door Jan Slomp
In de discussie over de overeenkomsten en verschillen tussen islam en christendom doet dr. Jan Slomp een laatste poging om te verhelderen waarom hij het opnam voor de islam, de Koran en de moslims. Een andere deelnemer aan de discussie, ds. Marten de Vries, reageert elders op deze pagina.
Sedert collega Alphons van Vliet op 29 maart schreef dat de Koran een gevaarlijk boek is, en later dat achter de islam niet God maar de duivel zit, kwam er een hele serie reacties. Toen ik het voor de islam, de Koran en de moslims opnam, richtten de schrijvers van de ingezonden stukken zich niet tegen het diaboliseren van de islam door Van Vliet, maar tegen wat ik daar tegen inbracht. Ik wil een laatste poging tot verheldering doen.
Ds. Van Vliet heeft mijns inziens een te hoge dunk van de macht van de duivel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog preekte mijn vader regelmatig op vele plaatsen over de tekst: 'Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen' (Lucas 10:18). Hij wilde daarmee mensen bemoedigen en verkondigen dat de satanische terreur van de nazi's spoedig voorbij zou zijn. Het duurde in totaal twaalf jaar. Niet langer. Er bleef niets van hun rijk over behalve dood en verderf.
Nu de islam. De islam bestaat volgens hun eigen jaartelling al 1427 jaar. De moslimwereld heeft grote rijken en schitterende culturen voortgebracht. Daartoe is de duivel niet in staat. De duivel kan niets goeds scheppen. Hij kan alleen maar het goede van Gods schepping stuk maken. De Duitse gereformeerde theoloog Otto Weber, wiens colleges ik in Göttingen heb gevolgd, schreef in zijn dogmatiek (I, 543): ,,De Bijbel weet van geen onoverwinnelijke, almachtige, alwetende, alomtegenwoordige satan.''
Zeker, Calvijn en Luther zagen duivelse krachten aan het werk in de islam. Maar dit was in hun tijd vooral het gevolg van de oprukkende legers van het Ottomaanse rijk, dat ze zowel bewonderden als vreesden.
Ds. Marten de Vries doet aan pure inlegkunde als hij mij christianisering van de islam verwijt ( Nederlands Dagblad 16 april). Ik heb dat misschien vroeger wel eens gedaan, maar weet dat dit geen zin heeft. De overeenkomsten en verschillen tussen Bijbel en Koran zijn daarvoor te evident. Christianiseren van de islam doet tekort aan beide religies.
Ik zou verder een verband suggereren tussen Koranische uitspraken over Gods gerechtigheid en barmhartigheid en artikel 20 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Het verband wordt door De Vries gelegd, niet door mij. Ik heb geen moment aan artikel 20 gedacht, omdat het niets met de Koranische uitspraken te maken heeft.
Het gaat in de Koran om twee soorten gerechtigheid: sociale gerechtigheid en Gods gerechtigheid, hierin uitkomend dat God op strikt rechtvaardige wijze zondaars straft of vergeeft.
Ook heb ik nergens geschreven, dus ook niet in het Nederlands Dagblad , dat erkenning van het profeetschap een voorwaarde zou moeten zijn voor een goede dialoog. Ook dit is pure inlegkunde van ds Marten de Vries.
Ik heb wel gepleit voor het opwaarderen van Mohammed onder meer in het zo juist door het VUpodium gepresenteerde boek In het voetspoor van Jezus en Mohammed (red. H. Vroom). Zo'n opwaardering is hard nodig in Nederland, waar Paul Cliteur in navolging van Hirsi Ali de profeet van de islam een perverse tiran noemt (Tegen de decadentie, 2004). Hun Profeet en de moslims verdienen beter.
Dr. Jan Slomp was voorlichter van 1977 tot 1994 over de ontmoeting met moslims in onze samenleving namens de toenmalige Gereformeerde Kerken in Nederland.
Ned.Dagblad 21-04-08






