door Albert-Jan Regterscho
WESTMAAS – Drie personeelsleden overleefden de ramp met de Turkish Airlines-Boeing. Toch zit de schrik er nog flink in bij het bedrijf Van Iperen in Westmaas. Directeur Dirk Bakker van het toeleveringsbedrijf voor de land- en tuinbouwsector: „Het heeft ons bepaald bij de tijdelijkheid van het leven.”
Ze waren op de terugweg van een zakenreis naar Turkije. Drie collega's: Lenie, Koos en Richard. De laatste mankeerde niets en kon gisteren al naar huis. Lenie volgde donderdagmorgen. Koos ligt nog met verwondingen in het ziekenhuis, maar is volgens artsen buiten levensgevaar.
„Ik heb een moment de zwartste scenario's voor ogen gehad”, zegt directeur Bakker. Rond halftwaalf hoorde hij dat er personeel van zijn bedrijf in het verongelukte toestel zat. „Gelukkig bleek al snel dat ze alle drie nog in leven waren.” Aanvankelijk waren er vooral zorgen over Koos, die met stoel en al vastzat in de modder.
Op het kantoor van Van Iperen in Westmaas (Hoeksche Waard, 45 medewerkers) ontstond meteen een koortsachtige situatie, aldus de directeur. „Iedereen wilde het laatste nieuws weten. Collega's klonterden samen rondom computers waarop we met z'n allen nieuwswebsites volgden.”
Al snel belde ook de Turkse leverancier van bloemenhoezen, waarnaar de drie op zakenreis waren geweest. „Zij hadden kort voor het vertrek onze mensen nog gesproken en waren net zo erg geschrokken als wij.”
De foto van Lenie, die gehuld in een blauwe deken en goudkleurig folie door een akker stapt, zagen de collega's al snel op diverse nieuwssites staan. Bovendien werd haar relaas op de site van deze krant met meer dan gemiddelde interesse gelezen. Bakker: „Direct na het gebeurde zei ze: „Ik heb God gedankt dat we gespaard zijn gebleven. Dat hebben we ons hier terdege gerealiseerd.””
In haar ooggetuigeverslag gaf Lenie aan hoe onduidelijk de situatie de eerste momenten na de crash was. „Ik dacht: hoe komen we hier uit? Links was rook te zien, dus ben ik met de collega naast me snel aan de rechterkant van het vliegtuig naar buiten gestapt.”
De medewerkster van Van Iperen deed haar relaas anderhalfuur na het ongeluk met de Boeing. Ze zag het als een „groot wonder” dat zij en haar collega's gespaard werden. „Als het vliegtuig iets later was neergekomen waren we midden op de A9 geland.”
Haar collega Richard reageert vanmorgen opgelucht dat hij en zijn collega's het er levend vanaf hebben gebracht. „Ik heb last van mijn ribben en heb een blauw oog. Verder lijkt het mee te vallen.”
Lenie en Richard verbleven na de ramp nog ongeveer een uur bij het toestel. „Ik ben op zoek gegaan naar wrakstukken om de stoel van Koos mee los te wrikken uit de grond. Uiteindelijk lukte dat pas met hulp van de brandweer. Samen hebben we gewacht tot Koos op de brancard lag. Daarna zijn wij naar de loods gegaan waar overlevenden werden opgevangen.”
De vertegenwoordiger werd gisteravond door collega's naar huis gebracht. Zijn gezin leefde toen al urenlang intens mee met de slachtoffers. „Mijn vrouw en twee kinderen zijn erg geschrokken. Van mijn dochtertje mag ik nooit meer vliegen.”
Samen met zijn vrouw dankte hij woensdagavond de Heere voor de bewaring van hem en zijn collega's. „Wij hadden net zo goed op de stoelen kunnen zitten waar degenen zaten die zijn omgekomen. Het is een wonder dat we er nog zijn.”
Ref.Dagblad 26-02-09






