PEKING - Reddingswerkers hebben na een zware aardbeving in de West-Chinese provincie Qinghai zeker negenhonderd mensen levend onder het puin vandaan gehaald. Dat meldden Chinese staatsmedia woensdag. Minstens vierhonderd mensen kwamen om het leven door de beving, die een kracht had van 6,9 op de schaal van Richter, en die werd gevolgd door een reeks hevige naschokken.
Het aantal gewonden zou boven de tienduizend liggen. Het was de zwaarste beving in de regio sinds 1976. De schade is groot. Veel wegen zijn beschadigd of geblokkeerd door aardverschuivingen en elektriciteitskabels zijn geknapt, aldus lokale functionarissen.
Het epicentrum lag 10 kilometer onder de grond in het district Yushu, ongeveer 500 kilometer ten zuidwesten van de provinciehoofdstad Xining, meldde de Britse omroep BBC. Meteen na de beving lagen veel mensen nog onder het puin van ingestorte panden in het bergachtige gebied.
De autoriteiten stuurden duizenden militairen en reddingswerkers naar de getroffen regio. De infrastructuur is echter beperkt in deze uithoek van China, niet ver van de grens met Tibet. Tijdens het bewind van Mao Zedong (1949-1976) werden politieke tegenstanders van het communistische regime naar dit onherbergzame en zeer dunbevolkte gebied verbannen.
Veel hulpverleners moeten met hun blote handen aan de slag, meldden Chinese media. Dat was ook het geval na de verwoestende aardbeving in Sichuan in 2008 met tienduizenden doden. Daar werd het pas mogelijk om met materieel te graven toen voor veel mensen de kans op overleving al was verkeken.
De Chinese autoriteiten stelden omgerekend ruim 29 miljoen euro beschikbaar voor noodhulp aan de slachtoffers. Namens de Europese Unie bood voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie de Chinese overheid hulp aan. „Ik ben zwaar geschokt en droevig door het nieuws over de aardbeving. De Europese Commissie wil haar solidariteit uitdrukken met het Chinese volk en de autoriteiten”, aldus Barroso in een verklaring
Telegraaf 14-04-10






