door Hans Amesz
Amerikaanse centrale bankiers slaan alarm. Enkele leden van de Federal Reserve Board (Fed) vrezen dat een langer durende en ernstige economische neergang niet kan worden uitgesloten.
Redenen daarvoor zijn de moeilijkheid voor bedrijven om kredieten te krijgen en de voortdurende zwakte op de huizenmarkt. Bovendien is de Fed bezorgd over de toenemende inflatie.
Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) heeft berekend dat als gevolg van de crisis op de Amerikaanse hypotheekmarkt en andere delen van de kredietmarkten verliezen van bijna 1 biljoen dollar voor financiële instellingen kunnen ontstaan. De crisis zet ook andere sectoren van de economie onder druk, waardoor de groei van de wereldeconomie duidelijk afneemt. Er ontstaat een ernstige financierings- en vertrouwenscrisis die zich over een aanzienlijke periode kan uitstrekken.
Twee jobstijdingen die aantonen dat de op de hypotheekmarkt begonnen crisis nog lang niet voorbij is. Integendeel, er worden steeds meer segmenten van de kredietmarkt aangevreten. Daardoor worden meer leningen niet terugbetaald en ontstaan ook meer afschrijvingen en verliezen. Tot voor kort werd nog gedacht dat dit jaar al volledige openheid van zaken kon worden gegeven over de werkelijke verliezen, maar inmiddels is duidelijk dat dit op zijn vroegst pas midden volgend jaar het geval zal zijn.
En dat geldt alleen als de recessie in de Verenigde Staten niet al te woest tekeergaat en de nieuwe president of presidente erin slaagt ook op de financiële markten een gevoel van verandering teweeg te brengen. Als dat niet lukt, bijvoorbeeld omdat de conjunctuurterugval groter uitvalt dan verwacht, zou de crisis makkelijk nog langer kunnen duren.
Het paradoxale is dat een groot deel van de miljardenverliezen nog niet gerealiseerd is. De bedragen die de banken inderdaad al verloren hebben, zijn nog relatief gering. Het grootste deel van de miljardenbedragen die zo ongeveer dagelijks de voorpagina's halen, bestaat uit voorzieningen die de banken moesten treffen om vermoedelijke of waarschijnlijke toekomstige verliezen uit de handel met waardepapieren op hun balansen te tonen. Hoe hoog die toekomstige verliezen uitvallen, is, als gezegd, nog onduidelijk. Vast staat alleen dat de betreffende waardepapieren (kredietderivaten) tegen marktprijzen gewaardeerd moeten worden – en die dalen voortdurend.
Ondanks de voortdurende onzekerheden hebben de financiële markten het vooral de week na Pasen goed gedaan. Veel beleggers rekenen er kennelijk op dat het ergste achter de rug is. Wellicht is die hoop mede ingegeven door de opmerking van bestuursvoorzitter John Mack van investeringsbank Morgan Stanley dat hij weer licht aan het einde van de tunnel ziet. De problemen in de hypothekenhandel en met de vastgelopen verkoop van kredietrisico's zouden hun einde naderen.
Dat is, als gezegd, veel te vroeg gejuicht. Dat houdt ook in dat er rekening mee moet worden gehouden dat het op de aandelenmarkten in het verloop van dit jaar nog zeer turbulent zal toegaan. De markt heeft weliswaar talrijke slechte berichten al in de koersen verwerkt, toch moeten de risicofactoren onveranderd hoog worden ingeschat. Niet te onderschatten is dat de prognoses voor de bedrijfswinsten waarschijnlijk veel te optimistisch zijn. Voor bijvoorbeeld de Amerikaanse Standard & Poor's-500-index wordt uitgegaan van een winstgroei van ruim 14%. Dat lijkt niet realistisch.
Wat zouden beleggers kunnen doen? Het beste is waarschijnlijk het voorbeeld van de legendarische Amerikaanse investeerder Warren Buffett te volgen die juist in crisistijden en perioden van dalende koersen naar langetermijnkansen zoekt. Bijvoorbeeld de financiële – en energiewaarden kunnen nu kansrijk zijn.
Hans Amesz is onafhankelijk beleggingsdeskundige
Fin.Telegraaf 09-04-08






