Commentaar door Ruurd Ubels
Met ratio had de klap die de Europese beurzen gisteren opliepen, weinig te maken. Nadat analisten van de zakenbank Lehman Brothers maandag de verwachting hadden uitgesproken dat - door de kredietcrisis - twee Amerikaanse hypotheekverstrekkers veel nieuw kapitaal nodig zouden hebben, deden beleggers massaal hun aandelen in beide bedrijven van de hand. De angst sloeg vervolgens over naar de hele beursvloer.
In een halfjaar heeft de AEX ruim twintig procent van zijn waarde verloren. Dat door de kredietcrisis het vertrouwen in banken tot nul is gedaald, is logisch; ze moeten miljarden euro's aan oninbare leningen afschrijven Dat ook andere (Nederlandse) bedrijven worden getroffen, is opmerkelijk. Van winstwaarschuwingen is bijvoorbeeld geen sprake.
Dit maakt eens temeer duidelijk dat grote groepen beleggers als kuddedieren in de ban zijn van 'negatief sentiment'. Niet de reële stand van de economie, maar angst is dezer dagen raadgever op de beurs.
Een paar maanden geleden liepen de beurzen de eerste klappen op. Even leek de kredietcrisis te gaan liggen, maar voortdurend laait deze weer op, bijvoorbeeld als banken per kwartaal hun bezittingen opnieuw moeten waarderen. Telkens leidt dat tot nieuwe miljoenenafschrijvingen.
Niemand weet wanneer het einde hiervan in zicht is, en het is deze onzekerheid die het fundament vormt van het wantrouwen dat beleggers in de greep houdt. Dat de kredietcrisis zo hardnekkig is, zegt veel over de uit de hand gelopen kredietpraktijken. Wie goed kijkt, ziet dat we nu de rekening betalen voor het enorme optimisme in de jaren negentig. De economie en de beurs groeiden alleen maar en er werd zelfs serieus gesproken over een Nieuwe Economie waarin recessies niet meer zouden voorkomen.
Bij deze droom pasten banken die de ene na de andere mega-overname financierden en complexe producten ontwikkelden, waarmee consumenten zich zaken konden veroorloven die geen relatie meer hadden met hun werkelijke inkomen.
Wie weet wat de komende weken gaat gebeuren, mag het zeggen. Complicerende factor is dat door de kredietcrisis particulieren en bedrijven minder uitgeven. Dat beïnvloedt de economie.
Een ineenstorting van het financiële systeem ligt niet voor de hand, maar de kredietcrisis en alle ingrijpende gevolgen ervan (zoals de schade aan bedrijven en pensioenfondsen) leren dat de vrije markt niet kan zonder toezicht. De liberalisering van de financiële markten heeft de afgelopen tien tot vijftien jaar zo ongeremd toegeslagen, dat een correctie noodzakelijk is.
Toezichthoudende instanties wereldwijd werken aan nieuwe spelregels. Zo moeten complexe financiële producten aan banden worden gelegd, beleggingen van banken naar risico worden uitgesplitst en kredieten ook in goede tijden gelimiteerd worden. De samenleving heeft er recht op.
Ned.Dagblad 09-07-08






