commentaar door Peter Bergwerff
Volgens het dagblad De Pers vindt minister Rouvoet (Jeugd en Gezin), dat ,,Nederlanders best wat meer baby's mogen maken''. De aanhalingstekens zijn van ons en de woorden die ze markeren die van het betrokken dagblad. Niet van Rouvoet, want die spreekt als christenpoliticus niet over kinderen 'maken', maar 'krijgen'.
Van de Schepper van alle leven namelijk. Dat 'maken' was de interpretatie van de krant van woorden van Rouvoet, waarmee deze een 'interessante discussie' zei te willen losmaken over de rol van de overheid ten aanzien van de ontwikkeling van het geboortecijfer.
Dat is inmiddels een heikel onderwerp, waarop jarenlang een politiek taboe heeft gerust. Toen bijna een jaar geleden de Raad voor Volksgezondheid en Zorg pleitte voor overheidsmaatregelen ten gunste van het ouderschap bleef het stil in Den Haag. Elders in Europa gaan overheden daar al jarenlang veel minder omzichtig mee om en is er sprake van premies en andere faciliteiten om de bevolkingskrimp om te buigen naar groei.
Dat de minister het taboe heeft willen doorbreken, is goed. Bij de manier waarop hij dat in De Pers deed, zijn echter wel vragen te stellen. Hij koppelde daarin de wenselijkheid van een discussie namelijk expliciet aan de kosten van de vergrijzing. Met andere woorden: aan een economisch motief. Afgezien van de vraag of die kosten inderdaad door kindergroei beheersbaar(der) te maken zijn, hetgeen het CPB vandaag in onze krant betwist, is het koppelen van de keuze voor kinderen aan de instandhouding van de economie of ons sociale stelsel discutabel.
Dat geldt in pragmatisch opzicht: stimuleringsmaatregelen elders in Europa hebben niet of nauwelijks tot het gewenste resultaat geleid. De keuze voor kinderen blijkt telkens weer een optelsom van individuele, nauwelijks politiek te beïnvloeden afwegingen. Mensen 'beginnen' niet aan een kind om de economie te stimuleren of vanwege een 'baarpremie'.
Maar een economisch motief is vooral ook principieel gezien aanvechtbaar. De keuze voor kinderen kan alleen uit liefde voortkomen. Gezinsstichting die wordt beïnvloed of zelfs wordt ingegeven door maatschappelijke profijtelijkheid kan al net zo min leiden tot een harmonieus gezinsleven als wanneer de maatschappelijke carrière van de ouders topprioriteit is. Het kind betaalt dan, al dan niet professioneel begeleid door Centra voor Jeugd en Gezin, later de rekening.
Natuurlijk is ook Rouvoet die mening toegedaan. Vandaag kiest hij in onze krant dan ook een andere insteek om zijn pleidooi te onderbouwen: het gaat erom of ouders die een kinderwens hebben maatschappelijk in de gelegenheid zijn om aan die wens te voldoen en of daarvoor niet meer flexibele overheidsregelingen nodig zijn. Als dat het uitgangspunt wordt voor zijn Gezinsnota, dan is zijn poging tot het doorbreken van dit taboe toe te juichen.
Ned.Dagblad 20-02-08






