AMSTERDAM - Valutakoersen bewegen zich over het algemeen in langdurige trends. En daarbij komt het, net als bij aandelen, vaak tot overdrijvingen, in de ene of andere richting. In de laatste week van augustus bereikte de euro haar laagste niveau in zes maanden ten opzichte van de dollar. Eind juli was de euro nog 1,60 dollar waard, nu is zij onder de 1,46 dollar gezonken.
Is hier sprake van een trendomkering? Het antwoord is ja. Want de enorme hoogtevlucht van de euro hing ermee samen dat de kracht van de Europese economie sterk overschat werd. Inmiddels is duidelijk dat de risico's voor het eurogebied belangrijk zijn toegenomen en dat de economische groei in 2008 en 2009 zwakker zal zijn dan die in de Verenigde Staten.
Ondanks een vloed aan zwartgallige voorspellingen weigeren de Verenigde Staten in een recessie te vervallen. Hoewel de woningbouw nog maar voor 3,5% aan de economische prestaties bijdraagt tegen 6,3% twee jaar geleden, groeit de Amerikaanse economie gewoon door met een percentage op jaarbasis van bijna 2%.
Veel analisten hebben lang gedacht dat Europa zich van de Amerikaanse woningbouwmalaise zou kunnen loskoppelen. Maar het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Ierland staan nu aan het begin van hun eigen huizencrises, die wel eens geprononceerder zouden kunnen uitpakken als de crisis in de Verenigde Staten.
Het lijkt erop dat de dollar sinds het uitbreken van de kredietcrisis te ver naar beneden is doorgeschoten, juist vanwege de angst dat 'subprime' uitsluitend een Amerikaans probleem is. Nu men beter weet, ligt het voor de hand dat internationale beleggers hun geloof aan de kant zetten dat zij kunnen schuilen in euro- en yen-assets. Als gevolg daarvan kan de dollar voorlopig verder omhoog.
De centrale banken van de opkomende economieën hebben in de afgelopen 12 maanden ongeveer 360 miljard in euro's geïnvesteerd. Maar hun valutareserves nemen intussen duidelijk minder toe omdat de economische groei in de emerging countries verslapt en de prijzen van olie dalen. Dus wordt de vraag naar euro's kleiner en daalt de prijs van de Europese eenheidsmunt.
De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in augustus, bij monde van haar president Jean-Claude Trichet, erkend dat de euroconjunctuur achter blijft bij de verwachtingen. Hoewel de ECB in juni en juli nog liet verluiden de rente te willen verhogen om inflatie tegen te gaan, is daar nu geen sprake meer van. Ook dat betekent steun voor de dollar, temeer daar de Federal Reserve vermoedelijk de rente in kleine stappen gaat verhogen als de Amerikaanse conjunctuur zich relatief gunstig blijft ontwikkelen.
Als de opwaardering van de dollar zich doorzet, worden beleggingen in de Amerikaanse munt weer attractief. De meest eenvoudige manier om daarvan te profiteren is naar de bank te gaan om euro's om te wisselen in dollars. Maar waar moet je die dan laten? Een beter alternatief is een dollarrekening te openen of een dollar-geldmarktfonds aan te schaffen.
Een belegger die optimistisch is over de dollar kan natuurlijk ook denken aan Amerikaanse aandelen. Zelfs als de koersen stagneren, zouden Euro-beleggers toch profiteren van een sterkere dollar.
Tenslotte kunnen beleggers ook naar Europese ondernemingen kijken die een groot deel van hun omzet in de Verenigde Staten boeken en liefst tegelijkertijd hun meeste kosten in euro's betalen. Dan kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de vliegtuigbouwer EADS, die driekwart van zijn omzet in dollars realiseert en nog geen 30% van zijn kosten in dollars afrekent. In Nederland kan gedacht worden aan dollargevoelige aandelen als Aegon, Ahold, ASML, Elsevier, Wolters Kluwer.
Fin.Telegraaf 27-08-08






