door Arvid van der Wolf
Putten is (weer) in de ban van de moord op Christel Ambrosius, en dat maakt spanningen los, vooral bij betrokken families. Maar waag het niet deze zaak te koppelen aan het grote trauma van 1944. Dat zijn ,,onvergelijkbare grootheden'', zeggen de predikanten van het dorp.
PUTTEN - Putten, getraumatiseerd dorp op de West-Veluwe. Zo staat het in de geschiedenisboekjes. Nog altijd is de verschrikking van die eerste oktober 1944, toen vrijwel alle mannen van het dorp werden afgevoerd naar Duitse concentratiekampen en de koeien ongemolken achterbleven op het land, niet verwerkt. Het is een collectieve pijn, een trauma, dat onder de oppervlakte voortleeft bij weduwen, kinderen en familie.
'Putten 1944' heeft een eigen hoofdstuk in de geschiedenis van het dorp, dat niet gekoppeld mág worden aan enig andere gruwelijke, naoorlogse gebeurtenis, en dus ook niet aan de moord op een onschuldig meisje. Daarover zijn de kerkelijke voorgangers van Putten, dominees en één pastoor, het roerend eens.
Het afvoeren van de mannen had een impact op het hele dorp. De dood van Christel Ambrosius heeft individuen - familie en betrokkenen - geraakt, die daar trauma's aan over hebben gehouden. De geraaktheid in dit geval geldt ook voor veel andere Puttenaren, het trauma niet, zeggen ds. R. Kranen van de hervormde gemeente Andreaskerk en ds. R. Bos van de gereformeerde kerk aan de Achterstraat.
Kranen: ,,Op het moment dat zich een kwestie als deze voordoet, leven bewoners mee met leed en vreugde van families, met mensen die een kind hebben verloren, met mensen die beschuldigd zijn en onschuldig blijken te zijn, met ouders die een zoon hebben met wie ze het al lange tijd heel moeilijk hadden.''
Zijn collega Bos: ,,Dit gaat aan niemand voorbij. Het jammere is dat de buitenwacht daarbij de gebruikelijke vooroordelen heeft over Putten. Je kunt niet zeggen: dé Puttenaren denken er zó en zó over, dat ligt veel gecompliceerder. Iedereen reageert op zijn eigen manier, de een in algemene termen, de ander heel heftig. Puttenaren zijn net als andere mensen.''
De straat lijkt de dominees gelijk te geven. Wie zelfs maar even in Putten komt, merkt het direct. In kantoren, op steigers en terrassen wordt gespeculeerd over 'de zaak'. In het grootste etablissement van het dorp bij het Kerkplein babbelen gastvrije vrouwen achter de bar er luchtig over. Ze kennen de dader al bij de hele naam. ,,Gehoord op school van de kinderen.''
De predikanten besteedden gisteren weinig tot geen aandacht aan de kwestie. Ds. Bos: ,,Zoiets doe je niet in een handomdraai.'' Zijn collega Kranen zou het alleen doen als het zou passen bij het thema van de verkondiging. Hij vindt de zaak ,,nogal opgeblazen'' in de media. ,,Er wordt alsmaar gesuggereerd dat Putten sinds de eerdere veroordeling in de moordzaak verdeeld is in twee kampen. Dat zie ik niet. Mensen hebben individueel een mening, net als over andere kwesties en gebeurtenissen, en die mening komt vooral boven als er iets nieuws gebeurt of iets ouds wordt opgerakeld.''
Ds. Van de Veen van de Oude Kerk, de grootste hervormde kerk van Putten, voelde er ook niets voor om aandacht aan de zaak te besteden in de preek. Om een heel praktische reden: ,,Je moet in het ambt ontzettend voorzichtig zijn met uitspraken. Je weet eigenlijk nog steeds niet hoe het nou werkelijk zit. Gaat het om de echte dader? Welke families moet je aanspreken, en hoe? Zelfs de geringste aanwijzing vanaf de kansel kan heel wat losmaken onder de kerkgangers.'' Wel wilde Van de Veen er mogelijk aandacht aan besteden in het gebed.
De negentigjarige pastoor A. Rubrech van de rooms-katholieke kerk zou de gebeurtenissen van de afgelopen week mogelijk wél hebben aangekaart, ,,want dit leeft hier nu heel erg'', maar hij hoefde gisteren niet voor te gaan. Niet dat hij een 'verscheurde gemeenschap' ziet, zoals veel is gesuggereerd. ,,Putten is in de afgelopen decennia opener geworden. Ik kan zeggen dat het prettige, eerlijke mensen zijn, die volop meeleven met een ander. Ze zijn oprecht blij dat de vermoedelijke moordenaar nu is opgepakt.''
----------------------
Doodslag of moord
Het Openbaar Ministerie (OM) in Zutphen verdenkt Ronald P., de verdachte in de Puttense moordzaak, van moord dan wel (gekwalificeerde) doodslag en verkrachting. De rechter-commissaris, die vrijdag de inbewaringstelling van P. met veertien dagen verlengde, wil vooralsnog niet verdergaan dan een verdenking van (gekwalificeerde) doodslag en verkrachting.
Gedurende het onderzoek kan het OM alsnog een aanklacht wegens moord proberen hard te maken. Van moord is sprake als er voorbedachte rade in het spel is. Simpelweg betekent het dat P. van tevoren het plan moet hebben gehad Christel te vermoorden. Op moord staat maximaal levenslang. Doodslag is met opzet iemand van het leven beroven, bijvoorbeeld in een opwelling van woede. De maximumstraf voor dit delict bedraagt vijftien jaar. Van gekwalificeerde doodslag is sprake als de dader de doodslag pleegt om een ander strafbaar feit voor te bereiden, te vergemakkelijken of de kans op betrapping te verkleinen. Ook op gekwalificeerde doodslag staat maximaal levenslang.
Ned.Dagblad 26-05-08






