Demografie en economie hebben op het eerste gezicht niet zo veel met elkaar te maken, maar de komende decennia gaat dat wel anders worden. In landen als China, Rusland, Duitsland, Japan, Italië en Frankrijk neemt de vergrijzing hand over hand toe. Dat betekent forse meerkosten voor pensioenen en gezondheidszorg, die gedragen moeten worden door een steeds kleinere groep jonge werkenden.
Omstreeks het jaar 2030 zal China de Verenigde Staten hebben ingehaald als grootste economie ter wereld. Maar de stringente geboortepolitiek in China en de verbeterde gezondheidszorg heeft er dan ook toe geleid dat er een enorm leger oudere Chinezen is. Maar heel weinig jongeren moeten dan de lasten opbrengen voor een bevolking die dan vermoedelijk ergens rond de 1,4 miljard zal zitten (als de huidige, overigens slecht gecontroleerde, regel van één kind per stel effectief blijft).
De rappe Chinese vergrijzing wordt dan ook economisch rampzalig voor het land, zo voorspelde afgelopen december het 'nationale comité voor de studie van veroudering' in Peking.
Het aantal Chinese gepensioneerden verdubbelt in tien jaar tot liefst 250 miljoen op een bevolking van nu 1,3 miljard. Na 2030 breken alle dijken. Nu werken er zes Chinezen voor elke oudere, in 2030 zijn dat er nog twee.
Dat betekent dat er nu al enorme besparingen nodig zijn, maar het is de vraag of de Chinezen ondanks hun uitbundige groei in de komende twintig jaar genoeg kunnen sparen om die klap op te vangen. Vooral als steeds meer mensen van het relatief goedkope leven op het platte land verhuizen naar de veel duurdere steden.
Om niet uit de voegen te barsten móésten de Chinezen de bevolkingsaanwas wel aan banden leggen, maar ze hebben daarmee ook een demografische tijdbom onder hun eigen economische ontwikkeling gelegd. De lont is zo kort dat de eerste effecten al over tien jaar zichtbaar zullen worden. Straks beperkt China de eigen groeimogelijkheden door het leger ouderen en de hoge belastingen en premie- afdrachten die de jongeren moeten ophoesten voor het collectief.
In minder mate hebben ook Rusland en Japan hiermee te maken, maar deze economieën kennen al langer groei, of (in het geval van Rusland) men zit op een goudmijn aan delfstoffen. De nadelige effecten komen hier later aan de orde. India is de enige snelgroeier met een relatief jonge bevolking.
In Europa slaat in landen als Duitsland, Italië en Frankrijk de vergrijzing snel om zich heen. Per saldo gaat die vergrijzing de komende decennia een belangrijke stempel drukken op de economische ontwikkeling. China mag de komende jaren dan ook als een komeet groeien, vele grondstoffen opgebruiken en forse milieuschade teweegbrengen, over twintig jaar gaat de rem er definitief op.
Maar inmiddels is er dan al jaren sprake van een te hoge inflatie door de schaarste aan grondstoffen. Voor de westerse pensioenfondsen betekent dat dat ze hun kapitaaldekkingsreserves drastisch moeten verhogen als die inflatie wordt afgewenteld op de lonen, wat gezien de steeds krapper wordende arbeidsmarkt zeker het geval zal zijn.
Ronald van Gessel Fin.Telegraaf 07-01-08






