Alleen koningin Beatrix bepaalt wanneer zij de kroon overdraagt aan haar oudste zoon. Het besluit om af te treden is zo'n beetje het enige besluit dat zij 'soeverein' kan nemen - alle andere zaken over haar opvolging liggen muurvast.
Als je opiniepeilers mag geloven, vindt zeventig procent van de Nederlanders dat koningin Beatrix de scepter binnen drie jaar moet overdragen aan Willem-Alexander. De Koningin zelf zal dat ook wel gelezen hebben in de knipselkrant die ze iedere dag op haar bureau krijgt, maar of ze zich door dat cijfer zal laten leiden om het moment van haar troonsafstand te kiezen, is maar zeer de vraag. Zij, en zij alleen bepaalt het moment van abdicatie.
Het principe van de erfopvolging en hoe dat in z'n werk gaat, ligt van a tot z vast in de wet die het moeilijkst kan worden gewijzigd: de Grondwet. Dat is gebeurd in een zorgvuldig opgestelde reeks van acht artikelen. Die uitgekiende reeks begint met het artikel (24) waarin de grondslag wordt gelegd voor het constitutioneel koningschap in Nederland: ,,Het koningschap wordt erfelijk vervuld door de wettige opvolgers van koning Willem I, Prins van Oranje-Nassau''.
Direct op dit 'fundament' legt de Grondwet het artikel waarin de hoofdregel van de erfopvolging uit de doeken wordt gedaan (25). In de daaropvolgende bepalingen wordt dit nader uitgewerkt en worden allerlei mogelijke eventualiteiten rondom de troonopvolging van een oplossing voorzien. Dat gebeurt vrij uitvoerig, omdat er over een punt als dit geen onduidelijkheid mag zijn. Een discussie over de erfopvolger kan maar zo ontaarden in een discussie over het koningschap als zodanig, en de afloop daarvan is in een tijd waarin een monarchie alles behalve vanzelfsprekend is, ongewis.
Hoofdregel
De hoofdregel van de Nederlandse erfopvolging is simpel. De kroon gaat over op de wettige 'nakomelingen' van de aftredende of overleden koning(in). Eerst de oudste, dan de op-één-na oudste, en zo verder. Lange tijd hadden jongens daarbij voorrang op meisjes, maar in 1963 zijn de beide seksen op dit punt volledig gelijkgeschakeld. Verder geldt in Nederland het principe van de 'plaatsvervanging'. Dat wil zeggen dat als de troonopvolger wegvalt, diens opvolger in zijn of haar plaats treedt, en niet een andere mogelijke troonopvolger. Dus als prins Willem-Alexander iets zou overkomen, neemt niet zijn broer z'n plaats in, maar dochter Amalia.
Anders komt het te liggen als de koning géén nakomelingen heeft. Stel dat het huwelijk van koningin Beatrix en prins Claus kinderloos was gebleven, dan had er voor de erfopvolging eerst een stapje terug moeten worden gezet, en wel naar het huwelijk van koningin Juliana en prins Bernhard. Via hen zouden we dan bij prinses Margriet zijn beland, de enige zus van de huidige vorstin die haar rechten op de troon niet heeft verspeeld. Bij Margriet zou de lijn van de erfopvolging dan weer worden opgepikt en doorgetrokken naar haar (klein)kinderen. De enige beperking die hier wordt aangelegd is dat deze troonopvolger niet verder van de zittende koning(in) af mag staan dan de derde graad van bloedverwantschap.
Concreet houdt de hoofdregel van de erfopvolging in dat Nederland momenteel in totaal 11 erfopvolgers telt. Het zijn, in de juiste volgorde: 1. Willem-Alexander, de kroonprins; op 2, 3 en 4 komen zijn dochtertjes Amalia, Alexia en Ariane; op 5 staat Willem-Alexanders broer Constantijn, gevolgd door zijn drie kinderen, die de plaatsen 6, 7 en 8 bezetten. Plaats 9 wordt bezet door de zus van koningin Beatrix, prinses Margriet. Hekkesluiters zijn haar zoons Maurits en Bernhard, op 10 en 11.
Nota bene: de kinderen van de prinsen Maurits en Bernhard komen níet in aanmerking voor de troon: zij staan te ver van koningin Beatrix af, namelijk in de vierde graad. Daaruit laat zich nog een andere beperking afleiden. Zodra Willem-Alexander koning wordt, vallen zijn neefjes Maurits en Bernhard af. Tegenover hun tante Beatrix staan zij nog in de derde graad, maar ten opzichte van hun dan tot koning gepromoveerde neef in de vierde - net één stap te ver dus.
Toestemming
Het kwam zijdelings al even ter sprake: sommige erfopvolgers vallen toch buiten de boot. Dat heeft ermee te maken dat de Grondwet voorschrijft dat alle troongerechtigden voor het huwelijk dat ze sluiten expliciet toestemming nodig hebben van de Eerste en Tweede Kamer. Wie die toestemming niet vraagt of krijgt, snijdt daarmee de weg naar het koningschap af. Vandaar dat prins Johan-Friso is afgevallen (door zijn omstreden, en daarom niet geakkordeerde huwelijk met Mabel Wisse Smit), evenals de twee nog niet vermelde zoons van prinses Margriet. Deze parlementaire goedkeuring is in onze constitutionele monarchie nodig om de volksvertegenwoordiging medezeggenschap te geven over de vraag wie er in de toekomst op of naast de troon komt te zitten.
Wat nu als Willem-Alexander over zeg drie jaar de troon bestijgt en hem vlak daarna iets overkomt? Of als hij nu weg zou vallen? Wordt het tweejarige prinsesje Amalia dan koningin? Het antwoord is: ja. Zij wordt dan 'automatisch' koningin. Maar omdat ze nog minderjarig is, wordt het koninklijk gezag tot haar 18e verjaardag namens haar uitgeoefend door een regent.
Wie dat is, is nog niet bekend. Dat zal worden geregeld in een speciale Regentschapswet, waarschijnlijk vlak na de inhuldiging van Willem-Alexander. Voor de hand ligt dat haar moeder Máxima daarvoor zal worden aangewezen. Zoals dat ook gebeurde toen ruim honderd jaar geleden de echtgenoot van de gestorven koning Willem III, Emma, dat deed voor de toen nog minderjarige koningin Wilhelmina. Dat is overigens geen must. Als regering en Staten-Generaal prins Constantijn meer geschikt vinden, kunnen zij zonder problemen besluiten hem tot regent te benoemen.
Informatie uit de Tweede Kamer gecombineerd met achtergronddossiers en het laatste politieke nieuws.
(Ned.Dagblad 07-05-07 )






