door Henk Hoksbergen
Prof. J. Douma lijkt in zijn column van zaterdag embryoselectie als het minst kwade van twee kwaden te beschouwen: het ergere kwaad is abortus. Wie deze mening is toegedaan, gaat echter bewust of onbewust een belangrijke grens over. Die gaat blijkbaar uit van een verschil in status en beschermwaardigheid van het allerjongste embryo en een meer volgroeide foetus.
Prof. J. Douma komt tot de conclusie dat de ministers van de ChristenUnie in het kabinet kunnen blijven zitten ( Nederlands Dagblad 12 juli). Zijn argumenten daarvoor lopen, als ik het goed heb begrepen, langs twee lijnen. De ene lijkt me te respecteren, de andere hoogst twijfelachtig.
Ik deel de mening van prof. Douma dat de ministers van de ChristenUnie kunnen blijven zitten. Want politiek actief zijn betekent per definitie compromissen sluiten. Als fractie in het parlement gaat dat nog een stuk gemakkelijker dan in het kabinet. Dat heeft de CU intussen ook wel heel nadrukkelijk moeten ervaren. Wie geen compromissen wil sluiten, moet zich principieel niet bemoeien met de politiek. Het is zoals Douma schrijft: een politieke partij richt zich niet tot de kerk, maar tot het geseculariseerde Nederlandse volk.
Veel meer moeite heb ik met Douma's inhoudelijke opmerkingen over de kwestie van de embryoselectie - de andere lijn in zijn argumentatie. Heel duidelijk is hij daarover niet. Maar van zijn artikel gaat op z'n minst de suggestie uit dat embryoselectie eerder aanvaardbaar is dan abortus en dat het nog maar de vraag is of je embryoselectie altijd moet afwijzen. Dat laatste leid ik af uit zijn voorbeeld van een echtpaar waarvan in de familie veel borstkanker voorkomt en dat via embryoselectie het leven van een embryo wil beëindigen. Kan dat niet, dan zullen ze hoogstwaarschijnlijk abortus vragen.
Minder erg
In dat verband zal ook wel de opmerking van Douma van belang zijn, dat hij abortus onderscheidt van embryoselectie. Met deze en nog andere passages suggereert Douma op z'n minst dat embryoselectie (inclusief het vernietigen van embryo's) minder erg is dan abortus.
Nu is het niet moeilijk een handvol argumenten te bedenken voor de stelling dat embryoselectie niet het zelfde is als abortus. Ik denk aan bijvoorbeeld praktisch-medische en emotionele factoren.
De grote vraag lijkt mij evenwel of er ethisch gezien een principieel onderscheid is tussen embryoselectie en abortus.
Die vraag hangt samen met een debat dat wereldwijd onder christen-ethici wordt gevoerd over de status en de beschermwaardigheid van het menselijk embryo. Daarbij zijn bijvoorbeeld de volgende vragen aan de orde. Is een embryo vanaf de bevruchting een volwaardig mens? Of moet je spreken van een potentieel mens - een wezen dat alles in zich heeft om mens te wórden? Is een embryo al een persoon? Zo nee, wanneer wordt het dat dan wel? Is er sprake van volledige beschermwaardigheid of is het beter te spreken over toenemende beschermwaardigheid?
Zelfstandig leven
Het heeft er op z'n minst de schijn van, dat prof. Douma een bepaalde casus nogal nadrukkelijk uitwerkt om daarmee te laten zien dat embryoselectie aanvaardbaar kan zijn, zeker als het minst kwade van twee kwaden (het ergere kwaad is abortus). Ik kan begrijpen dat voor zo'n mening bepaalde argumenten zijn, maar ik vind het een gevaarlijke gedachte. Want wie deze mening is toegedaan, gaat bewust of onbewust een belangrijke grens over. Want die gaat blijkbaar uit van verschil in status en beschermwaardigheid tussen het allerjongste embryo en een meer volgroeide foetus. En wat zouden de argumenten moeten zijn voor zo'n verschil?
Volgens mij zijn die argumenten er niet, hoezeer waarschijnlijk iedereen intuïtief een verschil ervaart. Maar het gaat me nu om de principiële argumenten. Ik pleit voor het standpunt dat een embryo vanaf het vroegste stadium zelfstandig menselijk leven is, en dus nooit weggeselecteerd mag worden. Het is zelfstandig menselijk leven, want: 1. De natuurlijke ontwikkeling is er het bewijs van dat het embryo vanaf de bevruchting léven is; 2. de samenstelling van de genen laten geen andere mogelijkheid dan dat het ménselijk leven is; 3. de actieve potentie zich verder te ontwikkelen, geeft aan dat het om zelfstándig menselijk leven gaat.
Bezinning
Mijn stelling is dat dit zelfstandig menselijk leven volledig beschermwaardig is. Want het is leven dat door God is gegeven. Van dat scheppingswerk, hoe onooglijk in onze beleving ook, moeten wij afblijven. Dat is snel, maar niet makkelijk gezegd. Uit mijn eigen pastorale werk weet ik hoe moeilijk de situatie kan zijn wanneer in een familie door genetische oorzaak bijvoorbeeld borstkanker voorkomt. De hele kwestie van de embryoselectie is bepaald niet 'slechts' een theoretische kwestie. En ik weet ook hoe voor de hand liggend het kan lijken om op een algemene regel (geen embryoselectie) uitzonderingen te accepteren. Tegelijk lijkt mij het goede uitgangspunt, dat je nooit bewust leven mag verwekken om het vervolgens weer te doden als het genetisch niet in orde is.
Ik zou het toejuichen wanneer het artikel van Douma een nieuwe aanzet zou betekenen voor bezinning over de status en de beschermwaardigheid van het allervroegste menselijk leven. Ik zou het jammer vinden wanneer door zijn artikel al te vlug conclusies zouden worden getrokken die onvoldoende onderbouwd zijn.
H. Hoksbergen is predikant van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van Spakenburg-Zuid; in 2000 studeerde hij aan de Theologische Universiteit in Kampen (Broederweg) af op een scriptie over 'Beginnend leven; over de status en de beschermwaardigheid van het menselijk embryo' .
Ned.Dagblad 15-07-08






