Storm
door onze redacteur Gerard ter Horst
Dankzij Geert Wilders weet christelijk-gereformeerd Goes nu waar hun predikant J.G. Schenau morgen over gaat preken: Psalm 139: 21 en 22, ,,een van de felste haatteksten in de Bijbel. En als de wind van de Geest opsteekt, zeg je er nog 'amen' op ook.''
Hoe dat zit? In kerkblad De Wekker schrijft de predikant in zijn maandelijkse column over de film die de populistische politicus voor deze week had aangekondigd en die inderdaad donderdagavond op internet verscheen. Dat zal wel een storm van protesten veroorzaken, in binnen- en buitenland, sprak Schenau als verwachting uit. ,,Hoe dan ook, ik heb het antwoord op Geerts film al klaarliggen: een preek. Waar die over gaat, dat verklap ik natuurlijk niet. Nou ja, om een tipje van de sluier op te lichten'', waarna Schenau naar Psalm 139 verwijst.
De predikant uit Goes hoopt dat zijn collega's evenals hij niet bang zijn voor het ingaan op de actualiteit. ,,Of moet de gemeente het doen met de theologische wijsheid van Wilders, dat christenen hún heilige boek gelukkig door de Verlichting heen hebben gesleept? Als de film is uitgebracht, sla ik blijmoedig aan het preken. Woorden zaaien. Bidden om wind. In de hoop te mogen oogsten het suizen van een zachte koelte.''
Ned.Dagblad 29-03-08
„CU moet homodebat anders aanpakken
DEN HAAG - De ChristenUnie moet de discussie over het actief zijn van homo's in de partij „over een andere boeg gooien” en insteken bij het recht op godsdienstvrijheid.
Dat schrijven Henk van Rhee, algemeen directeur van de stichting Tot Heil des Volks en Johan van de Sluis, woordvoerder van de stichting Onze Weg, vandaag in een opiniestuk in deze krant.
De partij moet voorkomen dat, als de commissie-Cnossen straks met een advies komt over een gedragscode voor CU-vertegenwoordigers, alle aandacht gericht zal zijn op het thema homoseksualiteit. De discussie moet „naar een hoger plan” getrokken worden, vinden Van Rhee en Van de Sluis. „Het gaat om de vrijheid om Christus na te volgen en de Bijbel op een orthodoxe manier te lezen. (…) Een ferm claimen van het grondrecht van godsdienstvrijheid is nodig, ook richting minister Plasterk.”
Het tweetal roept de partij op „een spaatje dieper te steken en de discussie te voeren die echt nodig is. Er staan grondrechten op de tocht en een nieuwe groep onverdraagzamen heeft het op de haarvaten van onze overtuiging voorzien”, schrijven zij, doelend op „de moderne kruisvaarders en inquisiteurs bij D66 en het COC.”
Volgens Van Rhee, voorheen directeur van het partijbureau van de ChristenUnie, moet de partij de in Nederland bestaande godsdienstvrijheid overigens niet gebruiken om in een gedragscode voor CU-vertegenwoordigers vast te leggen dat zij geen homoseksuele relatie mogen hebben. „Als je een Bijbelse partij bent en Christus wilt navolgen, selecteert zich vanzelf uit wie er wel en niet bij horen”, licht hij zijn opiniestuk toe.
De discussie over het actief zijn van homoseksuelen in de ChristenUnie startte in de zomer van 2007, na uitlatingen van het Amsterdamse deelraadslid Lont over dit onderwerp. In juni zal een door de partij ingestelde commissie, onder leiding van oud-GPV-voorzitter Cnossen, een rapport uitbrengen over de kwestie.
Ref.Dagblad 26-03-08
Islam streeft naar totale heerschappij
door J.G. van der Land
Een verbod op de film van Wilders gaat voorbij aan de dreiging van de islam. Die dreiging is ernstig, meent historicus en publicist J.G. van der Land. ,,De geest van de islam, die niet belijdt dat Jezus Christus uit God is, is de geest van de antichrist.''
In het Nederlands Dagblad van 12 maart pleitte dr. Th.A. Boer, docent ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit te Utrecht, voor een verbod op het uitzenden van de film over de islam die Geert Wilders van plan is binnenkort te presenteren.
Vrijwel niemand weet wat de inhoud van de film zal zijn. Maar een ethicus roept op, het recht van vrijheid van meningsuiting in ons land in te perken, wegens dreigementen vanuit de islamitische wereld. In zijn artikel suggereert dr. Boer dat Wilders van plan is in de film de islam bewust te gaan beledigen. Hij suggereert met zijn voorbeelden dat het Wilders te doen is om de islam met beledigingen te provoceren, zelfs ,,door het slijk te halen,,.
Het is mogelijk dat de film hoognodige documentatie bevat over de bedreiging die uitgaat van de islam voor de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst.
Dreiging
Er zijn onder de Nederlanders in grote lijnen twee visies te constateren.
1. Een ruime meerderheid - volgens een recent onderzoek 58 procent van de kiezers - is ervan doordrongen dat de islam een zeer grote dreiging vormt voor de westerse vrijheden en mensenrechten.
2. Een steeds kleinere minderheid - vaak mensen die zelfs nog nooit een koran in handen hebben gehad, laat staan dat ze die gelezen hebben - stelt dat gematigde islamieten geen bedreiging voor onze vrijheden en mensenrechten vormen. Sommigen (zoals prof.dr.ir. E. Schuurman) pleiten zelfs voor een bondgenootschap met gematigde islamieten. De islam is volgens sommigen gewoon een godsdienst.
Wordt in de islam God gediend? Er zijn tal van teksten in de Bijbel te noemen om tot een ontkennend antwoord te concluderen. God openbaarde Zich als de Vader van Jezus Christus. Islamieten ontkennen stellig dat Jezus Christus de Zoon van God is en noemen christenen die dat geloven, ongelovigen (Soera 5:72-73). Daarom kennen zij God niet. Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet die Hem gezonden heeft (Joh. 5:22-24). De geest van de islam, die niet belijdt dat Jezus Christus uit God is, is de geest van de antichrist (1 Joh. 4:2-3).
De vraag is actueel of in de islam een voedingsbodem gelegen is voor het islamitisch terrorisme. Laten we de cijfers van een onderzoek uit 2001 niet uit het oog verliezen. Daaruit bleek dat 48 procent van de islamieten in ons land begrip had voor de islamitische terreuraanslag van 11 september 2001. Ruim 5 procent betuigde instemming met de terreurdaad.
Vergaand onverdraagzaam
Daarom is er alle reden om de bronnen van de islam goed te bestuderen en vooral de vele teksten in de Koran die getuigen van vergaande onverdraagzaamheid tegenover andere godsdiensten. Enkele voorbeelden.
Soera 2:190-193: ,,En bestrijdt op Allahs weg hen die jullie bestrijden, maar begaat geen overtredingen. Allah bemint de overtreders niet. Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijf hen, waarvandaan zij jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan te doden. Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee, zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is vergelding voor de ongelovigen. Maar als zij ophouden, dan is Allah vergevend en barmhartig. Strijdt tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen Allah toebehoort.''
Einddoel is dus een alles overheersende islam.
In Soera 47:3 staat dat de ongelovigen de leugen volgen, terwijl de gelovigen de waarheid van hun Heer volgen en vers 4 vervolgt: ,,En wanneer jullie hen die ongelovig zijn, ontmoeten, slaat hen dan dood, maar wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben, boeit hen dan stevig vast, hetzij om hen later als gunst vrij te laten hetzij om hen los te laten kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd.''
In een boek van V.S. Naipaul, Vormen van geloven, lezen we het volgende: ,,Niets is zo goed als jihad uit naam van Allah. Jihad was niet als beeldspraak bedoeld. De tekst van de Koran wordt heel letterlijk genomen. Het is godslasterlijk om die zelfs maar in je gedachten als allegorie te beschouwen.
De Koran hecht grote waarde aan de jihad. Een van de uitspraken van Mohammed - dat staat niet in de Koran, dat is een van de tradities of fatwa's - luidt: 'Als je een on-islamitische handeling ziet, dan moet je daar met geweld een einde aan maken. Als je niet over de macht beschikt om daar een eind aan te maken, veroordeel het dan met woorden. En als dat ook niet gaat, veroordeel het dan in je hart. Dat heb ik geweten zolang ik me kan herinneren', zo zegt Salman (een Pakistaanse islamiet). 'Ik denk dat die traditie moslims de vrijheid geeft om gewelddadig op te treden.' ''
Dat is nu precies de reden, schrijft Naipaul, een kenner van de islam, waarom de islam tot aan het einde der tijden gewelddadig zal blijven.
De Koran, Soera 47 vers 4: ,,En wanneer jullie hen die ongelovig zijn, ontmoeten, slaat hen dan dood,,.
Ned.Dagblad 25-03-08
Taalkloof
door Jan van Klinken
Enkele weken geleden was de vroegere EO-presentator Jan van den Bosch te gast bij het tv-programma van Jeroen Pauw en Paul Witteman. Het ging over het binnenbrandje dat D66-Kamerlid Pechtold had geprobeerd te stichten naar aanleiding van het optreden van premier Balkenende in The Hour of Power. In dat programma interviewde Van den Bosch onze minister-president over zijn persoonlijke visie op het geloof. The Hour of Power is een programma waarin een protestantse dienst vanuit een van de Amerikaanse megakerken wordt uitgezonden. Het is door Van den Bosch naar Nederland gehaald en hij voorziet het wekelijks van een eigen tintje door een gast te interviewen.
In het interview dat hij Balkenende afnam, vertelde de premier dat het geloof diep met zijn bestaan is verbonden. Zo diep dat hij zich niet kon voorstellen dat hij zonder zou kunnen leven. „Zonder geloof kun je niet functioneren”, voegde hij eraan toe. Dat ging te ver, vond Pechtold. Volgens hem had de premier bedoeld te zeggen dat alleen gelovigen goed kunnen functioneren. Mensen zoals hij, die van God niet willen weten, zouden daarmee door de premier zijn gediskwalificeerd.
De grond die Pechtold onder de voeten meende te hebben, was in werkelijkheid natuurlijk niet veel meer dan een hoopje drijfzand. Zelfs in het geval de premier inderdaad had bedoeld te zeggen dat niemand zonder geloof kan leven, had hij nog niets onoorbaars gezegd. Ieder mensen gelooft, ook Pechtold, bijvoorbeeld dat er geen buitenaardse werkelijkheid is of dat er ooit een oerknal is geweest. Maar wie de uitspraak van Balkenende in zijn context plaatst, zal moeten toegeven dat hij zich beperkte tot de rol van het geloof in zijn persoonlijk leven. Vandaar dat de premier het relletje in de kiem kon smoren.
Niettemin wilden Pauw en Witteman de discussie nog eens dunnetjes overdoen. Zowel Van den Bosch als Pechtold waren voor het programma uitgenodigd, waarbij voor eerstgenoemde de rol van tafelheer was weggelegd. Zo iemand mag ook op andere onderwerpen reageren die in de uitzending aan de orde komen. Dat was best bijzonder. Pauw en Witteman behoren tot de VARA-familie en koesteren zeker geen EO-sympathieën.
Over het verloop van de uitzending lopen de meningen sterk uiteen. Volgens CU-burgemeester Tigelaar (Oud-Beijerland) was het een schande wat er gebeurde. „De teneur was: hoe kunnen we het christelijk geloof nog belachelijker maken. Toen Van den Bosch de uitspraken van Jezus over de ware Wijnstok uitlegde, werd daar lacherig op gereageerd”, zo liet hij begin deze maand in een interview in deze krant optekenen. Tigelaar staat daarin bepaald niet alleen. Op de site van Pauw en Witteman is sinds de uitzending al heel wat kruit verschoten. Ook de jubilerende EO-interviewer Knevel had met gekromde tenen gekeken, bleek uit de Volkskrant van afgelopen maandag.
Dat zou een vrij lafhartige streek zijn geweest van het duo Pauw en Witteman. Een christen uitnodigen voor een programma om hem en zijn geloof eens goed belachelijk te maken. Zo gaan we niet met elkaar om in dit land. Groot was echter mijn verbazing toen ik het programma via de website terugkeek en waarnam dat Van den Bosch met grote welwillendheid werd bejegend. Hij werd door Witteman zelfs met „je” aangesproken. Dat duidde er niet alleen op dat de heren elkaar (nog steeds) kennen maar ook dat de VARA-presentator zijn gast tegenover de kijker bewust niet op afstand wilde houden.
Inderdaad, er werd ook wat spottend gelachen. Daar heeft Tigelaar gelijk in. Dat gebeurde toen er beelden over het EO-verleden van Van den Bosch werd vertoond om hem bij de kijkers nader te introduceren. In het filmpje sprak Van de Bosch over Jezus als ware Wijnstok, wat hilariteit verwekte. Maar het was duidelijk dat het publiek geen idee had wat Van den Bosch bedoelde. Witteman gaf dat ook eerlijk toe, waarop de vroegere EO-presentator de gelegenheid kreeg uit te leggen dat Jezus Zichzelf omschrijft als Wijnstok en wat dat voor een christen inhoudt. Dat maakte snel een eind aan de vrolijkheid.
Desgevraagd zegt Van den Bosch (tegenwoordig directeur van Beter-uit Reizen) dat ook hij geen moment het gevoel had dat er respectloos met hem en zijn geloof werd omgegaan. De sfeer ervoer hij als plezierig en zeker niet als vervelend. Dat er werd gelachen om de uitdrukking van Jezus als ware Wijnstok, schrijft hij toe aan de onbekendheid van het publiek met Bijbeltaal. „Wij verliezen wel eens uit het oog dat de meeste mensen niet meer weten waar we het als christenen over hebben. Voor een van de volgende uitzendingen interviewde ik Alie Hoek-van Kooten, die het over de hemelse heerlijkheid had. Ik heb haar geadviseerd een andere uitdrukking te gebruiken, want het grote publiek weet gewoon niet meer wat je bedoelt.”
Het advies van Van den Bosch de taalkloof te overbruggen spreekt me persoonlijk meer aan dan de kritiek op Pauw en Witteman, al was het alleen al omdat we met kruit zuinig moeten omgaan.
Ref.Dagblad 14-03-08
Kicken op geweld
door Evert van Vlastuin
Tijdens de opmars naar Bagdad in 2003 schreef Jim Chynoweth ”Born to kill” op zijn helm. Wekenlang speurde hij rond of hij mensen kon doden. Maar een verborgen hand verhinderde telkens zijn kansen. „Als maten zeiden we ”killer” tegen elkaar. Wij waren echt niet de vredestichters uit de zaligsprekingen.”
Jim Chynoweth (spreek uit: Tsjinouweth) werd in 1980 geboren in Bophutatswana, een van de zwarte thuislanden in Zuid Afrika. Zijn ouders waren Amerikaanse zendelingen en werkten in verschillende landen in Afrika.
Zijn eerste herinneringen zijn dat hij als kind werd omringd door zwarte leeftijdgenootjes. Ze voelden aan zijn huid en probeerden het wit er af te krijgen. „Toch was ras nooit een belangrijk onderwerp in mijn belevingswereld. Het was meer de toegang tot geld. Louter en alleen vanwege onze afkomst –zeg maar; ons paspoort– waren we beter af dan velen in onze omgeving. Als blanke had je een beter leven dan de anderen.”
Hebt u veel armoede gezien?
„Ja, heel veel. Dat begon al 's ochtends bij de bushalte, waar kinderen in de vuilnis kropen. Mijn moeder gaf hun brood en melk. Ze vroegen om geld, maar daarvan zouden ze alleen maar lijm kopen.”
Wat voor indruk maakte dit?
Na een korte stilte: „Ik had meer een gevoel van opluchting en dankbaarheid dat ik niet was zoals hen. Ik had altijd het gevoel dat de meeste mensen anders zijn.
Door de politieke gebeurtenissen in Afrika was ik er ook al jong van doordrongen dat niet elke regering dezelfde is en dat sommige overheden beter zijn dan andere. Ik zag gewoon op straat dat de regering de rechten van haar onderdanen niet altijd respecteerde.”
Tijdens de genocide in Rwanda zaten jullie heel dichtbij, in Kenia. Merkten jullie er iets van?
„We wisten dat het gebeurde. Thuis stopten we tijdelijk met het eten van vis. De dode lichamen dreven allemaal naar het Victoriameer. De vissen kropen erin. Maandenlang werden er in vissen sieraden en andere voorwerpen gevonden die van mensen afkomstig waren.”
Cool
In 1996 vestigde de familie Chynoweth zich in Florida in de Verenigde Staten. Gezien zijn paspoort was dit wel altijd Jims vaderland geweest, maar toch had hij er moeite mee zich aan te passen. „Ik werd heel hip en heb zelfs een tijd een ringetje in mijn wenkbrauwgehad. Niet dat ik het mooi vond, maar ik moest en ik zou echt Amerikaans cool zijn.
Dit was een overreactie op onze tijd in Afrika. Toen kwamen we eens in de drie jaar op verlof in Amerika. Al op de luchthaven merkte ik dan dat mijn kleding en mijn kapsel weer helemaal uit waren. Vooral als tiener vond ik dat heel moeilijk.
Toch waren die eerste jaren in Floria geestelijk gezien mijn beste tijd. Ik was altijd in een christelijke omgeving geweest. Maar nu moest ik op school mijn eigen keuzes maken en verdedigen. Dat was heel goed voor me. Ik wandelde werkelijk met de Heere.
Uiteindelijk ben ik een tck geworden, een ”third culture kid”. Veel kinderen van diplomaten en zakenmensen zijn dat. Ze zijn opgegroeid tussen de cultuur van hun ouders en hun buitenlandse omgeving. Dat geeft een enorme strijd om identiteit. Mijn beste vriendschappen heb ik vaak met andere tck'ers. Mensen met een breder perspectief die niet zijn opgesloten in een gemiddelde stad.”
Trots en angst
Toen Jim 16 was, vestigde het gezin zich in het vaderland. „Om te bewijzen dat ik een stoere Amerikaan kon zijn, meldde ik me als reservist bij de mariniers.”
Op 31 januari 2000 stapte hij binnen in een gewelddadige en agressieve machocultuur. „Het had natuurlijk niets te maken met de zaligsprekingen. Met zwakheid werd hier afgerekend. Maar de kans op avontuur bezorgde me een enorme opwinding. We bestudeerden uitgebreid de geschiedenis van onze eenheid. Wij zouden de eer hooghouden. Trots en angst waren daarbij sterke drijfveren.”
Vond u het mooi?
Chynoweth trekt een brede grijns. „Deels wel. Ik sloot me aan bij het elitekorps omdat ik op zoek was naar identiteit en respect. Maar ik haatte de bureaucratie. Je leerde dat je op bevel alles deed. Het is ook een banale cultuur, vol met drank en vechten, seks en vuile grappen. Dat het nog eens oorlog zou worden, leek niet waarschijnlijk. Bovendien was mijn eenheid na de Tweede Wereldoorlog slechts tien maanden actief geweest. Ook de uitrusting betekende veel voor me. Nog steeds voel ik me zonder wapen soms naakt.”
In Chynoweths christenhart sluimerden wel enkele vragen rond het gebruik van geweld. „Dat besprak ik eens met mijn pastor. Hij wees me op het Schriftwoord dat de „staat het zwaard niet tevergeefs draagt.” Daarmee waren mijn vragen beantwoord.”
Opwinding
De kans op oorlog groeide ineens door de aanslagen op 11 september 2001. „Ik keek op de universiteit naar de tv, met mijn hand op mijn mobieltje. Ik verwachtte direct een oproep. Het bleef echter stil. Gevoelsmatig kwam het na de inval in Afghanistan dichterbij. Ik begon me al te verdiepen in het Farsi en het Arabisch. Een voetbalteam dat altijd oefent, wil ook graag een wedstrijd spelen. Zo wilde ik graag vechten voor de eer van de mariniers. Meer dan voor het Amerikaanse volk.”
De tocht naar Kabul ging dus aan Chynoweth voorbij. Maar de troepenopbouw voor Irak ging door. „Op 19 januari 2003 kwam de oproep. Dagenlang trilde ik van opwinding. Binnen vier weken stond ik in Koeweit. Snel bouwden we de zaak daar op. We waren een kleine macht. We noemden onszelfde de punt van een speer.”
Was u niet bang?
„Jawel. Ik had drie angsten. Allereerst dat ik zou worden getroffen in mijn geslachtsdelen. Een hand missen, prima, maar niet dat. Verder was ik bang dat mijn gezicht verminkt zou raken. Mijn derde angst was door chemische wapens te worden bestookt.
Dat laatste was niet denkbeeldig. Onze eenheid zat vlak achter de frontlinie en had het opruimen van mogelijk chemisch materiaal als taak. In de woestijn van Koeweit trainden we dat ook. We dachten zeker dat Saddam deze wapens zou gebruiken. Dat maakte me bang.”
Antistoffen
In de nacht van de 19e maart werd Chynoweth wakker gemaakt. „Pack your bags - we go to war”, werd er geroepen. De manschappen klommen in hun voertuigen en zetten koers in noordelijke richting, naar de grens. Onderweg troffen ze sporen van de strijd in 1991. Nog nooit zag Chynoweth een landschap dat zo zwaar was verwoest als de woestijn van Koeweit en Irak.
Bij de grens gaf de officier opdracht beschermende kleding tegen chemische wapens aan te trekken. Chynoweth hing zijn gasmasker links, de handschoenen rechts. De vele onderdelen van de uitrusting maakten een eind aan zijn lenigheid.
Hij wist hoe het werkte. Het gasmasker hadden ze getest met traangas. De kleding zou ook veel stoffen tegenhouden. Zou hij echter merken dat zenuwgas begon door te dringen, dan zaten er antistoffen in zijn zak. Hij zou een injectienaald door zijn broek heen steken en zichzelf inspuiten.
Even voorbij de grens wees een maat op een bord: „Geen Amerikaan mag hier voorbij.” Een lachsalvo golfde door de eenheid. Als stoute jongens reden de mariniers door. „De tocht kreeg iets avontuurlijks.”
Het hoofddoel van de operatie was zo snel mogelijk in Bagdad te zijn. „Het bevel luidde: Vaart maken. Ik zat boven op een truck achter een machinegeweer. Soms was de tocht gruwelijk saai, het volgende moment weer spannend. Elke voorbijganger moesten we in één oogopslag inspecteren. Droeg iemand legerschoenen, dan werd hij direct neergeschoten. Iedereen kon je vijand zijn.
Onze opmars verliep te snel. De bevoorrading kon het niet bijhouden. Algauw was er te weinig eten. We gingen, tegen de regels in, over op voedsel voor humanitaire doelen. Ik verloor vijf pond per week. Ik sliep ook maar twee of drie uur per nacht.”
Hoe kan een opmars te snel verlopen?
„Washington dacht: Hoe sneller we in Bagdad zijn, hoe minder schade en verlies van levens. Alles kreeg daardoor zo'n vaart dat de havens in Koeweit het niet konden bolwerken. Ons was al op diverse plaatsen in Amerika een stalen plaat voor in ons scherfvest beloofd. Later zou die in Koeweit komen. Uiteindelijk gingen we zonder pantser voor onze borst de oorlog in. Alles ging te snel.”
De omstandigheden tijdens de opmars waren moeilijk. „We leefden constant onder stress en kampten met te weinig slaap. Een maand lang konden we niet douchen. Hoewel onze beschermende kleding veel absorbeerde, was het toch niet lekker. Scheren moest wel, anders sloot het gasmasker niet meer.”
Twijfel
De zonzijde was echter dat er aan het front nauwelijks tegenstand was. „Velen gaven zich over. We lieten hen lopen, in de hoop dat de volgtroepen hen zouden inrekenen. Tegenstand van minder dan veertig man moesten we omzeilen en doorbellen. Stuitten we op wapenvoorraden, dan plaatsten we een kruisje op de kaart en gaven we de positie door. Alles stond in het teken van snelheid.”
Op 8 april, de dag dat Saddams standbeeld neerging, reed Chynoweth Bagdad binnen. „De mensen waren blij ons te zien. Voor kinderen hadden we snoepjes. We kregen thee aangeboden. Slechts hier en daar leefde twijfel.”
Na een paar weken zag Chynoweth het enthousiasme afnemen. „Wij bedienden onder meer controleposten. Het kwam voor dat auto's na stoptekens doorreden. Daarbij zijn hele gezinnen omgekomen.”
Hebt u tijdens de oorlog zelf mensen gedood?
„Ik wilde het wel graag, maar het is nooit gebeurd. Wel bijna. Eens werden we op een kruispunt van alle kanten beschoten. Ik zat boven op ons voertuig achter het machinegeweer. Op het moment dat ik wilde vuren, schoof er juist een tank tussen. Toen heb ik mijn crackers maar opgegeten.
Eens werden wij van achteren beschoten, terwijl voor ons plotseling een herder met zijn schapen de weg overstak. Dat was zeer onveilig. Bovendien hadden eerder mensen in burgerkleding aanslagen gepleegd. Iedereen begon te schreeuwen en tal van wapens werden op hem gericht. Pas op het laatste moment draaide hij zich om. Dat heeft zijn leven gered. Ik zat achter het machinegeweer boven op ons voertuig en zou zeker hebben gevuurd.
In mijn dagboek proef ik nog de frustratie dat ik niet heb kunnen doden. Steeds als ik mijn vinger aan de trekker had, gebeurde er iets onverwachts. Mijn broer zei later tegen me: „Ik heb steeds gebeden dat je niemand zou doden.” Het was duidelijk Gods bewaring.
Sommige militairen hebben wel mensen moeten doden. Maar zij kampten veel langer met nachtmerries. De gevolgen voor jezelf zijn zo veel erger. Maar toch wilde ik, de zendelingenzoon, het zo graag.”
Kick
De sfeer onder de soldaten was ruig, geeft Chynoweth toe. „In het grootste gevaar hebben mensen de meeste lol. Zwarte lol, welteverstaan. Ik stond eens in het veld te plassen, een meter of zes van een dode. Op dat moment lachte ik erom.
Zwarte humor is een manier om de confrontatie met de werkelijkheid tegen te houden. Je hebt niet de emotionele luxe alles onder ogen te zien. Thuis zouden we ons voor zulke walgelijke grappen hebben geschaamd. Je verliest een stukje menselijkheid.
Ik voelde me sterk aangetrokken tot het geweld. Het gaf een kick. Ik genoot ervan toen ik een berg lichamen in een massagraf zag liggen. We waren getuige van verwoesting op een schaal die we nooit eerder hadden gezien. Het verlangen om te doden hoort bij een leven onder dreiging. Een maat van een jaar of 18 had een sterke drang iets te vernielen of een dier dood te schieten.
Als maten zeiden we ”killer” tegen elkaar. Wij waren echt niet de vredestichters uit de zaligsprekingen. Ook geen bevrijders van Irak. Moordenaars waren we. Als mariniers vierden we het geweld.
Het was ook een smerig leven. Elke nacht sliepen we in een gat in de grond. Onze huid was zwart van stof, rook en kruitdamp. Nog steeds heb ik last van schuttersdoofheid. Maar al deze dingen doen je trots toenemen. Door de dreiging word je dapperder dan alle anderen.
Ik was er ook vast van overtuigd dat ik zou sneuvelen. Het was alleen nog de vraag wanneer. En hoe. Ik hoopte dat het niet te veel pijn zou doen.
We deden ons best ons te gedragen zoals onze voorbeelden. Om net zulke helden te worden moesten we in dezelfde houding op de foto. Net als in films over de Vietnamoorlog knipten we de mouwen van de shirts en trokken die als een bandje met een tekst om onze helm. Ik schreef erop: ”Born to kill”. Pas als we er net zo uitzagen als in de film, was het echt oorlog. Tijdens vuurgevechten schreeuwden we tegen elkaar: „Dit lijkt wel net als in een film.” Dan waren we pas echt trots.”
Stank
Chynoweths eenheid bleef ongeveer een maand in Bagdad. Toen trokken ze weer naar een basis in het zuiden. „Stukje bij beetje leverden we daar onze gevechtsuitrusting in. Voor het eerst gingen we onder de douche. Maar toen kwam het vuil eruit. Onze speciale kleding had het al die weken geabsorbeerd. Iedereen stonk verschrikkelijk. Ik kreeg er ook diarree. Via Koeweit gingen we terug naar Californië.”
Hoe was het om terug te zijn?
„Moeilijker dan ik dacht. Ik had vrij lang nachtmerries. Ik ging er 's nachts vaak per auto op uit. Ook dronk ik te veel. Het meeste ben ik te boven gekomen. Slechts een paar keer per jaar heb ik nog een nachtmerrie van Irak. Het leven werd wel heel anders. Ik was altijd student geweest, maar nu was ik veteraan. Veel collega's hadden het moeilijker. Een werd zelfs door zijn ouders het huis uit gezet. Uiteindelijk leefde hij enkele maanden in het bos. Anderen hebben zelfmoord gepleegd.”
De weekwisseling voordat hij werd opgeroepen, had Chynoweth een aardige vrouw leren kennen. „Tijdens de oorlog heb ik haar steeds geschreven. Pas na mijn terugkomst kregen we echt verkering en in 2004 zijn we getrouwd.”
Zou u opnieuw gaan?
„Het is zo'n belangrijke ervaring voor me geweest, dat ik me niet kan voorstellen die niet te hebben gehad. Het zou zijn alsof ik een arm moest missen. Misschien publiceer ik ook nog eens mijn dagboeken.”
Was het een rechtvaardige oorlog?
„Persoonlijk zeg ik: Nee. Ons land was niet in gevaar. Het werd natuurlijk gerechtvaardigd door de bevrijding die dit de mensen in Irak zou brengen.
Ik herinner me dat we in Bagdad een gevangenis inspecteerden en daar op de muren teksten aantroffen zoals: „God, help ons!” Een andere eenheid trof daar later nog een hoop uitgehongerde lichamen. Saddam was echt een schurk. Maar er zitten wereldwijd zo veel schurken in paleizen.”
Had de invasie dan niet moeten verlopen?
„Inderdaad. Het had in elk geval anders moeten gaan. Nu verliep de oorlog chaotisch. Men had er twee keer zo veel mensen op af moeten sturen en langzamer moeten oprukken.”
Hebt u een verklaring voor het ontbreken van de massavernietigingswapens?
„Misschien vinden we die later nog. Ik heb nooit een land gezien dat zo door graafwerk is aangetast als Irak. In die onmetelijke woestijn zou het best ergens kunnen liggen.
Wij hebben wel een uitrusting voor chemische oorlogvoering gevonden. Ook is er bevel gegeven de chemische wapens af te vuren. Het Iraakse leger verkeerde dus tot het laatst in de veronderstelling dat die wapens er waren. Het is dan niet verbazend dat ook de VS dachten dat er chemische wapens waren. Verder laat ik het aan de historici over.”
Kunt u begrijpen dat Bijbelgetrouwe christenen achter president Bush en zijn oorlogsvoering stonden?
„Door het tweepartijensysteem is in de VS alle politiek gepolariseerd. Bush was de christelijke president, dus die moest je volgen. Aan de andere kant was alles fout. Er werd niet gebeden voor wijsheid voor de president, maar voor de troepen.
Voor veel christenen was de oorlog een abstract idee. Als je echt oorlog hebt gezien, praat je anders. Stel de vragen over oorlog en vrede eens aan een Sudanese pastor. Dan krijg je heel andere antwoorden dan van een welvarende dominee in Florida. In Sudan zie je dode mensen, ontmoet je angst. Ik denk dat ook voor de evangelicalen in Amerika de oorlog heel lang een abstractie was. Totdat er echt bloed ging vloeien.
Achteraf is voor mij veelzeggend dat mijn grootvader -die in de Tweede Wereldoorlog bij de bevrijding van Europa betrokken was- fel tegen de oorlog was. Hij wist wat het was. Maar hij sprak daar -tot grote jaloezie van de familie- alleen met mij over toen ik uit Irak terug was.
In het koninkrijk van God staan ootmoed en dienstbaarheid centraal. Dat zijn heel andere waarden dan die je in de krijgsmacht leert. Als christen in uniform kun je niet zomaar je wapen richten op iemand en tegelijk vol zijn van barmhartigheid. No way.”
Is de christelijke leer van de rechtvaardige oorlog dan misschien niet Bijbels?
„Hierover ben ik in onzekerheid geraakt. Misschien is er wel plaats voor oorlog. Als iemand anders mensen moet doden omdat christenen dat niet willen doen, verandert dat natuurlijk niets. Dan is het hart van die ander vol van haat.”
Dus rest ons alleen nog het pacifisme?
„Tja. En dan Hitler laten doen wat hij wil. Dit is de crux van het probleem. In theorie is het mooi. Maar ik weet niet wat ik zou doen als mijn eigen gezin onder vuur zou komen te liggen.”
Momenteel bent u ontwikkelingswerker in Colombia. Van ”hard power” naar ”soft power”. Nogal een stap voor een stoere Amerikaanse marinier.
„Misschien. Ik denk dat ik altijd iets wil doen dat groter is dan ikzelf. Mijn vrouw en ik hadden enkele opties. Ik heb een achtergrond in de communicatie en zij is verpleegkundige. Op die manier konden we mensen helpen en het Koninkrijk van God helpen opbouwen.
Ik wilde nooit, zoals mijn ouders, zendeling worden. En zeker niet van giften leven. Maar op een dag lazen we in Mattheüs 5 dat we gezegend worden als we onszelf verloochenen. Laat God ons dan maar gebruiken.”
Ref.Dagblad 14-03-08






