door Jaap van Duijn
Wie een grafiek van de Amerikaanse conjunctuur over de laatste 60 jaar bekijkt, ziet onmiddellijk hoe de uitslagen van de economie door de jaren heen steeds geringer zijn geworden. Daar zijn twee belangrijke redenen voor. In de eerste plaats is de VS, net als Nederland, steeds meer een diensteneconomie geworden, en de productie van diensten fluctueert minder dan de industriële productie. In de tweede plaats is het voorraadbeheer van bedrijven steeds beter geworden, dankzij de informatietechnologie. De uitslagen van de voorraadinvesteringen zijn daardoor ook afgenomen.
Het gevolg is dat kwartalen van negatieve groei in Amerika nu minder voorkomen dan vroeger. In de jaren '50 had je daar nog echte recessies, zoals je bij ons nog echte winters had, maar nu stellen de groeivertragingen en de perioden van negatieve groei niet zoveel meer voor. De laatste 30 jaar zijn er in de VS 10 kwartalen van economische krimp geweest. In de 30 jaar daarvoor kwam negatieve groei gedurende 26 kwartalen voor. Dat waren nog eens tijden.
De vorige recessie, die van 2000-2002, is Amerika heel goed doorgerold, ondanks het barsten van de internetzeepbel, ondanks 11 september en ondanks de boekhoudschandalen die het land teisterden. De onderliggende kracht van de Amerikaanse economie was, dankzij de technologische vernieuwing die de Digitale Revolutie bracht, heel groot. Maar er was natuurlijk ook de Fed die de rente na 11 september tot het depressieniveau van 1% verlaagde.
Met de wijsheid van achteraf kan men zeggen dat de angst voor een inzakkende economie overdreven was en dat de agressieve renteverlagingen onnodig, en uiteindelijk schadelijk waren. Immers, toen werd de basis gelegd voor de huidige crisis, die op de Amerikaanse huizenmarkt. Door de lage rente raakte de economie uit het lood. Gezinnen konden meer besteden, rekenden op blijvende huizenprijsstijgingen en spaarden op den duur helemaal niet meer.
Onevenwichtigheden kunnen niet eeuwig blijven bestaan. Herstel naar normalere verhoudingen betekent dat Amerikaanse gezinnen even niet meer, maar juist minder moeten uitgeven. De hele wereld roept al jaren afkeurend dat Amerikanen maar raak besteden, en de hele wereld zou nu moeten toejuichen als de consumptie van gezinnen zou dalen, zelfs als dat macro-economisch gezien een tijdje negatieve groei zou betekenen.
Maar dat laatste blijkt toch niet de bedoeling te zijn, althans niet van de Amerikaanse centrale bank, de Amerikaanse president en het Amerikaanse congres. En misschien ook wel niet van de rest van de wereld, gezien de forse koersdalingen op aandelenmarkten in Europa en Azië. De laatst bekende data wijzen nog steeds op een onderliggende groei van circa 1 à 1½% van de Amerikaanse economie, maar de patiënt wordt zowel fiscaal als monetair gestimuleerd om toch maar vooral te blijven doorbesteden.
Wat nu gebeurt in de VS is symptomatisch voor wat we overal in het Westen zien. Er mag eigenlijk niks meer fout gaan. Bij de eerste verkoudheid wordt de antibiotica uit de medicijnenkast gehaald. Banken die dreigen om te vallen, wordt de helpende hand toegestoken. Zie Northern Rock. We laten wel de excessen naar boven toe, maar de aanpassingen naar beneden, die nodig zijn om weer in balans te komen, kunnen we kennelijk niet verdragen. Zo wordt de patiënt nooit echt beter. Laat hem toch gewoon uitzieken. En als dat negatieve groei betekent? Welnu, dan is het nationaal inkomen eens een keer niet 100, maar 99 of misschien wel 98. De wereld zal niet vergaan.
Jaap van Duijn is onafhankelijk beleggingsdeskundige.
Fin.Telegraaf 09-02-08






