door Rien Meijer
AMSTERDAM - Over de operationele gang van zaken bij de Nederlandse banken en verzekeraars maken analisten zich weinig zorgen. Als zij vanaf maandag een inkijkje geven in hun resultaten over het tweede kwartaal, staan daarom drie vragen centraal: hoe groot zijn de afschrijvingen op allerlei complexe kredietproducten, hoeveel wordt er afgeboekt op de eigen, flink in waarde gedaalde aandelenportefeuille en – in het geval van Fortis – moet er wellicht óók nog worden afgeschreven op de goodwill van het vorig jaar overgenomen ABN Amro?
Om met Fortis te beginnen: de bankverzekeraar, die maandag het cijferseizoen van de (deels) Nederlandse financials aftrapt, wordt momenteel door alle plagen van Egypte getroffen.
Van alle kanten duiken geruchten op – het ene met meer waarheidsgehalte dan het andere – maar dat de bankverzekeraar opnieuw zal afboeken op de zogeheten structured finance portefeuille en de aandelen die het voor eigen rekening aanhoudt, lijkt zeker. Waarom? Omdat Fortis dat op 26 juni – bij de inmiddels beruchte aankondiging van maatregelen om de financiële positie op orde te brengen – zelf al aankondigde. Vlák voor het einde van het tweede kwartaal dus.
Daarop baseert analist Paul Beijens van Theodoor Gilissen zijn verwachting dat Fortis maandag een nettowinst van €654 miljoen zal presenteren, inclusief een afschrijving van €190 miljoen op de kredietportefeuille. Dat is een stuk minder dan het concern over het eerste kwartaal afboekte, opnieuw in lijn met de aankondiging van eind juni. Analisten sluiten echter allerminst uit dat er óók zal worden afgeschreven op de circa €19 miljard die werd betaald voor de goodwill van ABN Amro en op de aandelenportefeuille.
En dat laatste dan ook via de verlies- en winstrekening. Dit leidde onder meer bij de grote herverzekeraar Munich Re onlangs al tot een winstwaarschuwing. Volgens Renate Brand van SNS Securities schrijven de boekhoudregels van IFRS echter voor dat afboekingen ten laste van de winst komen – én van de zo belangrijke solvabiliteitsratio – als de waarde van de aandelen 'significant' of 'langdurig' onder de aankoopwaarde ligt. „De interpretatie laat IFRS een beetje over aan hoe conservatief de onderneming ermee omgaat”, zegt Brand. „Maar in de regel geldt zes tot twaalf maanden als een langere periode en wordt een koersdaling van 20 tot 25 procent als significant gezien.”
En dat geldt natuurlijk evengoed voor de branchegenoten Aegon (dat aanstaande donderdag zijn kwartaalcijfers presenteert), ING (13 augustus) en SNS Reaal (14 augustus). „Veel verzekeraars komen door de dalende aandelenmarkten onder druk te staan. De kans bestaat dat daardoor meer afschrijvingen volgen”, aldus Beijens. Met name de relatief kleine bankverzekeraar SNS Reaal zou hier volgens hem wel eens door geraakt kunnen worden, als gevolg van de overname van de Nederlandse tak van verzekeraar Axa – ínclusief diens aandelenportefeuille.
Wat SNS Reaal echter voor heeft op ING en met name verzekeraar Aegon, is dat het een echte Nederlandse speler is en dus weinig last heeft van de zwakke Amerikaanse dollar (en het dito Britse pond) en de vertraging van de Amerikaanse economie. Terwijl Aegon en de wat meer regionaal gespreide bankverzekeraar ING voor een belangrijk deel van hun onderliggende winst zijn aangewezen op de VS. Desondanks gaat Beijens (Theodoor Gilissen) ervan uit dat het patroon uit het eerste kwartaal – tegenvallende nettowinsten, maar méévallende operationele resultaten – zich in de komende cijferreeks van de Nederlandse financials zal herhalen. Maar, stelt Brand van SNS, elk resultaat zal lager zijn dan dat van een jaar eerder
Fin.Telegraaf 02-08-08






