„Moeders die fulltime voor hun kinderen zorgen hebben een positief effect op de ontwikkeling van het menselijk kapitaal van kinderen.”
Ouders die hun kinderen fulltime thuis verzorgen, leveren een belangrijke bijdrage aan de opbouw van menselijk kapitaal, betoogt Allan Carlson. Zorg voor kinderen zou gezien moeten worden als werk waar een beloning tegenover moet staan.
Vóór de industriële revolutie werkten verreweg de meeste mensen op de plek waar zij woonden, of het nu was op de boerderij, in de winkel van de ambachtsman of in het vissersdorp. Hoewel het bestaansniveau lager lag, had deze eenheid van het leven rond de thuiseconomie voordelen. De rolverdelingen waren duidelijk: mannen en vrouwen werkten beiden om het kleine gezinsbedrijf gaande te houden, waarbij ieder zich richtte op de taken die het best bij hem of haar pasten. Kinderen waren in deze productieve thuissituatie vaak welkom als potentiële arbeidskrachten, en de zorg voor hen paste bij het natuurlijke levensritme.
De opkomst en de snelle verspreiding van fabrieksmatige productie begon in Europa rond 1800 en had een enorm gevolg voor het gezinsleven: het haalde werk en thuis uit elkaar. De vader kwam in de ene fabriek terecht, de moeder in een andere, en oudere kinderen soms in een derde.
Gezinsloon
Aan de industrialisatie kleefden verschillende grote nadelen. Zo was er geen natuurlijke voorziening voor zwangerschap, het geven van borstvoeding en de zorg voor kleine kinderen. Het hebben van kinderen werd daardoor voor ouders eerder een probleem dan een pluspunt. Een van de gevolgen was een scherpe afname van het kinderaantal. Een ander gevolg was het zoeken naar nieuwe structuren om te voorzien in de benodigde zorg voor kinderen.
Aan het einde van de negentiende eeuw gingen veel Europese landen over op een systeem van ”gezinslonen”. Vrouwen trokken zich terug van de arbeidsmarkt en getrouwde mannen kregen voldoende salaris om hun gezin te onderhouden. Meer recent krijgt collectieve zorg voor kinderen, bijvoorbeeld via kinderopvang, de voorkeur als oplossing voor het kindzorgprobleem van de industrialisatie. Ook zijn er voorzieningen gekomen voor ouderverzekeringen of betaald ouderschapsverlof.
Geen van deze oplossingen is echter helemaal bevredigend. Hoewel het gezinsloon veel positiefs heeft gebracht, berustte het op beperkingen voor vrouwen ten aanzien van onderwijs, werkgelegenheid en loon. Het werkt ook niet voor gezinnen zonder mannelijke kostwinner. Collectieve kindzorg blijkt niet optimaal voor de ontwikkeling van kinderen en verzekeringen zijn prijzig.
Twee problemen die met elkaar te maken hebben, bemoeilijken het beleid op dit punt. In de eerste plaats houden modellen voor economische activiteit te weinig rekening met investeringen in menselijk kapitaal. Deze term omvat de kennis, vaardigheden, gezondheid en persoonlijkheidskenmerken van mensen die hen in staat stellen deel te nemen aan het economische verkeer. Economische groei op de lange termijn hangt af van dit soort investeringen. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat moeders die fulltime voor hun kinderen zorgen een positief effect hebben op de ontwikkeling van het menselijk kapitaal van kinderen. Zulke kinderen presteren bijvoorbeeld beter op school.
Thuisproductie
In de tweede plaats zorgen deze modellen voor een misleidend beeld van economische groei. Een Amerikaanse studie stelt dat als we de marktwaarde berekenen van onbetaald werk dat thuis wordt verricht, de waarde van de productie in een gemiddeld huishouden 70 procent is van het nettogezinsinkomen. Deze waarde is het hoogst voor gezinnen met jonge kinderen die thuis worden verzorgd. Een andere poging om de thuisproductie te meten komt uit Australië en heet het ”bruto huishoudproduct”. Dit blijkt ongeveer even groot te zijn als die van de goederen en diensten in de markteconomie.
Omdat marktproductie wel meetelt in economische statistieken en thuisproductie niet, wordt de overgang van een kind van gezinszorg naar institutionele zorg gerekend als economische groei en geldt de omgekeerde beweging als een economische afname. Dit ontmoedigt ouders om te investeren in het menselijk kapitaal van hun kinderen en onderwaardeert het werk dat ouders thuis verrichten.
In diverse EU-landen zijn in de afgelopen jaren de diverse vormen van betaald ouderschapsverlof voor moeders en vaders uitgebreid. Zweden kent het meest uitgebreide systeem. Een andere vorm van kindzorg die ook veel voorkomt, is dagopvang in een groep. Geen van beide systemen biedt hulp aan niet-werkende ouders.
Oudertoelage
Elf EU-landen geven echter enige steun na afloop van het ouderschapsverlof, zodat ouders fulltime voor hun jonge kinderen kunnen zorgen. Zo'n beleid erkent de waarde dat voltijds zorg voor kinderen het menselijk kapitaal vergroot.
Tsjechië biedt hierin het modelprogramma. Een ouder die ervoor kiest na afloop van een ouderschapsverlof voltijds te zorgen voor zijn of haar kind, kan aanspraak maken op een oudertoelage –variërend van 300 tot 450 euro per maand– tot het kind vier jaar oud is.
Een ander voorbeeld van innovatief beleid is een wet die in 1994 in Zweden werd aangenomen. Voor ieder kind jonger dan vier jaar waarvoor ouders voltijd thuis zorgden, gold een kindertoeslag van 2000 kroon (250 euro) per maand. Tegenover de jaarlijkse kosten van 24.000 kroon voor de zorg thuis, stonden gemiddelde kosten van 80.000 kroon voor kinderopvang.
Deze regeling bleek enorm populair. Binnen zes maanden liep het aantal kinderen in de reguliere kinderopvang terug van 56 naar 30 procent. Zeventig procent van alle Zweedse gezinnen die in aanmerking kwamen voor de regeling, maakte er gebruik van. De maatregel voorzag dus duidelijk in een behoefte, terwijl het de overheid geld bespaarde. Helaas werd de wet door een regeringswisseling in 1995 ingetrokken, maar hij blijft een model voor de toekomst.
De meeste van deze systemen van oudertoelages in de EU hebben een gemeenschappelijke beperking. De toelages komen via het stelsel van sociale zekerheid en zijn alleen beschikbaar voor mensen die gewerkt hebben en dus belasting hebben betaald. Voltijds zorg voor kinderen is daardoor op de lange termijn geen alternatief voor betaald werk in de markteconomie.
Een duidelijke oplossing is om voltijds zorg voor kinderen binnen een huwelijksverbintenis te beschouwen als werk waar een beloning tegenover moet staan. Dat is een voldoende basis om een ouderzorgtoelage toe te kennen, die vastgesteld kan worden op een bepaald deel van een gemiddeld maandloon
Gezinsautonomie is het nieuwe vereiste dat alle vormen van beleid zouden moeten respecteren. Betaalde en onbetaalde vormen van ouderschapsverlof, kindertoeslagen, belastingvoordelen die toenemen met het kinderaantal, parttimewerk, steun voor de zorg voor kinderen –variërend van kinderopvang tot ouderlijke zorg thuis–, al deze voorzieningen hebben hun plek in een flexibel gezinsbeleid.
Telewerken
Een heel interessant vooruitzicht is dat nieuwe technologieën kunnen helpen om de kloof tussen werk en thuis voor een deel te overbruggen. De economie van de toekomst wordt steeds meer gedecentraliseerd. De computer heeft de thuissituatie al een enorme economische kracht gegeven. Telewerken staat nog in de kinderschoenen, maar biedt enorme mogelijkheden voor de toekomst. Internet biedt thuisbedrijfjes een potentiële wereldwijde markt. Miljoenen banen zijn al verplaatst naar de thuissituatie. Zo'n verschuiving verkleint ook de ecologische voetafdruk van alle betrokkenen.
Het publieke beleid moet deze historische verschuiving aanmoedigen, want ze kan gezinnen alleen maar ten goede komen. Bovendien kan deze gedeeltelijke overbrugging van de grote kloof tussen werk en thuis ook bijdragen aan verkleining van de vruchtbaarheidskloof die de sociale en politieke samenhang en de fiscale stabiliteit van Europa bedreigt.
De auteur is directeur van de Family Studies van The Howard Center in Rockford, Illinois, en oprichter van de World Congress of Families-beweging. In augustus spreekt hij op het vijfde World Congress of Families in Amsterdam.
Ref.Dagblad 24-07-09






