door Jasper van de Kerkhof
Na de eerste euforie over het Amerikaanse noodplan voor hulp aan zwalkende banken en verzekeraars nemen de vragen toe. Zo aantrekelijk is een blanco cheque nu ook weer niet.
DEN HAAG - Nu het Congres (de Amerikaanse volksvertegenwoordiging) zich buigt over de vorming van een steunfonds van honderden miljarden dollars, stapelen de twijfels zich op. En dat terwijl er nauwelijks alternatieven voorhanden zijn.
Kern van het Amerikaanse plan is de vorming van een overheidsfonds waarin banken en verzekeraars hun 'rommelhypotheken' en daarvan afgeleide producten kwijt kunnen. Minister Hank Paulson (Financiën) heeft er het duizelingwekkende bedrag van zevenhonderd miljard dollar voor uitgetrokken. Vriend en vijand zijn het erover eens dat niets doen - en wachten op de ineenstorting van het financiële systeem - nog veel duurder zal uitpakken.
Eerder al trok Washington miljarden uit om bijvoorbeeld verzekeraar AIG en de hypotheekreuzen Fannie Mae en Freddie Mac voor de ondergang te behoeden, zonder dat daarmee de onrust op de financiële markten tot bedaren kwam.
Aantrekkelijk
Wat het nieuwe plan aantrekkelijk maakt, is dat het niet het symptoom - kapitaalgebrek - maar de bron van alle ellende aanpakt: de opeenhoping van oninbare huizenleningen en daarvan afgeleide producten bij de banken.
Maar de 'blanco cheque' waarmee Paulson de financiële sector uit de brand wil helpen, stuit op kritiek. Niet alleen omdat de belastingbetaler opdraait voor de onverantwoorde risico's die Wall Street heeft genomen, maar ook omdat vooral de Democraten iets terug willen voor hun instemming. Denk daarbij aan hulp voor gedupeerde huiseigenaren en een beperking van de bonussen voor bankiers die hun bedrijf alleen nog dankzij overheidsgeld aan de gang kunnen houden.
Toch zullen de Democraten uiteindelijk wel akoord gaan, al is het maar omdat ze in dit verkiezingsjaar niet de schuld willen krijgen voor het voortwoekeren van de crisis.
Niet ingevuld
Ernstiger is dat het ongekend omvangrijke reddingsplan op essentiële punten nog niet is ingevuld. Dan gaat het bijvoorbeeld om de vraag voor welke prijs de overheid rommelhypotheken - die nu vrijwel onverhandelbaar zijn - mag opkopen en wanneer en tegen welke prijs ze weer de deur uitgaan. Bovendien is volstrekt onduidelijk wat het reddingsplan uiteindelijk gaat kosten. Als de markt voor rommelhypotheken zo blijft, dan kunnen de VS honderden miljarden toevoegen aan hun toch al astronomische staatsschuld. Trekt de markt aan, dan zou de verkoop van de rommelhypotheken later zelfs wel eens winst kunnen opleveren.
Maar het plan móét werken, want veel alternatieven zijn er niet. De club van rijke industrielanden (G7) liet begin deze week doorschemeren aanvullende maartregelen te nemen, als de nood aan de man komt. Maar onduidelijk is welke dat dan zijn, nu het beproefde recept van grootschalige interventies van onder meer de Europese Centrale Bank (ECB) niet de gewenste effecten hebben gehad.
Als het echt tot een dreigende ineenstorting van het financiële stelsel komt, rest maar een oplossing: een (tijdelijke) nationalisatie van alle banken en verzekeraars die zich in de gevarenzone begeven. In dat geval zal ook de Europese belastingbetaler de portemonnee moeten trekken.
---------------------------------
Lenen duurder geworden door crisis
AMSTERDAM - Door de kredietcrisis is lenen de laatste tijd veel duurder geworden. Daarbij valt op dat het verschil tussen dure aanbieders en goedkope uitleners van geld fors is toegenomen, zegt de onafhankelijke vergelijkingssite Independer. Dure aanbieders rekenden in augustus op een lening (doorlopend krediet of persoonlijke lening) een gemiddelde rente van 16,4 procent. Dat is 2,6 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. Bij de goedkopere aanbieders liep de rente gemiddeld met 0,7 procent op naar 6,9 procent.
Independer rekende uit dat bij een lening van 12.500 euro een klant bij de duurste aanbieder 6400 euro meer kwijt is dan bij de goedkoopste aanbieder. Dure aanbieders presenteren de klant vaak een vast maandbedrag. In de praktijk is de looptijd bij deze partijen echter veel langer dan bij de goedkopere aanbieders.
Volgens Independer-directeur Hilhorst rekenen de grotere banken ,,over het algemeen'' hogere tarieven dan de vechtlabels. Bij deze vechtlabels (zoals DSB en Frisia) zou wel een addertje onder het gras zitten. ,,Vaak proberen zij bij de lening aanvullende verzekeringen te slijten. Daarmee verdienen ze veel geld. Het gaan dan om arbeidsongeschiktheids- of overlijdensrisicoverzekeringen. Maar consumenten hebben deze verzekeringen niet altijd nodig.''
ANP
Ned.Dagblad 24-09-08






