Dijkbewaking rond abortus versterkt
door Jan Willem van Dommelen
De dijkbewaking rond de abortuspraktijk is de afgelopen maanden door de regering versterkt. Wat eerst internationaal ging schuiven beweegt nu ook in ons land.
Wie in Nederland een abortus wil, wordt op de wenken bediend. Zeker, er zijn zorgvuldigheidseisen rond de ingreep. Die is alleen toegestaan als de noodsituatie dat onontkoombaar maakt en er moeten ook andere oplossingen dan de zwangerschapsafbreking met de vrouw worden besproken. Verder moet de arts nagaan of de vrouw vrijwillig tot haar besluit is gekomen, er is een bedenktijd en er kan tot maximaal in de 22e week worden ingegrepen.
Maar binnen deze kaders is de abortus in ons land tot een rustig bezit geworden. Betaald uit de AWBZ en dus gratis.
De huisarts of de omgeving hoeft er verder niets van te weten. Je kunt zonder verwijzing naar de kliniek en zelfs de declaratie van de behandeling bij de AWBZ door de kliniek gaat anoniem. En vrees voor spijt is, volgens de wervende website van de samenwerkende klinieken, klein. De toegankelijkheid heeft er overigens niet toe geleid dat we in ons land een hoog abortuscijfer kennen. De beschikbaarheid van anticonceptie bezorgt Nederland een positie in de laagste regionen. Wel is het zo dat relatief veel allochtone vrouwen van abortusmogelijkheden in Nederland gebruikmaken.
Nieuwe wind
Vorig jaar stak voor de voorstanders van abortus een onrustige wind op in de landen om ons heen. Er kwamen berichten uit Groot-Brittannië dat steeds meer Britse artsen abortussen weigerden uit te voeren. Daar vinden overigens ruim twee keer zoveel abortussen plaats in vergelijking met Nederland.
De Britse krant The Independant schreef dat het aantal artsen, dat gewetensbezwaren heeft tegen het uitvoeren van abortus, snel stijgt. De krant sprak zelfs van een crisis.
In Amerika werden de bakens ook verzet. Federale staten en het Congres maken met regelmaat wetten waarin allerlei beperkingen op abortus staan. Dan gaat het bijvoorbeeld om verboden op overheidssubsidie ten behoeve van de ingreep. Of er staan bepalingen in die de toelaatbaarheid van de ingreep afhankelijk stellen van de instemming van ouders of echtgenoten. Het Hooggerechtshof beoordeelt dan de grondwettigheid van die wetten. De meeste van die beperkingen werden in de afgelopen jaren door het Hof opzij gezet, maar verboden op financiële overheidsbijdrage in federale wetten bleven overeind.
Het Amerikaans Hooggerechtshof deed april vorig jaar een opmerkelijke uitspraak over het recht op abortus. Het ging om een wet waarmee het Congres een verbod had uitgevaardigd op een bepaalde methode van zwangerschapsafbreking, waarbij de foetus voor een deel uit de baarmoeder gehaald wordt en daarna wordt vernietigd. In die wet werd de toelaatbaarheid van deze methode beperkt tot gevallen waarin het leven van de vrouw gevaar loopt. Alleen dan zou het mogen. Volgens de wet moest er een duidelijke lijn getrokken worden tussen abortus en kindermoord. Het Hof vond deze lijn van het Congres grondwettig. Het republikeinse Bush-kamp blies victorie en trok deze abortusuitspraak als grote overwinning naar zich toe. De uitspraak weerspiegelt inderdaad dat het Hooggerechtshof een conservatieve meerderheid heeft gekregen.
Zoals gezegd, ook in Nederland lijkt de wind iets te gaan draaien waar het de abortuspraktijk betreft. In het regeerakkoord van vorig jaar lazen we om te beginnen over een ontmoedigingsbeleid met betrekking tot abortus en in november vorig jaar schreven de kranten over een staatssecretaris die in zee gaat met een 'antiabortusclub'. Het gaat dan om de VBOK, die plaatsneemt in een multidisciplinaire werkgroep van het Nederlands Genootschap van Abortusartsen voor de ontwikkeling van de nieuwe abortusrichtlijn. Daarin moet meer aandacht komen voor de psychosociale aspecten van het besluit om al dan niet abortus te plegen. De regering laat zich door de abortuslobby niet van de wijs brengen. Vanmiddag verdedigt staatssecretaris Jet Bussemaker van Volksgezondheid het kabinetsbeleid op dit punt.
Late abortus
En zo komen we bij het meest actuele bewijs dat er toch iets beweegt op het abortusfront: het onderzoek van het Openbaar Ministerie naar de eventuele strafbaarheid van een Nederlandse vrouw die zich in Spanje liet aborteren terwijl ze ruim 27 weken zwanger was van een gezond kind. Op de vraag van de VVD aan de regering of er sprake is van een beleidswijziging van het Openbaar Ministerie met betrekking tot de vervolging, antwoordden de ministers van Justitie en Volksgezondheid dat daarvan geen sprake is. ,,Het Openbaar Ministerie heeft het in onderhavige geval opportuun gevonden een strafrechtelijk onderzoek te starten. Dat onderzoek loopt nog. Er is nog geen vervolgingsbeslissing genomen.''
In dat 'opportuun vinden' zit natuurlijk de ruimte van het Openbaar Ministerie. En die ruimte wordt nu blijkbaar gebruikt. Vriend en vijand vinden de stap van het Openbaar Ministerie opmerkelijk. Wil men de abortusartsen toch iets van schrik in de benen jagen voor - te - late zwangerschapsafbrekingen? Het lijkt er op, zeker als we de ontwikkelingen van een afstandje bekijken. Het is waar: het gaat slechts om excessenbestrijding. Verreweg de meeste zwangerschapsafbrekingen vinden plaats binnen de uitgezette piketpalen. Maar toch, je kunt op leven niet zuinig genoeg zijn.
Mr. J.W.A. van Dommelen is advocaat in Veenendaal en schrijft iedere maand over een opmerkelijke ontwikkeling in rechtspraak of wetgeving.
Ned.Dagblad 07-02-08






