RIEN MEIJER
AMSTERDAM (DFT) - Je zult maar een AEXbelegger zijn – of erger nog: een spaarder – en al die verhalen lezen over de fabelachtige rendementen die met name in China voor het oprapen liggen. Of is dat maar schijn? Óf ben je als kleine particulier eigenlijk al weer te laat om een graantje mee te pikken van de groei in de 'opkomende landen'? Een aantal do's en don'ts volgens beleggingsexperts.
Over één ding zijn de deskundigen het snel eens: ook als kleine particulier kun je prima in opkomende landen als China beleggen, maar direct op de beurs van Hongkong handelen is slechts voor een handjevol weggelegd. Een hoop gedoe en bovendien is daarvoor een valutarekening noodzakelijk. „Alleen daarmee ben je in de praktijk al bijna duurder uit dan als je via een fonds belegt”, zegt voormalig Robeco-topman Jaap van Duijn. Op opkomende markten (emerging markets) gerichte beleggingsfondsen dus – wel iets duurder dan bijvoorbeeld een fonds met Nederlandse aandelen – en daarvan is het aantal de laatste tien, vijftien jaar flink uitgebreid.
„Elke zichzelf respecterende aanbieder heeft inmiddels wel een Chinafonds en een emerging marketsfonds”, weet Freddy van Mulligen van beleggingsonderzoeker Morningstar. De vraag bij beleggers is navenant. „Ik vermoed dat er de laatste jaren wel de nodige miljarden in zijn gestoken.” De behaalde rendementen zijn volgens Van Mulligen ronduit 'hoog': „Als ik in onze database zoek op alle fondsen met China in de naam – dat zijn er een stuk of honderd – krijg ik over het afgelopen jaar een gemiddeld rendement van 36 procent. En die rendementen zitten allemaal redelijk dicht bij elkaar.”
Maar elke belegger kent natuurlijk de wijsheid over in het verleden behaalde rendementen. En hoewel het er 'fundamenteel nog steeds goed uitziet' in de opkomende markten, zijn er grote twijfels of de aandelen in met name China en India niet te duur zijn geworden. „China zou ik nu niet in beleggen, daar is het wel heel hard gegaan”, stelt Van Duijn, die daarbij wel aangeeft sowieso 'geen cent in een apart landenfonds te steken'.
Een gespreid mandje opkomende markten als Brazilië, Rusland, India, China en Turkije verdient volgens hem de voorkeur. „Al die landen hebben het kenmerk dat het jonge democratieën zijn, als het al democratieën zijn, en dat ergens dus altijd wel iets gebeurt. Maar nooit in al die landen tegelijk.” Ondanks dat de Postbank juist deze week het zogenoemde garantieproduct China Garant lanceerde, gelooft ook Postbanks hoofd marketing beleggen Arnout Bloys van Treslong in de geneugtes van spreiding: „Je hebt dan niet alleen het China-risico in je portefeuille.”
En er zijn wel wat specifieke risico's van dit land te bedenken. Allereerst dus de fors opgelopen koersen, al toont de laatste anderhalve maand al een correctie. Daarnaast is er volgens Van Duijn niet altijd een verband tussen de economische groei in een land en de ontwikkelingen op de beurs. „Je moet ook kijken wat er op de beurs genoteerd staat. Dat is vaak niet representatief voor de economie.”
De oud-Robecoman wijst op de situatie in Sjanghai een aantal jaren terug. „De beurs werd daar beheerst door voormalige staatsbedrijven en die behoorden nou net tot de slechtst presterende.” Zo kon het gebeuren dat de beurs van Sjanghai, ondanks de economische groei, jarenlang slecht presteerde. Het feit dat de overheid van veel bedrijven nog een hoop aandelen achter de hand heeft die het naar de beurs kan brengen, vormt ook een risico.
Het onderscheid tussen Sjanghai en Shenzen enerzijds en Hongkong anderzijds is een ander punt van aandacht. De beleggende Chinezen waren tot voor kort 'veroordeeld' tot de eerste twee, terwijl Hongkong gold als de 'internationale' beurs. Omdat de rijker worden Chinezen zich de laatste jaren massaal op de beurs hebben geworpen, zijn de koersen in Sjanghai nog verder de pan uitgerezen dan die in Hongkong. Terwijl het in veel gevallen om dezelfde bedrijven gaat. Zodra de beperkingen voor de Chinezen zelf worden opgeheven, zal dit er volgens Bloys van Treslong toe leiden dat de koersen in Hongkong stijgen naar het niveau van Sjanghai. Wat Van Duijn betreft, kan het echter net zo goed andersom gaan.
En Van Duijn heeft nóg een reden om juist over China terughoudend te zijn: de Olympische Spelen, die deze zomer in hoofdstad Peking plaatsvinden. „Met name in ontwikkelingslanden is dat een enorme showcase, waarvoor alles uit de kast wordt getrokken. Daarna zie je dan vaak een terugval in de investeringen en is het einde van de pret. Een bekend voorbeeld zag je in 1964 op de beurs in Tokio, na de Olympische Spelen daar.”
bron: Fin.Telegraaf 05-01-08






