AMSTERDAM - Kapitalistisch Amerika trekt zichzelf een socialistisch korset aan. Dat is kort door de bocht gezegd de gedaanteverwisseling die de VS onder republikeins bestuur doormaken.
Volgens de Glass-Steagall Act van 1933 mochten commerciële banken zich niet meer direct met investmentbank-activiteiten bezighouden. Spaarders zouden in de oude constructie te grote risico's lopen en daarom moesten dit soort zaken een eigen identiteit krijgen. Eind jaren 90 veranderde dit onder president Clinton. De schotten tussen beide entiteiten werd met de Gramm-Leach-Bliley Act in 1999 weer weggetrokken. Banken zouden aan zelfregulering doen. Gevaarlijk spel? Eind 2008 worden in sneltreinvaart vrijwel alle 'investment banks' door overspeculatie opgerold; alleen Goldman Sachs lijkt (als Wachovia met Morgan Stanley in zee gaat) nog slechts als enige grote naam in dit segment over te blijven. De 'investment bank' activiteiten van Lehman Brothers zijn afgelopen week door Barclays overgenomen. We zijn weer terug bij af. Bank of America kocht Merrill Lynch en het is nu afwachten wat er met het in problemen geraakte Washington Mutual gaat gebeuren. En dan blijft de vraag: welke ramp volgt er volgende week. Hoe kan het vertrouwen in het financiële systeem worden hersteld dat in zo weinig tijd verloren ging? Met het omvallen van AIG kroop het kapitalistische systeem over de rand van de afgrond. Stelt een Resolution Trust Corporation II de grote wende voor? Hoort daar uiteindelijk ook niet een investeringsplan voor de VS bij: een zogeheten 'New Deal II'? Want de vraag is: kan een grote schuldenaar als de VS zichzelf zomaar uit het moeras omhoogtrekken met de oprichting van een eigen staatsfonds?
We zijn in deze hachelijke omstandigheid terechtgekomen door een systeemfout. In de jaren waarin geld in overvloed aanwezig was en de rente zeer laag stond zijn de kredietteugels verruimd in plaats van strak gehouden. Zo ging het Engelse Northern Rock ten onder omdat deze hypotheekinstelling opeens niet achtmaal het eigen vermogen aan krediet verstrekte maar minstens driemaal zoveel. Datzelfde gebeurde in de VS. Er werd vergeten dat banken niet ongebreideld krediet kunnen verstrekken maar dat ook aan het aantrekken van eigen vermogen gedacht moet worden.
Het ontbrak in de VS duidelijk aan strakke regelgeving. Een tsunami van deconfitures is het gevolg. Gelukkig dat er in Amerika ook nog de nodige goed gekapitaliseerde bedrijven zijn anders was de ramp niet te overzien. Er is in de VS sprake van een solvabiliteitscrisis en het is wachten op nieuw economisch beleid. De korte rente moet niet verder omlaag om nog meer te consumeren maar de besparingen en investeringen (de overheid zal lang geld moeten aantrekken voor infrastructurele werken) zullen moeten toenemen. Meer economische activiteit zal op termijn tot meer inflatie leiden en de lange rente laten oplopen. Op de korte termijn echter lijken door kapitaalvernietiging deflatoire krachten eerder de Amerikaanse economie parten te spelen. Een interessante graadmeter van wat de toekomst van de Amerikaanse economie te wachten staat, is de steilheid van de yieldcurve. Deze was jaren achtereen plat of invers. Deze is de laatste tijd aan het versteilen en de verhouding 10- versus 2-jaarspapier is nu zelfs naar 2:1 omhoog gekropen. Een steiler wordende yieldcurve betekent meer leven in de economie en dat de neiging tot investeren toeneemt. Een steile yieldcurve is ook goed voor banken. Maar voorlopig is tegen de lopende vertrouwenscrisis geen kruid gewassen. Het is in de VS voorlopig wachten op nieuw beleid. Wie er ook de verkiezingen wint begin november in de VS; de VS zal uit een ander vaatje moeten tappen. De tijden van de 'cowboy economy'(overconsumptie en overspeculatie) lijken definitief voorbij. Grote veranderingen staan op stapel. Voorlopig zijn we bezig met de herverdeling van de eigendomsrechten van financiële instellingen en straks ook van de waardevolle industriële bedrijven. De VS moet uit armoede zijn tafelzilver verkopen. Wie biedt?
Telegraaf 19-09-08






