16 Jan 08, 16:13
door Hans Amesz
Zal er over een paar jaar worden gesproken over de beurskrach van januari 2008? Gaan, met andere woorden, de dramatische koersdalingen op de wereldwijde aandelenbeurzen door? Het lijkt er in ieder geval op dat de verliezen intussen zulke afmetingen hebben bereikt dat ze een eigen leven gaan leiden.
Ga maar na. De Dow Jones-index stond twee weken na de jaarwisseling ruim 6,5% in de min en de technologiebeurs Nasdaq boekte zelfs een verlies van bijna 10%. Binnen drie weken is een beurswaarde van zo'n 800 miljard dollar uitgewist. In Amsterdam is het verlies tot 16 januari al opgelopen tot bijna 9%.
Hoe gaat het nu verder? Als altijd lopen de voorspellingen ver uit elkaar, maar de meerderheid van de analisten en in ieder geval de media denken dat het ergste nog niet achter de rug is. Terwijl het er eind vorig jaar naar uitzag dat de aandelenmarkten de gevolgen van de hypotheken- en kredietcris in de Verenigde Staten min of meer hadden verwerkt, luiden nu ook bij over het algemeen positief ingestelde beleggers de alarmklokken.
Natuurlijk is het terecht dat beleggers vandaag de dag ernstig bezorgd zijn. In economische termen uitgedrukt: de meeste risico's zitten aan wat genoemd wordt de downside. Er is sprake van een scherpe omgekeerde rentecurve in de Verenigde Staten, normaal een goede voorspeller van een recessie. Het consumentenvertrouwen ligt aan barrels, de huizenmarkt is in veel landen welhaast ingestort en de schulden van consumenten zijn over het algemeen behoorlijk hoog.
In de twee belangrijke economieën Amerika en Groot-Brittannië maken de consumentenbestedingen circa 65% van het bruto binnenlands product uit. Als de consumentenuitgaven door de hierboven genoemde oorzaken dus onder druk komen te staan, wordt het echt moeilijk.
Geen wonder dat in dit klimaat overal gezegd wordt dat de voorspellingen van de bedrijfswinsten, zeker in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, maar waarschijnlijk ook in Europa, te hoog zijn. Dan zullen beleggers, zoals we nu al mondjesmaat hebben gezien, teleurgesteld reageren en gaan verkopen, met als gevolg verdere koersdalingen.
Pessimisten leggen de nadruk op de niet eindigende serie van recordverliezen in de financiële sector en voortdurend tegenvallende conjunctuurcijfers. Technische analisten bezweren dat de steunniveaus zijn gebroken en dat daarom de pijlen naar beneden wijzen.
Maar er zijn ook optimisten. Zij wijzen erop dat aandelen, gemeten aan hun koerswinstverhouding en het dividendrendement, nu eigenlijk goedkoop zijn. Ik las ergens een tot de verbeelding sprekende vergelijking met kinderen die nu in de snoepwinkel alles met een reusachtige korting kunnen kopen.
Ik denk dat de markt op dit moment overdrijft en beleggers er het beste aan doen maar gewoon af te wachten. Wie over cash beschikt en aandelen wantrouwt, kan natuurlijk uitwijken naar obligaties (in de hoop dat de centrale banken de rente gaan verlagen), commodities of infrastructuur.
De gigantische veranderingen in de wereldhandelspatronen hebben geleid tot een toenemende vraag naar infrastructuur, met name in het oosten. Om zowel de kosten als de risico's van infrastructuurinvesteringen in wegen, bruggen, spoorlijnen, ziekenhuizen, gevangenissen, scholen, havens, vliegvelden, waterzuiveringsinstallaties te delen, richten overheden zich meer en meer op de private sector. Niet alleen instituten, maar ook particulieren kunnen via diverse kanalen in infrastructuur beleggen, bijvoorbeeld via ICE Capital Global Infrastructure en iShares FTSE/ Macquarie Global Infrastructure 100.
Hans Amesz is onafhankelijk beleggingsdeskundige.
bron:Fin.Telegraaf






