Met de vuist op tafel
Europa mag dan 'slechts' een monetaire unie zijn, het heeft vannacht wel laten merken dat er eensgezind én op wereldschaal kan worden samengewerkt. Een voortreffelijke prestatie op de lange weg naar mondiale eenheid van economisch beleid.
700 miljard euro
Nadat eerder berichten waren uitgelekt van een kleine en dus teleurstellende bijdrage van Europa van 60 miljard, kwam het bedrag van ruim 700 miljard euro als een blijde verrassing – een naoorlogse bevrijding- voor de markten. Die reageren terecht euforisch. Na gisteravond hoeft niemand zich meer zorgen te maken over risico.
Genoeg is genoeg
In het licht van de financieringsbehoefte van de PIIGS-landen van zo'n 1.2 biljoen euro (tot en met 2013) moet echter nog worden bezien hoever de portemonnee reikt. Ook is nog onduidelijk welke andere landen van het stabiliseringmechanisme gebruik zullen willen maken, bijvoorbeeld de Baltische Staten. Evenmin is duidelijk of Nederland er inderdaad 27 miljard euro bij zal inschieten. De tijd zal het leren. Wat deze actie van 'shock and awe' echt bijzonder maakt is dat er een verrassende uitweg uit de wereldschuldenproblematiek door ontstaat.
Licht aan het einde van de tunnel
Het begint er wel degelijk op te lijken dat het mogelijk is om schuld op schuld te stapelen en tóch te eindigen met minder schuld. Dit wordt het monetariseren van schulden genoemd en gaat alsvolgt. Eerst lopen de schulden van Amerika, Japan en Europa zo onvoorstelbaar hoog op dat er sprake is van een onontkoombaar –maar gezamenlijk- valutaprobleem. Hier licht de essentie. Er is niet een afzonderlijk probleem van landen, maar een gemeenschappelijke uitdaging. Het werkt een beetje zoals vroeger. Toen ging het verhaal dat je als persoon maar beter hoge schulden kon hebben, want als je dan in moeilijkheden kwam had ook de bank een probleem. In dat geval werd altijd naar een zachte, in plaats van een harde oplossing gezocht. Deze mogelijkheid begint ook nu te ontstaan.
Collectief devalueren
De drie grote mogendheden kunnen simpelweg besluiten om hun munten gezamenlijk te devalueren tot een nieuw laagterecord. Gelet op de omvang van het probleem is daar alle aanleiding toe. China zal dat niet leuk te vinden maar het gaat inmiddels niet langer om eerlijke concurrentie. Het gaat om het wegwerken van de loden last op de schouders van partijen die het anders onmogelijk maakt om uit de economische 'spiraal des doods' van bezuinigingen en sociaal-politieke onrust te komen. De essentie ligt in het op enig moment gezamenlijk en gelijktijdig afwaarderen van elkaars munten.
Marktmechanisme?
Normaal is hier sprake van een marktmechanisme waarin de sterkte van een munt de kracht van een economie weerspiegeld, uiteraard ten opzichte van andere landen. Nu echter overheden de vrije markt tijdelijk hebben losgelaten, ontstaat een nieuw fenomeen. Schuld verbroederd. Door een pro-actief devaluatiebeleid te gaan voeren kunnen landen de zo gevreesde inflatiegolf ontlopen. Want door zelf een nieuwe –gezamenlijke- waarde vast te stellen slaan ze twee vliegen in een klap: weg schulden, weg inflatie. In het verleden bleek het niet mogelijk om dit te doen, uit vrees voor achterblijvende welvaart van de bevolking. Maar als iedereen erop achteruit gaat ten opzichte van elkaar, merkt eigenlijk niemand er iets van. Het is gewoon een grote schoonmaakoperatie die schulden laat verdampen. Of dit daadwerkelijk een optie is valt uiteraard nog te bezien. Eerst maar even afwachten of de huidige steunoperatie toereikend is. Ik verwacht het niet.
René Tissen
Business Universiteit Nyenrode
RTL Z 10-05-10






