door onze redacteur Hilbert Meijer
Met de ontzuiling in het onderwijs valt het wel mee, driekwart van de scholieren gaat per fiets naar school, de schoolloopbaan naar een vmbo-diploma kost 77.000 euro en er staan steeds meer onbevoegde docenten voor de klas. De Atlas van het onderwijs zit vol leuke onderwijsfeitjes en -cijfertjes.
GRONINGEN - Wat ben je wijzer als je de Atlas van het onderwijs uit hebt? Veel. In de atlas staan talloze gegevens - het moet een monsterklus geweest zijn om die in atlasvorm te gieten. De makers van de Bosatlas hebben het Nederlandse onderwijs zo - letterlijk - in kaart gebracht. Reden is de naamswijziging van de educatieve uitgeverij Wolters-Noordhoff, 172 jaar geleden begonnen als uitgeverij en boekhandel J.B. Wolters. Als gevolg van de overname heet het bedrijf met ingang van vandaag Noordhoff Uitgevers.
De atlas begint met geschiedenis. In grote slagen schetst het de historie van het Nederlandse onderwijs. Het overzicht begint in 1806, toen de Schoolwet van kracht werd: 'Alle school-onderwijs zal zoodanig moeten worden ingericht, dat onder het aanleren van gepaste en nuttige kundigheden, de verstandelijke vermogens der kinderen ontwikkeld, en zijzelven opgeleid worden tot alle Maatschappelijke en Christelijke deugden.' Dan komen de schoolstrijd (eindigend in1920), de invoering van de leerplicht (1900), de Mammoetwet (1968) en de basisschool (1985). Het historisch overzicht sluit af met de recente plannen voor de gratis schoolboeken.
Maar kern van de atlas vormen de kaartjes, tabellen en grafieken. De kaartjes van Nederland, onderverdeeld in gemeenten, zien er net zo uit als in de 'echte' Bosatlas. Ze laten grote verschillen in opleiding per regio zien. Het vooroordeel dat hoogopgeleiden in de Randstad wonen en Oost-Groningen veel laagopgeleiden telt, blijkt juist. En de gemiddelde leeftijd waarop jongeren de school verlaten, wordt steeds hoger. Kinderen die in 2004 naar de kleuterschool gingen, zullen naar verwachting gemiddeld 16,3 jaar in de schoolbanken doorbrengen. Interessant zijn ook de pagina's over het basisonderwijs. Nederland telt ruim zevenduizend basisscholen, die bezocht worden door 1,6 miljoen leerlingen. De cijfers wijzen uit dat - ondanks de ontkerkelijking - de ontzuiling in het basisonderwijs opmerkelijk laag is; ouders kiezen vaker voor confessionele scholen dan te verwachten is op basis van hun levensovertuiging. Bovendien zijn er grote verschillen tussen provincies in openbaar versus bijzonder onderwijs. In Groningen en Drenthe bezoekt ruim de helft van de leerlingen een openbare school, in Noord-Brabant en Zuid-Limburg is dat maar een op de zes. In Noord-Holland, Noord-Brabant en Limburg is het percentage protestants-christelijke scholen het laagst, Friesland en Zeeland tellen relatief de meeste protestantse basisscholen.
En wat we al wisten: het onderwijzersbestand vergrijst, vervrouwelijkt en op de basisschool loopt de laatste jaren steeds meer onderwijsondersteunend en administratief personeel rond.
De pagina's over het voortgezet onderwijs gaan in op de leerwegen in het vmbo en de profielen van havo en vwo. Verder blijkt dat het aantal scholen voor voortgezet onderwijs door vele fusies sinds begin jaren negentig fors is gedaald. Dat geldt met name voor het bijzonder voortgezet onderwijs. Daar staat tegenover dat het aantal leerlingen in het middelbaar onderwijs de laatste jaren vrij constant rond de 900.000 schommelt, waarbij het overgrote deel een bijzondere school bezoekt. In de grote steden staan meer leraren onbevoegd voor de klas dan landelijk. Den Haag spant de kroon met 23 procent docenten zonder bevoegdheid voor het voortgezet onderwijs. In Amsterdam is slechts 12 procent onbevoegd.
Verder heeft veertig procent van de Nederlandse beroepsbevolking een mbo-opleiding afgerond. In het hoger onderwijs (hbo en universiteit) constateren de makers van de atlas de afgelopen halve eeuw een enorme groei.
Op dit moment zijn er 560.000 studenten, bijna tienmaal zoveel als in 1950. De samenstellers zien hierin de omslag van de agrarische en industriële samenleving van net na de oorlog naar de kennissamenleving van nu.
Kosten
Ook is er aandacht in de atlas voor de bestuurlijke kanten van het onderwijs. De trends: meer basisscholen, minder besturen, een langzame emancipatie in de leiding van de scholen en een jaarlijkse stijging van de uitgaven van onderwijsinstellingen. In 2006 werd zo'n 26,4 miljard aan onderwijs besteed.
Ook aardig om te lezen zijn de kosten van een diploma (onderwijskosten per leerling vermeerderd met het aantal studiejaren). Een vmbo-diploma kost 77.000 euro, vwo 82.500, hbo 118.300 en een universitair diploma 134.200 euro.
En dan zijn er nog de 'randverschijnselen' van het onderwijs: gratis schoolboeken, lesmethodes en ander educatief materiaal (bijna de helft van de lesmethoden in het primair onderwijs is ouder dan acht jaar), huisvesting, tafels en stoelen, sportvoorzieningen op het schoolplein (24 procent van de scholen heeft een basketbalveld, 1 procent een skatebaan), vervoer (driekwart van de middelbare scholieren gaat op de fiets) en het energieverbruik van scholen. Op de basisschool wordt per leerling per jaar bijna 50 euro verstookt, in het voorgezet onderwijs is dat nog een tientje meer.
Nu het toch over geld gaat: een beginnende leerkracht verdient bruto 2221 euro per maand, een gemiddelde tweedegraads docent in het voortgezet onderwijs 2985 euro en een gemiddelde hoogleraar aan een universiteit 5920 euro.
De Atlas van het onderwijs is een eenmalige uitgave in een oplage van 75.000 exemplaren en kan worden besteld op de website (www.noordhoffuitgevers.nl). Belangstellenden betalen alleen de verzendkosten - maar op is op.
Ned.Dagblad 31-03-08






