Boemelen langs kloosters en zigeuners
Door JANNEKE VOS
EUROPA Wie nog van ongerept Roemenië wil genieten, moet opschieten: op het platteland staan de ossen nog in het span, maar het land ontwikkelt zich in sneltreinvaart.
Op het Roemeense platteland is een uitstapje met paard-en-wagen nog favoriet.
Na Arad zijn de vlaktes met wintertarwe, klaver en knalgeel koolzaad een verademing. Zoals veel Roemeense steden lijdt de industriestad onder de oersaaie, fantasieloze betonnen bouwstijl uit de tijd van het communistische bewind.
Hoog tijd om op zoek te gaan naar het échte platteland, waar kinderen en varkens rondscharrelen tussen hooioppers, en de melk nog direct van de koe komt.
Het efficiëntst bereis je Roemenië met de auto, maar het land heeft van oudsher ook een uitgebreid railnetwerk, in handen van de Societatea Nationala a Cailor Ferate Romane, kortweg de CFR.
Reizen per trein is goedkoop en de steden en grote delen van het platteland zijn redelijk goed bereikbaar. Wie verder wil doordringen, maakt gebruik van autobussen, (maxi-)taxi's of de duim, een nog steeds veelbeproefd middel voor een groot deel van de Roemeense plattelandsbevolking.
'Treinen' in dit land is een aparte ervaring. Veel treinen in Roemenië zijn sterk verouderd. Er komen wel steeds meer nieuwe, veel snellere treinen, maar veelal reis je met ouderwetse treinstellen, in grote coupés met leren banken, waar je diep in wegzinkt.
Veel trajecten duren vier uur of langer; Roemenië is groot en op het spoor worden zelden topsnelheden gehaald. Wie naar uithoeken wil, zoals het noordelijke Maramures, moet daar minimaal een dag voor uittrekken.
In Vadu Izei, een dorp in deze provincie, is de familie Borlean de aanjager van het plattelands-toerisme Reteaua Verde ('Het groene net'). Een project om de boeren aan een stukje extra inkomen te helpen, want met de zich snel ontwikkelende economie van Roemenië en de daarmee gepaard gaande schaalvergroting, is de toekomst voor de kleine boeren uiterst onzeker geworden.
Om dan te kiezen voor toerisme is ook geen sinecure, legt Ion uit. ,,Je moet aan verschillende eisen voldoen, diploma's halen. Dan moet je investeren in je huis, want het is geen kwestie van ergens een bed neerzetten. De bank schiet ons niets voor. Je moet dus zelf investeren.''
Toch is het concept in Maramures en andere delen van het land aangeslagen. En terecht. Je krijgt er veel voor relatief weinig geld. De kamer bij de Borleans blijkt een compleet appartement, ingericht in de stijl van de streek. Er is geen gas, de familie stookt alles op hout, inclusief het badwater. Een uitstekend werkend systeem, op basis van twee grote spekstenen kachels, sobe's. Als de gastvrouw er 's middags een blokje opgooit, kun je 's avonds in een warm bad.
Ion Borlean is een begenadigd iconenschilder met atelier aan huis. Zijn vrouw Ileana weeft tapijten en maakt kleding van natuurlijke materialen die ze kleurt met behulp van planten. Ze hebben vrijwel elke week gasten, behalve in het voor- en najaar. Ook dat is een risico van toerisme in Roemenië: in de zomer is menig onderkomen uitverkocht, maar daarna pas weer met kerst en oudjaar. En dan duurt het tot Pasen voor de stroom weer op gang komt. In de tussentijd moet je het uitzingen.
Na Vadu Izei gaat de reis per bus - helaas, geen trein op dit traject - naar het noordoostelijk gelegen Boekovina, dat bekend staat als 'het land van de kloosters'. Einddoel is Vatra Moldovitei, dat een van de mooiste kloosters van het land heeft.
Het plaatsje is alleen te bereiken via Sighetu Marmatiei, kortweg Sighet genoemd. Vandaar vertrekt er een bus richting Boekovina. Ook die is in stijl: oud, ronkend, met vale gordijntjes en een chauffeur die tussen het roken van vele sigaretjes door de cassettes met manele, vrolijke zigeunermuziek, verwisselt.
Ruim drie uur boemelt de bus door de heuvels. Wie moet plassen moet dat even melden, dan doet de chauffeur de deur open en mag je de berm in.
Helaas blijkt de bus niet verder te rijden dan Borsa, honderd kilometer vóór Vatra Moldovitei. De eerstvolgende bus gaat pas de volgende ochtend. Dat betekent een onverwachte overnachting in hotel Het Hert, dat alleen 's avonds de verwarming stookt. Het is er steenkoud totdat om half acht het ronkende monster in de kelder tot leven komt en de buizen vol warm water borrelen.
Het uitzicht vergoedt veel: vanuit de hotelkamers kijk je op een van de twee grote skipistes die het dorp telt. Borsa trekt veel wintersporters, vooral Fransen en Engelsen, vertelt de eigenaar van Het Hert. Boven in de bergen ligt nog steeds sneeuw. Het is dan ook aanmerkelijk kouder dan in de rest van Roemenië.
De volgende ochtend is het wachten op de bus tevergeefs: er komt niets opdagen. Daarom gaat de duim omhoog. Liften werkt in deze contreien goed: al snel stopt er een vrachtauto. Houttransporteur Addie is onderweg naar het veertig kilometer verderop gelegen Carlibaba.
Het dorp oogt met z'n vier huizen en een grote houtvesterij als een nederzetting in de binnenlanden van Noorwegen. Er wordt veel hout gekapt, zowel voor de binnenlandse markt als voor de export. Maar het is in de eerste plaats een prachtig en zeer gewild gebied voor de toerist, veelal nog uit Roemenië zelf. Maar er komen er steeds meer, vertelt Addie, en inderdaad: vandaag passeren er enkele Oostenrijkers en Letten.
Ook in de houthandel gaat het goed. Addie heeft zich net een stevige fourwheeldrive aangeschaft, voor de lol, in zijn vrije tijd. Je ziet in heel Roemenië steeds meer 'dikke wagens' rondrijden; geslaagde Roemenen etaleren hun rijkdom graag.
De vaak kleurrijk uitgedoste paard-en-wagens komen daardoor steeds meer in de verdrukking. De regering probeert het vervoer per carouche aan banden te leggen, omdat het door de toenemende verkeersdruk te gevaarlijk is. Over een paar jaar zal er op de openbare weg geen paard meer te zien zijn. Begrijpelijk en vast verstandig, maar toeristisch gezien een verlies.
De kloosters van Boekovina, het noordwestelijk deel van de regio Moldavië, zijn een begrip. Als je zélf met de auto bent, kun je ze alle vijf in een dag bezoeken, maar ze verdienen meer aandacht. De buitenmuren zijn beschilderd met fresco's en ook de interieurs zijn zonder uitzondering prachtig. Volgens kenners zijn alleen al deze kloosters de reis naar Roemenië waard.
Georghe en Doina Boca in Vama zijn ook aangesloten bij Reteaua Verde. Georghe is tekenleraar aan de plaatselijke school en ook voor hen is het toerisme een welkome aanvulling op zijn inkomen. Hij trekt er tegenwoordig steeds vaker op uit om wandelaars te begeleiden op tochten naar de kloosters. Het merendeel van de toeristen is Frans, zegt hij. ,,Er werken veel Fransen in Roemenië, dus dat is goed voor veel mond-tot-mondreclame.''
Ook het aantal Duitsers en Italianen ziet hij beduidend toenemen, onder andere omdat het alpinisme en de wintersport in deze streek populairder worden. ,,Van de kant van de overheid zou er nog veel meer energie in het toerisme gestoken kunnen worden,'' zegt Georghe. ,,Maar er is geen geld voor. Nog niet. Wij zouden hier graag goed bewegwijzerde meerdaagse wandeltochten uitzetten. Daar hopen we in de toekomst geld voor te krijgen, want de toeristenstroom komt nu duidelijk op gang.''
Vanuit Vama rijdt er een bustaxi naar de noordoostelijke stad Suceava. Van daaruit kan weer met de trein worden gereisd. Voor zo'n 20 euro brengt die je rechtstreeks naar Boekarest, een reis van ruim tien uur.
De Roemeense hoofdstad ligt te braden in de veel te warme voorjaarszon, maar de gids in het voormalig paleis van dictator Ceaucescu blijft fris en opgewekt. Het immense paleis waar nu het parlement zetelt en waar al ruim twintig jaar aan wordt gewerkt, is van verre te zien. Twaalf verdiepingen hoog is het, ruim duizend vertrekken groot en dé publiekstrekker van de Roemeense hoofdstad.
De treinreis van Boekarest naar het elegante, gezellige Brasov duurt bijna vijf uur. De oude handelsstad in het zuiden van Transsylvanië heeft Saksische roots en wordt ook wel Kröhnstad genoemd. Taxichauffeur Dani is trots op 'zijn' stad. Hij heeft jarenlang een taxibedrijf in Engeland gehad, maar is een jaar geleden naar zijn geboortestad teruggekeerd. ,,Brasov is een stad met allure, van oudsher. Zeker nu Roemenië in de Europese Unie zit, komen er steeds meer toeristen. Ik weet zeker dat ik de juiste keuze heb gemaakt.''
Het middeleeuwse centrum vormt een goed vertrekpunt voor het gebied ten westen en noorden van de stad. Begrensd door Sibiu (vorig jaar culturele hoofdstad van Europa) in het westen en Sighisoara in het noorden, ligt hier Saksenland, het land van de weerkerken. Het gebied telt zo'n honderd dorpen met vestingmuren, die door de Duitsers zijn gebouwd. De indrukwekkendste weerkerk - bedoeld om aanvallen van de Ottomanen en Tataren tegen te gaan - is die van Viscri; niet voor niets staat deze op de lijst met werelderfgoed van Unesco.
Eveneens op die lijst staat de historische binnenstad van Sighi-soara, de 'geboortestad' van graaf Dracula. Geheel in de lijn der verwachting is in zijn geboortehuis een restaurant gevestigd, want inmiddels neemt het draculatoerisme hier een hopeloze vlucht waar iedereen iets aan wil verdienen.
De onsmakelijkste uitschieters? Draculaschnitzels en vampiercampings.
AD Reizen 13-06-08






