AMSTERDAM - Het was natuurlijk veel beter geweest als mevrouw Merkel voet bij stuk had gehouden en het aan het IMF en Griekenland zelf had overgelaten om een schuldensaneringsplan uit te werken. Tenslotte verbieden de Europese verdragen steun van landen aan elkaar en is het IMF uitermate ervaren in het omgaan met schuldenlanden.
Maar een beroep op Europese solidariteit en de angst voor een eurocrisis brachten de grote landen er toch toe om Griekenland geld toe te zeggen. Nederland moet €4,8 miljard uitlenen tegen 5% en die opslag op de Nederlandse lange rente (nu 3,1%) is ook hard nodig, want het is zeer wel mogelijk dat de Grieken uiteindelijk niet alles zullen terugbetalen.
Waarom de noordelijke landen van de EU solidair moeten zijn met Griekenland is onduidelijk. Grieken ontduiken massaal de belastingen en tonen onderling dus geen enkele solidariteit. Hun ambtenaren gaan eerder met pensioen dan de Noord-Europese collega's die ze nu om steun vragen, ze sjoemelen met Brusselse subsidies en ze hebben tegenover de EU een valse voorstelling gegeven van hun begrotingstekort. Kortom, de Grieken hebben elkaar en ons lelijk bedrogen. De steun aan Griekenland moest een eurocrisis voorkomen, maar het lijkt er eerder op dat de ingreep van de EU-landen de echte oorzaak van de eurozwakte deze week is.
Het omgekeerde van wat beoogd werd, is dan bereikt. Ondanks de val deze week is de euro tegen de dollar toch met niet meer dan 7% in waarde gedaald, en is die ten opzichte van die dollar nog steeds ruim 25% meer waard dan op 1 januari 2002, toen de euro als munt werd ingevoerd. Normaal gesproken eisen beleggers in een zwakke munt een hoge rentevergoeding, maar nu de markten tegen de Zuid-Europese landen speculeren daalt de rente op Nederlandse en Duitse staatsleningen juist.
De verschillen tussen de zwakke en de sterke eurolanden komen keurig tot uitdrukking in de renteverschillen en de euro zelf wordt toch kennelijk vooral ook als de munt van Duitsland gezien. Zelfs nu de euro verzwakt, is dat geen probleem. De Nederlandse exporteurs juichen het alleen maar toe. Het grote bezwaar tegen de steun van de EU aan Griekenland is de precedentwerking ervan. Wat zeggen we tegen Portugal, Spanje en Italië als die in de problemen komen, de markten zich tegen hen keren en er voor veel grotere bedragen en tegen hogere rentes gefinancierd en geherfinancierd moet gaan worden? Dan is Griekenland maar het begin en hangen we echt.
Hoe het anders kan bewijzen twee Noord-Europese landen, Ierland en Litouwen. Beide hebben een veel omvangrijkere ombuigingsoperatie in gang gezet dan Griekenland van plan is, maar je hoort ze niet piepen. In Litouwen worden extreme offers gebracht om maar te bereiken dat het land in 2014 de euro mag invoeren. Hoewel de Litouwers hun munt nu gemakkelijk zouden kunnen laten devalueren, hebben ze gekozen voor de harde weg. De overheidsuitgaven zijn met 30% verlaagd, de ambtenarensalarissen zijn met 20% en de pensioenen met 10% gekort.
Alsof dat niet genoeg was zijn ook de belastingen verhoogd. Als het gaat om zaken als solidariteit, verantwoordelijkheidsgevoel en doorzettingsvermogen in economische aangelegenheden, is er een reusachtig verschil tussen Noord- en Zuid-Europese landen. Dat verschil is zo groot dat de vraag is of ze wel in één unie horen.
Jaap van Duijn is onafhankelijk belegggingsdeskundige
Telegraaf 08-05-10






