikbaar met als gevolg dat niemand meer precies weet wat de waarde van de producten is en er (waarde) afschrijvingen moeten volgen en tekorten aan cash kunnen ontstaan bij die partijen die over veel van deze producten beschikken, die ze niet meer geprijsd of verkocht kunnen krijgen.
Dat is nu precies wat er met de krediet crisis aan de hand is.
Op de beurs is er geen risico dat een tegenpartij zijn verplichtingen niet kan nakomen. Beursgenoteerde producten voldoen aan glasheldere eisen. Appels zijn appels en wie peren wil krijgt peren. Bovendien is duidelijk wie de uitgevende instelling is. Partijen die tot de beurs worden toegelaten kennen de regels. Koersgevoelige informatie moet terstond en voor iedereen beschikbaar zijn. De vele partijen op de beurs staan garant voor een zeer liquide markt met reële prijsvorming. En is het nodig om in te grijpen, dan is er altijd nog de toezichthouder.
Handel via de beurs biedt dus tal van zekerheden, handel buiten de beurs om biedt tal van risico's. Het is dus eigenlijk heel simpel. Beleggingsproducten – dus ook hypotheekobligaties – moeten worden verhandeld via een transparante en liquide markt. Hierdoor zijn er voldoende waarborgen tegen ongelukken. Wereldwijd wordt er nu gekeken naar mogelijkheden om deze producten via een gereguleerde markt, wat de beurs is, te gaan verhandelen. En dat is niet voor niets. Een financiële crisis van deze omvang was waarschijnlijk niet ontstaan of was zeker niet uitgegroeid tot een mondiale crisis als de hypotheekproducten gewoon gestandaardiseerd via de beurs waren aangeboden en verhandeld.
Joost van der Does de Willebois (1959) is CEO Euronext Amsterdam en lid van het Management Committee NYSE Euronext. Hij is afgestudeerd in Nederlands recht aan de Universiteit van Groningen (Nederland)
Telegraaf 06-10-08






