door Gijsbert van den Brink
Als veel mensen elkaar naar aanleiding van peilingen napraten, wordt wat ze zeggen soms vanzelf waar. Dat mechanisme zouden we de 'wet van De Hond' kunnen noemen en gaat bijvoorbeeld ook op bij berichten over kerkverlating of het geloof in God.
Hoe Maurice de Hond zijn peiling-uitslagen precies samenstelt, beschouwt hij als het geheim van de smid. Maar kenners menen dat hij kleine schommelingen in de populariteit van politieke partijen bewust net iets te sterk aanzet. Daardoor lijkt het al snel dat, bijvoorbeeld, de PvdA overduidelijk op winst staat. Iedereen begint daar dan over te praten, met als gevolg dat steeds meer mensen aangeven op de PvdA te gaan stemmen. Bij zo'n winnende club wil je immers wel horen. Bij de volgende peiling haalt De Hond vervolgens zijn gelijk binnen: zie je wel, inderdaad een significante stijging voor de PvdA! Dat heeft dan opnieuw een aanzuigende werking, enzovoort. Op een uitgekiende manier zou via de beeldvorming de werkelijkheid worden beïnvloed.
Een ander voorbeeld van dit mechanisme vinden we in de spreekwoordelijke leegloop van de kerken. Wie nagaat hoe lang ons nu al voorgehouden wordt dat 'de kerken leeglopen' kan zich er alleen maar over verbazen dat nog steeds niet iedereen weg is. Je hebt van die gemanipuleerde lachfilmpjes van een kleine tent waaruit voortdurend nieuwe mensen te voorschijn komen. Het houdt maar niet op. Zo blijven de kerken in de gangbare beeldvorming maar leegstromen, en je vraagt je in gemoede af hoe al die vertrekkende mensen er eigenlijk ooit in gepast hebben.
Complexer
In werkelijkheid verlopen dit soort processen veel complexer. Het is bijvoorbeeld niet waar dat elk jaar 60.000 mensen voor de Protestantse Kerk bedanken. Dat getal is ooit ergens opgedoken, en sindsdien neemt iedereen het over. Laatst had iemand zelfs doorberekend dat dus elke week 1250 mensen besluiten deze kerk vaarwel te zeggen. In gedachten zie je ze dan alle 1250 tegelijk hun bedankbrief schrijven, puntje van de tong naar buiten, boos, teleurgesteld, verbitterd: Weg met die PKN! Maar zo is het dus niet. Die 60.000 zijn voor het overgrote merendeel gelovige mensen die overlijden. Het punt is dat hun plaatsen niet door anderen worden ingenomen. Voor een deel is dat een demografisch probleem: ook in protestantse gezinnen worden de laatste decennia steeds minder kinderen geboren. En voor een ander deel zit het probleem zoals bekend in falende geloofsoverdracht.
Maar met die geloofsoverdracht gaat het natuurlijk niet beter wanneer de beeldvorming de werkelijkheid uit het gelid blijft trekken. Want wie wil er nog bij zo'n kennelijk almaar leeglopend instituut horen? Dan word je als jongere liever evangelisch. Of helemaal niets. Waardoor dus, net als bij de peilingen van De Hond, de werkelijkheid achter de beeldvorming gaat aanlopen. Laatst was er een onderzoek waaruit bleek dat het enigszins meeviel met de terugloop in de Protestantse Kerk. Je zou dan dus een originele kop in de kranten verwachten: 'Toekomst PKN rooskleuriger dan gedacht'. Maar nee. De koppen bleven, ook in deze krant, onverminderd somberen. Nu beweer ik niet dat het uitstekend gaat met de kerken en dat de boodschappers het probleem zijn. De werkelijkheid is ernstig genoeg. Dat is echter geen reden om er via vertekenende beeldvorming nog een schepje bovenop te doen.
Bezwijken
De wet van de Hond gaat ook op een ander terrein op: dat van de intellectuele kredietwaardigheid van het christelijk geloof. Dankzij de ijver van spraakmakende atheïsten verandert de beeldvorming hieromheen de laatste jaren razendsnel. Het geloof in God zou bijkans bezwijken onder de harde feiten die de wetenschap op tafel legt, terwijl het atheïsme vele malen redelijker zou zijn.
Als je dat maar vaak en hard genoeg roept, gaan vanzelf allerlei mensen het geloven - waardoor ze God loslaten, en zo de indruk versterken dat het met het geloof inderdaad niet veel soeps is. Het was dan ook zeer terzake dat de Gereformeerde Bond zijn ambtsdragersvergaderingen dit najaar wijdde aan de apologetiek, de verdediging van het christelijk geloof.
Niet dat dat geloof niet gekweld wordt door intellectuele problemen. Maar dat wordt het atheïsme net zo goed. De nauwkeurige afstemming (de zogeheten finetuning ) van het universum bijvoorbeeld past veel beter bij het geloof in een scheppende God dan bij het atheïsme. Terecht legt Alister McGrath daar, eerst in zijn Gifford Lectures en nu ook in zijn Groningse optreden, de vinger bij.
Dat is geen kwestie van krampachtig nog ergens in de wetenschap een plekje willen openhouden voor God, maar van zo reëel mogelijk omgaan met de bekende gegevens. Calvijn heeft nog altijd een punt met zijn stelling dat iedereen wel zo'n beetje kan weten dat God bestaat, terwijl de echte sensatie van het geloof veelmeer in de christologie zit, dus in de verbazingwekkend genadige verschijning van deze God in Jezus Christus. Dat is pas echt wat je noemt een openbaring. Maar voor het overige moeten christenen zich door de huidige beeldvorming vooral niet laten aanpraten dat ze van die buitensporige dingen geloven.
Dr. G. van den Brink is bijzonder hoogleraar namens de Gereformeerde Bond aan de Universiteit Leiden en universitair hoofddocent dogmatiek aan de Vrije Universiteit.
Ned.Dagblad 14-09-09






