door Peti Luteijn
,,Kind, ik snap niet dat het nodig is om naar opvoedingscursussen te gaan. Dat deden wij vroeger ook niet en alles is toch goed gegaan?''
Met die opmerking van mijn moeder vertrok ik naar een opvoedingscursus. Desondanks waren mijn verwachtingen hoog gespannen, want ik kan best hulp gebruiken bij de opvoeding in het internettijdperk.
Onze oudste is pas op de digitale snelweg, dus misschien ben ik nog op tijd voor het begeleiden. Hoewel, zij weet er veel meer van dan ik. Toen ik onlangs zei dat ik haar niet begreep, zei ze: ,,Mam, ik heb gewoon een ander hoofd dan u''. Dat drong binnen.
Het klopt, dacht ik. Zij ziet zo ongelofelijk veel meer via internet dan ik. Als ik niet oppas, praat ik tegen een kind waarvan ik denk dat ik haar ken, terwijl haar geest al veel meer heeft geabsorbeerd dan ik mogelijk weet en waar ik dus niet op kan anticiperen als ze het mij niet meedeelt. En dat doen pubers niet... Dus, werk aan de winkel en zicht proberen te krijgen op die internetwereld.
Jungle
De opvoedingscursus verontrustte mij zeer. Ik kreeg dermate veel internetmogelijkheden in een flitsend tempo met allerlei licht- en geluidsdimensies te zien, dat ik verward thuis kwam en dacht: Wat een wereld! Hoe leid ik mijn kinderen door de jungle van dit bestaan? Hoe doordring ik mijn naïeve kids van de gevaren die internet meebrengt?
Een herdenkingssteen bij de spoorlijn langs onze wijk herinnert ons er steeds aan dat een meisje het leven niet meer aandurfde omdat ze door haar ex-vriend werd gechanteerd met het zetten van bepaalde foto's op internet. Te veel op hyves zetten kan je later duur komen te staan. Ze moeten wel bedenken dat ze hun zonden een leven lang met zich meedragen, ook als ze aan een baan toe zijn. Internet heeft een eeuwig geheugen. Vergeven en vergeten is er niet meer bij.
Hoe leer ik ze ordenen in de chaos van info. Er zijn meer dan 150 miljoen internetpagina's. Welke informatie is relevant en welke betrouwbaar? Ter geruststelling, slechts 1 procent van de sites blijkt pornografisch te zijn, maar van de overige 99 procent is een groot deel onzinnig, oninteressant of erger nog, onjuist. Sites vol onzin blijken populair genoeg om hoog in Google te komen.
Dus hoe leer ik ze normeren wat goed en slecht is? Gezondheidsfreaks die zweren bij een dieet van aardbeien en broccoli, anorexiameisjes die elkaar advies geven, maar ook sites die vragen beantwoorden als 'Hoe kan ik God vinden' en e-coaches die met jouw kind bidden via internet.
Regie
Door meer kennis over internet werd voor mij de vraag des te prangender: hoe hou ik de regie in handen van de opvoeding van mijn eigen kind? Afwijzen is geen optie meer. In het internettijdperk gaat alles digitaal. We moeten onze medeopvoeder goed leren kennen, begrenzen en samen met de kinderen kritisch beoordelen naar onze eigen christelijke normen en waarden.
Kennis verwerven over internet kan via de overheid, scholen, media, maar gelukkig ook via kerkelijk jeugdwerk. Begrenzingsmogelijkheden zijn er ook. Ik ben blij met internetfilters, tijdklokken en wachtwoorden. Het Telematica Instituut overweegt de mogelijkheid van het opgeven van een persoonlijk profiel waar de zoekmachine rekening mee houdt. Dan wegen links op de site van EO en ND zwaarder als iemand religieus is.
Toegerust
Het is echter onmogelijk instrumentaria te ontwikkelen die de mens precies laat zien welke sites geschikt zijn. De mens houdt de controle, dus moet toegerust worden. Vroeger voor boeken, daarna voor tv en nu voor internet.
Wij hebben, naast begrenzing, gekozen voor het instrument van oudercontrole. Daardoor dwing je jezelf als ouder dagelijks of wekelijks te bekijken waar je kind geweest is. Dit geeft juist een nieuwe mogelijkheid in de opvoeding, vooral met pubers, en levert goede gesprekken op. Het kost je als ouders wel héél veel tijd en energie. Kinderen waarderen het overigens erg dat je hen wilt beschermen en regels stelt. Ouders zijn juist nu superbelangrijk om de wereld die binnendringt samen met het kind te verkennen. Dat kan in huis zelf. Je moet er dan wel zijn, ook geestelijk!
De wildgroei in internet lijkt ten einde. In de nabije toekomst zullen er ook duidelijker kwaliteits- en identiteitskaartjes aan sites gaan hangen. Dan kunnen christenen makkelijker hun weg vinden. Dus kerken, christelijke scholen en universiteiten geef kwalitatief goede inhoud aan je sites. Iedereen kan zo het goede bereiken. En wij kunnen samen groeien naar een vruchtbare omgang met medeopvoeder internet. ,,Mam, opvoedingscursussen zijn daar handig voor. Via internet leer je er misschien dubbel van.''
Drs. Peti van Maldegem-Luteijn is moeder en medeburger. Zij schrijft maandelijks een column.
Ned.Dagblad 18-02-08






