door Ruud van Dijk
Verkiezingsfraude en onderdrukking in Iran, bomaanslagen in Irak, nieuwe atoomproeven in Noord-Korea en onbuigzaamheid in Israël.
De visie van president Barack Obama op een nieuwe Amerikaanse rol in de wereld, die hij dit jaar in een aantal idealistisch en optimistisch getoonzette toespraken heeft verwoord, stuiten soms hardhandig op een weerbarstige werkelijkheid.
Elke nieuwe Amerikaanse president krijgt een 'honeymoon': een beginperiode waarin velen geduld met de pas aangetreden regeringsleider hebben, omdat een nieuwe regering nu eenmaal tijd nodig heeft om greep op de zaken te krijgen. Obama gebruikte deze periode onder meer om op te roepen tot een kernwapenvrije wereld en om moslims wereldwijd een uitgestoken hand te bieden.
Op andere terreinen, bijvoorbeeld Afghanistan-Pakistan, lagen Obama's initiatieven meer in het verlengde van het beleid van zijn voorganger. Maar in het algemeen hebben de president en zijn minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton toch duidelijk een nieuw begin in de Amerikaanse buitenlandse politiek aangekondigd. Clinton verklaarde bijvoorbeeld in de verhouding met Rusland graag de 'resetknop' te willen gebruiken en zij heeft bondgenoot Israël herhaaldelijk gewaarschuwd dat de bouw van nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever nu echt moet ophouden.
Compromissen
Obama's en Clintons ideeën werden in binnen- en buitenland vaak welwillend ontvangen, en zo niet, dan werd kritiek toch omzichtig naar voren gebracht. Maar de honeymoon is nu na vijf maanden voorbij. Zo zien steeds meer Amerikanen de economische crisis als Obama's probleem en niet meer als de erfenis van Bush. Het respect blijft overigens wel, net als de hoge verwachtingen die velen koesteren omtrent de hervormingsgezindheid van de president. Maar de nuchtere constatering dat ook Obama zich tot teleurstellende compromissen gedwongen zal zien en niet alle grote problemen zal kunnen oplossen (zeker niet tegelijkertijd) wint terrein.
Vooral aan het buitenlandse front komt een deel van Obama's retorisch voor het voetlicht gebrachte plannen nu in zwaar weer. De kritiek op hem en zijn adviseurs zwelt aan.
Sommige beslissingen van de president brengen flinke risico's mee. De terugtrekking van Amerikaanse troepen uit de steden en dorpen van Irak is een voorbeeld. Die aftocht, nodig voor een onafhankelijk Irak, kan het geweld daar opnieuw doen oplaaien. Dat zou dan voor Obama's rekening komen, ook al was hij tegen de oorlog en ook al wil hij de Amerikaanse rol daar verkleinen.
Bij Iran ligt het anders. Voorop staat natuurlijk dat het nauwelijks mogelijk is om van buitenaf werkelijk invloed te hebben op ontwikkelingen in deze islamitische politiestaat. En Obama's hoofdoverweging bij de recente confrontaties tussen het regime en zijn critici, namelijk het vermijden van elke indruk van Amerikaanse inmenging, getuigde van wijsheid. Maar de president had het regime in Teheran onlangs nog uitgenodigd tot een dialoog, als onderdeel van zijn bredere strategie van 'engagement' met politieke tegenstanders.
Realisme gaat daarbij vóór ideologie, in tegenstelling tot de meer confronterende aanpak van Bush. Door in de eerste week van de demonstraties in Iran dit realisme ook publiekelijk te belijden (er zou volgens Obama weinig verschil bestaan tussen het nucleaire beleid van de radicale Ahmedinejad en de gematigde Mousavi), wekte de president echter de indruk onverschillig te staan tegenover de wensen van de Iraanse demonstranten en werd hij kwetsbaar voor kritiek.
Dictators
Ook Obama maakt fouten en een uitgestoken hand van deze populaire politicus kan door dictators nog altijd gemakkelijk worden genegeerd, iets wat Kim Jong-Il in Noord Korea met een flinke dosis roekeloosheid bereid is te bewijzen. Hetzelfde geldt in veel gevallen voor de autoritaire en cynische regeringen van grote mogendheden als China en Rusland. Zakenpartners als ze zijn van de mullahs hadden beide grootmachten er vorige maand geen moeite mee de Iraanse verkiezingszwendel als legitiem te erkennen. Minder gedreven door ideologie of religieus extremisme staan ze echter ook open voor Obama's pragmatisme, getuige bijvoorbeeld de ogenschijnlijk
productieve Amerikaans-Russische gesprekken over een nieuw kernwapenakkoord. Ook elders liggen kansen voor Obama en Clinton om de VS een constructieve en in veel gevallen leidende rol te geven. Zo kondigde Washington onlangs aan weer ambassadeurs te zullen sturen naar Syrië en Venezuela. Syrië lijkt zich minder op Iran te oriënteren dan voorheen, wat ook elders in het Midden-Oosten positieve uitwerkingen kan hebben.
Dat de harde werkelijkheid Obama's retoriek hier en daar inhaalt, betekent dan ook niet dat het nieuwe Amerikaanse buitenlandse beleid tot mislukken is gedoemd. Obama's verbod op het martelen van gevangenen in de 'oorlog tegen terreur' en de komende sluiting van het gevangenkamp in Guantanamo Bay hebben hem al veel goodwill bezorgd. Clintons zakelijke, pragmatische diplomatie lijkt eenzelfde effect te hebben. Succes is echter net zo afhankelijk van wat anderen doen als van het eigen beleid en zal daarom wisselend zijn. Maar dat het moeilijk zou worden, was te verwachten. Geen enkele honeymoon is blijvend.
Dr. Ruud van Dijk doceert nieuwste geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.
Ned.Dagblad 01-07-09






