door Jan van Benthem
Nog twee dagen, dan vindt de eerste psychologische en tegelijk politieke krachtmeting plaats tussen de Amerikaanse president Obama en de Israëlische premier Netanyahu. 'Iedere Israëli of Amerikaanse Jood die Obama niet steunt tegenover Netanyahu is of misleid, lafhartig of hypocriet'.
Ze is er toch nog, Tzipi Livni, de voormalige Israëlische minister van Buitenlandse Zaken en leider van de grootste partij in Israël, Kadima. Een paar dagen voor de huidige premier Netanyahu voor het eerst zijn opwachting in het Witte Huis zal maken bij president Obama, geeft zij de aftrap voor wat deze ontmoeting volgens haar moet benadrukken: er is geen tijd meer te verliezen voor het bereiken van een vredesakkoord met de Palestijnen inclusief het vestigen van een eigen Palestijnse staat. ,,We moeten het onvermijdelijke niet langer uitstellen'', vindt Livni.
Maar voor Netanyahu doet Livni er niet zo erg toe. ,,Er is geen oppositie meer in dit land, geen vredeskamp, geen potentieel andere leider of alternatieve regering die de koers van deze natie kan omkeren'', klaagt Larry Derfner in de Jerusalem Post. ,,De enige loyale oppositie is Obama''. En die wil waar Netanyahu het maar niet over wil hebben: een Palestijnse staat, en wel snel.
Overplaatsen
Toch is dit lang niet de enige tegenstelling die maandag tijdens de ontmoeting tussen beide leiders een rol zal spelen. Er is een hele reeks, voor een belangrijk deel dezelfde waarover Bush al met de premiers Sharon en Olmert van mening verschilde, als de uitbreiding van de nederzettingen en van nieuwe stadswijken van Jeruzalem. Dat Netanyahu een vredesakkoord voorlopig niet zit zitten, was ook al wel bekend. Maar de laatste week is er een nieuw element bijgekomen, uitgesproken door de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Lieberman.
Tijdens zijn recente bezoek aan Europa zei Lieberman tegen zijn Italiaanse collega Franco Frattini dat, als er een Palestijnse staat zou komen, de Arabische minderheid in Israël zelf daar ook wel naartoe kon worden 'overgeplaatst'. Hij zag het 'Cypriotische model' als een voorbeeld om het Arabisch-Israëlische conflict op te lossen. Net als de Griekse bevolking uit het Turks-Cypriotische deel van het eiland werd verdreven en de meerderheid van de Turks Cyprioten uit het zuiden wegtrok naar het in 1974 door Turkije bezette gedeelte, ziet Lieberman het 'overplaatsen' van de Arabische Israëli's als een weg tot vrede. Sinds de overplaatsing van de Grieken naar het zuiden en de Turken naar het noorden van Cyprus is er op het eiland volgens Lieberman ,,veiligheid, economische voorspoed en stabiliteit''.
Hoe lang het heeft geduurd voor Frattini zijn van verbazing opengevallen mond weer dicht wist te krijgen, is niet vermeld, maar in de EU en ook in de VN geldt 'de kwestie Cyprus' als schoolvoorbeeld van een welhaast onoplosbaar probleem.
Dat Lieberman dit al langer dacht is wel bekend, maar dat hij als minister van Buitenlandse Zaken dit standpunt ook uitspreekt zonder openlijk te worden tegengesproken door Netanyahu geeft het een nieuw gewicht. Kennelijk vertrouwt de huidige Israëlische regering niet de alleen de Palestijnse Autoriteit niet, ook de 'eigen' Arabische Israëlische bevolkingsgroep, twintig procent van de Israëlische bevolking, ziet de regering nu liever vertrekken.
Die houding is in de dagelijkse praktijk terug te vinden. Tijdens de Gazaoorlog vonden er in de Arabische steden en dorpen in het noorden van Israël soms heftige demonstraties plaats tegen het Israëlische optreden. En inderdaad waren daar leuzen te horen die niet bepaald getuigden van sympathie voor de Joodse staat. Van vier mannen uit de Arabische gemeenschap die werden verdacht van 'betrokkenheid bij vijandige activiteiten gericht tegen de staat' heeft de minister van Binnenlandse Zaken Eli Yishai nu het burgerschap ingetrokken.
Dat is een principiële stap. Dit besluit impliceert dat het burgerschap van de Arabische bevolking binnen Israël voorwaardelijk is en door de staat kan worden herzien. Daarmee is er geen sprake meer van gelijkheid voor de wet - precies de ontwikkeling die voormalig premier Sharon voorzag en wilde voorkomen.
Wantrouwen
Dit wantrouwen van de Palestijnen, of ze nu binnen Israël, op de westelijke Jordaanoever of in de Gazastrook wonen, is kenmerkend voor het beleid van Netanyahu. Ze zijn geen partner voor vrede, hooguit voor een vreedzame coëxistentie. Daarmee staat hij mijlenver af van de uitgesproken wil van Obama om het vredesproces nieuw leven in te blazen. Tegelijk is Obama voor de voorstanders van een vredesregeling hun laatste hoop. Dus, zoals in de Jerusalem Post valt te lezen, is volgens hen ,,iedere Israëli of Amerikaanse Jood die gelooft in de tweestatenoplossing maar Obama niet steunt tegenover Netanyahu of misleid, lafhartig of hypocriet''.
Het grote verschil in opvattingen zal maandag nog wel enigszins worden verdoezeld door de grote bezorgdheid over het atoomprogramma van Iran, wat Israël boven aan de agenda wil zetten. Maar Obama wil eerst proberen Iran de hand te reiken en daarvoor is nodig dat hij laat zien, actief te willen werken aan een oplossing van de Israëlisch-Palestijnse kwestie.
Iran doet dat ook en wel op eigen wijze. Gisteren werd bekend dat Egyptische veiligheidstroepen een 'massale wapenopslag hebben ontdekt bij de grens tussen Israël en de Sinaï. De honderden raketten, mijnen, mortiergranaten en ander oorlogstuig was kennelijk bedoeld voor het door Iran gesteunde Hamas. Al eerder heeft Egypte Iraanse agenten opgepakt die vanuit Egypte een wapensmokkel naar hun vrienden van Hamas organiseerden.
Obama wil deze praktijken een halt toeroepen door met Teheran te praten. Israël ziet meer heil in hardere sancties, waarvoor het zich ook hard heeft gemaakt bij de invloedrijke Joodse gemeenschap in de VS.
Maar tot schrik van Israël is de betrokkenheid van die gemeenschap bij de Joodse staat volgens onderzoeken in snel tempo aan het wijzigen. ,,We hebben ons veel te lang gericht op de rijke Joden, om geld voor projecten binnen te halen'' constateert de bekende Joodse zakenman en columnist Isi Leibner. Tegelijk is volgens hem de relatie tussen Israël met de Amerikaanse Joden ,,onderhevig aan aanzienlijke erosie''. De steun voor de Joodse staat is niet meer zo vanzelfsprekend als ze was. Met uitzondering van de Amerikaanse regering, stelt Derfner daar tegenover. ,,Ik vertrouw de betrokkenheid van de Amerikaanse regering bij het welzijn van dit land. En nog meer dan ik Obama vertrouw, vertrouw ik Amerika. Amerika wil dat het Israël goed gaat. Het zal nooit moedwillig de vitale belangen van dit land schade berokkenen.''
Blijft de vraag, hoe Netanyhau echt denkt over een vredesregeling met de Palestijnen, of die volgens hem wel in het belang van Israël is. In ieder geval is een bewindsman binnen de Israëlische regering zestien jaar na de Oslo-akkoorden zover dat hij de Arabische burgers in zijn land het liefst de grens overzet. Om dan nog een mogelijkheid te zien tot een vredesakkoord, zoals de paus bij de afsluiting van zijn bezoek aan het Midden-Oosten verklaarde, vraagt een groot geloof.
Toch was de plek waar hij dat zei een symbool van die hoop: de plaats waar Christus volgens de overlevering na zijn kruisdood is begraven. ,,Het evangelie verzekert ons dat God alle dingen nieuw kan maken'', zei de paus, ook ,,in dit land dat zo dierbaar is voor het hart van onze Verlosser''. Het is de Bijbelse weg die daar in de Grafkerk spreekt, de weg van verzoening. Een woord dat in de politiek helaas weinig meer te horen is
Ned.Dagblad 16-05-09






