door onze redacteur Aldwin Geluk
Hoe gaan christenen in Kenia om met het stammengeweld waardoor het anders zo stabiele land plotseling wordt getroffen? Vandaag in Nairobi een ontmoeting met Victor Adams, kerkplanter, voorganger en schooldirecteur in een sloppenwijk.
,,Kijk, hier kun je de sporen zien van het geweld van vorige week.'' Victor Adams wijst op lange, scherpe sneeën in de golfplaten muren van een winkeltje. ,,Dat zijn kapmessen geweest. En waarom? Pure woede: dingen kapotmaken om je boosheid te uiten.''
In wat hij een van de hoofdstraten van Soweto noemt - onderdeel van de miljoenensloppenwijk Kibera - is het nu rustig. Een bezoekende blanke wordt weliswaar wat wantrouwend bekeken, maar de sfeer lijkt ontspannen. ,,Dat was een week geleden wel anders'', zegt Adams. ,,Toen was dit een no-go area . Levensgevaarlijk.'' Hij laat zien waar eens huizen stonden, en waar nu zwartgeblakerde grond rest. Een jonge moeder met een baby scharrelt tussen de verkoolde resten, op zoek naar bruikbare spulletjes.
Adams kent de sloppenwijk als zijn broekzak. Hij woonde er elf jaar lang, niet omdat hij een echt huis niet kon betalen, maar omdat hij een roeping voelt voor de kansarme bewoners van Nairobi, vertelt hij. In de smalle straatjes en steegjes, waar een warme, weeïge geur hangt van mensen en van uitwerpselen, staat de goedlachse 'father Victor' in hoog aanzien. Hij is, naast oprichter en directeur van zijn eigen basisschool, namelijk ook voorganger van de onafhankelijke kerk die hij in 2001 stichtte.
Al groetend en handenschuddend beweegt hij zich voort, bedelaars vakkundig en vriendelijk van zich af schuddend. Dan houdt hij stil bij wat een grote watertank lijkt. Er blijkt een deur achter verborgen te zijn.
,,Welkom op ons terrein. Dit is mijn trots'', zegt hij met een stralende glimlach. Het blijkt het schoolterrein te zijn: klaslokalen voor de tweehonderd kinderen die er naar school gaan, een kerkzaal, huizen voor de leraren en een moestuin, alles opgetrokken uit afvalmaterialen en gesitueerd rond een onberispelijk aangeveegd pleintje.
Adams loopt de eerste de beste klas in, die propvol met kinderen zit. Ze staan op en roepen in koor: ,,Goedemiddag pastor, hoe gaat het met u?'' Hij lacht. ,,Prima, maar vandaag moeten jullie mij eigenlijk 'dominee' noemen. Dat is het Nederlandse woord voor pastor.''
Hij heeft zijn kennis van het Nederlands opgedaan in ,,Zwolle, Groningen, Apeldoorn'', hij kent de plaatsen nog uit zijn hoofd. Nadat enkele jaren geleden een Nederlander in Kenia contact kreeg met Adams, besloot die in Nederland een stichting voor zijn projecten op te richten. Deze stichting, Victory Hope NL, ontstaan vanuit het Groningse Gomarus College, steunt het werk van Adams nu enkele jaren. Hij bezocht Nederland ook, om in kerken en op scholen fondsen te werven voor zijn projecten.
Als het gesprek komt op het recente geweld in Kenia betrekt het gezicht van de voorganger. ,,Hét grote probleem is de armoede. De mensen hier zijn echt straatarm. Sommigen moeten rondkomen van minder dan een euro per dag. Er is een slechte watervoorziening en er is geen riolering, waardoor er snel ziektes uitbreken.''
Daarom probeert hij de mensen hoop te bieden. ,,Hoop door het woord van God, dat elk mens vrij kan maken. Maar ook hoop door voedsel, medicijnen en vooral scholing. De kinderen die hier opgroeien kennen alleen het leven in een sloppenwijk. Mijn hoop is dat ze, met Gods hulp en door goed onderwijs, niet opgroeien als boeven maar als goede burgers.''
Deze boodschap predikt Victor Adams ook op zondag in zijn kerk. ,,God heeft voor ieder mens een woord. Veel mannen drinken hier zelfgestookte sterke drank. Daar worden ze zo dronken van dat ze dikwijls hun eigen vrouw en kinderen vergeten. Ik vertel ze dat ze moeten stoppen met drinken en met drugs gebruiken. Als ze dat ook echt doen, zie je ze veranderen en betere vaders worden. Daarin zie ik de hand van God.''
Ned.Dagblad 08-02-08






