door Johan Graafland
Is het rechtvaardig dat de belastingbetaler gaat opdraaien voor de problemen die ontstaan bij risicovolle banken? Dat is een reële vraag. Op korte termijn moet er iets gebeuren, Maar op langere termijn moet ook bekeken worden hoe de beloning van bankbestuurders in lijn kan worden gebracht met hun prestaties.
De financiële sector is in ongelooflijk zwaar weer gekomen. Dachten wij aanvankelijk dat de financiele crisis zich grotendeels tot de VS zou beperken, inmiddels blijken ook Europese banken grote risico's te lopen en meegezogen te worden in een vrije val. Hier in Nederland en België zien wij dat voor onze eigen ogen gebeuren met Fortis.
Experts wijzen er overigens op dat andere grote Europese banken eveneens grote risico's lopen. De Duitse econoom Daniel Gros van het gerenommeerde Centre for European Policy Studies (CEPS) in Brussel laat zien dat grote banken als Deutsche Bank en Barclays voor astronomische bedragen aan leningen hebben uitstaan van respectievelijk 2000 miljard euro en 1640 miljard euro. Dat betekent dat Barclays maar liefst 61 keer zijn eigen vermogen leent. Bij Deutsche Bank ligt die verhouding op 47. Zelfs onze Nederlandse ING Groep heeft een hoog risicoprofiel: ook daar bedraagt het vreemd vermogen 47 keer het eigen vermogen. Oftewel: als 2 procent van de uitstaande leningen afgeschreven moeten worden, is de bank door het eigen vermogen heen. In deze turbulente tijden geen denkbeeldige situatie.
Wat dient de overheid in deze situatie te doen? Is het verstandig om banken te nationaliseren? En is het ook rechtvaardig?
Dr. J.J. Graafland is hoogleraar bedrijfsethiek, filosofie van de economie en maatschappelijk verantwoord ondernemen aan de Universiteit van Tilburg.
Ned.Dagblad 29-09-08






