„Het komt erop aan trouw Christus te volgen midden in het barre, gebroken bestaan.”
Kerken die de Schrift en de gereformeerde belijdenis liefhebben, moeten zich geroepen weten om ook legerpredikanten uit te zenden, stelt ds. P. L. D. Visser. Ook in de geseculariseerde omgeving van de krijgsmacht blijkt Gods Woord levend en krachtig te zijn en de gereformeerde theologie vitaal, is zijn ervaring.
Als legerpredikant heb ik de recente discussie in deze krant tussen dr. C. S. L. Janse en ds. G. Bikker met gemengde gevoelens gevolgd. De eerste is van mening dat krijgsmachtpredikanten een afspiegeling vormen van de Nederlandse kerken in den brede en dat daarmee hun confessionele integriteit allerminst gewaarborgd is. Ds. Bikker wijst deze stelling als insinuerend van de hand en merkt tevens op dat uitgerekend kerkgenootschappen waarin veel RD-lezers gevonden worden geen bijdrage leveren aan het korps van krijgsmachtpredikanten.
In verband met dit laatste vind ik het verheugend dat de Hersteld Hervormde Kerk zich recent heeft aangesloten bij het gezelschap van zendende kerken. Hopelijk zal dat in de nabije toekomst leiden tot de daadwerkelijke uitzending van één of meer krijgsmachtpredikanten. Het voorbeeld van de Hersteld Hervormde Kerk verdient navolging. Kerken die de Schrift en de gereformeerde confessie liefhebben zouden zich geroepen moeten weten om ook predikanten voor de zielszorg onder militairen uit te zenden.
Dopers trekje
De praktijk is echter anders. De kerken die zich tot de gereformeerde gezindte rekenen, roeren zich in het algemeen niet bijster wanneer het gaat om de uitzending van krijgsmachtpredikanten. De Christelijke Gereformeerde Kerken, waartoe ik zelf behoor, leveren momenteel (slechts) 3 van de 52 predikanten.
Ik begreep dat voor de vacatures van 2008 er vanuit het predikantenkorps van de Christelijke Gereformeerde Kerken geen belangstelling was. Een enkele collega die zich tot de Gereformeerde Bond rekent voegde zich recent bij het gezelschap krijgsmachtpredikanten. Naast predikanten met een evangelische achtergrond (7) is er een aantal gereformeerd vrijgemaakte (4) en Nederlands gereformeerde (1) collega's. De meerderheid van confraters (37) is afkomstig uit de Protestantse Kerk in Nederland.
Hoe zou het komen dat er geen predikanten uit andere segmenten van de gereformeerde gezindte dienstdoen? Is het de onwil van de kerkverbanden om zich te voegen bij het veelkleurige gezelschap van zendende kerken? Komt het omdat de nood (maar hoeveel echte nood is er eigenlijk?) van de kerken het niet toestaat aan een bijzondere roeping gehoor te geven?
Zien predikanten op tegen de uitzendingen naar het buitenland die bij Defensie aan de orde van de dag zijn? Of steekt hier wellicht een dopers trekje de kop op: de wereld buiten de kerk is het gebied van de zonde, daar kun je je beter niet mee inlaten?
Houdt het misschien verband met het afleggen van een zekere status die met het ambt gepaard gaat? Als krijgsmachtpredikant beweeg je je doorgaans in wapenrok. Je probeert als Paulus ”allen alles” te worden. Je bent niet meer ”de dominee” in stemmig kostuum die respectvol gegroet wordt door de gemeenteleden in het dorp, naar wie velen uitkijken of hij weer eens een bezoekje komt afleggen.
Authentiek
In de krijgsmacht is het allemaal zo anders. Je wordt beoordeeld op je persoon, niet op de kleur van je gewaad want met het uniform onderscheid je je niet. Het komt erop aan om trouw Christus te volgen midden in het barre, gebroken bestaan. Voor de mannen en vrouwen telt vooral of je daden met je woorden in overeenstemming zijn.
Een laatste oorzaak van het feit dat relatief weinig predikanten uit de gereformeerde gezindte bij Defensie dienen, zou gelegen kunnen zijn in het idee dat de geseculariseerde krijgsmacht geen plaats is voor een Verbi Divini Minister. Het is waar, het vereist veel pastoraal en theologisch inzicht om de levensverhalen van de militairen authentiek te verbinden met Gods Woord, want de secularisatie is ver voortgeschreden. De in de gemeente gebruikelijke werkvormen floreren niet binnen Defensie. Wat catechiseren genoemd zou kunnen worden komt alleen in een-op-eencontact soms voor. Preken onder militairen is in de praktijk beperkt tot oefening en uitzending.
En toch... In het veelvuldig voorkomende pastorale contact, in de militaire gevangenis en in de kleine Bijbelkring blijkt Gods Woord levend en krachtig en de gereformeerde theologie vitaal te zijn. Niet zelden is het mogelijk om voor het eerst in iemands leven de Bijbel te openen en te bidden. Zo geeft de Heilige Geest ongedachte openingen.
Bijbelkring
Nog één vraag die mij bezighoudt: waar blijven de christelijke militairen? Ik zie en hoor hen zo weinig. Ligt dat aan mij?
Ik werk op een kazerne (Garderen/Stroe) met duizenden militairen. Op de wekelijkse Bijbelkring in de lunchpauze komen we met enkele personen bij elkaar. Geweldig is dat; we kunnen in dat verband veel voor elkaar betekenen. Maar... zijn er geen anderen?
In de militaire wereld is het belangrijk iets van de gemeenschap der heiligen te beleven. Dat geeft krijgsmachtpredikanten ook een geestelijk klankbord en dat komt hun werk ten goede. Wat mij betreft: laten christenen in het leger het contact zoeken met de krijgsmachtpredikanten en zien wat er mogelijk is om elkaar tot hand en voet te zijn.
De auteur is legerpredikant.
Ref.Dagblad 18-05-09






