door Ruud van Dijk
Bijna de hele wereld lijkt er voetstoots vanuit te gaan dat de volgende president van de Verenigde Staten een vertegenwoordiger van de Democraten zal zijn. De Republikeinen moeten echter niet worden onderschat.
Het is niet verwonderlijk dat veel mensen reikhalzend uitkijken naar een nieuwe Amerikaanse president en dat ze ook aannemen dat deze uit de Democratische partij zal komen. De Republikeinen bewonen al zeven jaar het Witte Huis en van 1994-2006 hadden ze het in het Congres eveneens voor het zeggen. Gaandeweg is de partij door corruptieschandalen in diskrediet geraakt, en door arrogantie en machtswellust heeft zij het eigen conservatieve ideeëngoed ondermijnd.
Onderling zijn de Republikeinen ook nog eens sterk verdeeld. In 2006 keerde het politieke tij ten gunste van de Democraten en veel wijst op een voortzetting van deze trend.
Toch zijn er Repblikeinse politici die een presidentiële campagne voor 2008 de moeite waard vinden. Een kleine maand voordat de voorverkiezingen lostbarsten is het veel te vroeg hen als irrelevant terzijde te schuiven. De kanshebbers onder de Republikeinse kandidaten, een man of vier, moeten het van vier zaken hebben: de oorlog tegen islamitisch extremisme en terreur; Irak; het conservatisme van de meerderheid van de Amerikaanse bevolking; een Democratische opponent genaamd Hillary Clinton.
John McCain
De Republikeinen hebben gelijk dat je de invloed van de oorlog tegen de terreur op de verkiezingen, of althans de werkzaamheid hiervan als slogan, niet kunt onderschatten. Ze geloven - terecht - dat het Amerikaanse volk hen op het terrein van de nationale veiligheid traditiegetrouw meer vertrouwt dan de Democraten. De voormalig burgemeester van New York, de Republikein Rudy Guiliani, lijkt soms zijn hele campagne te baseren op zijn reputatie als de held van 11 september 2001.
Zijn partijgenoot senator John McCain (Arizona) ziet zichzelf ook als kordate oorlogsleider, maar hij neemt de onder Republikeinen impopulaire positie in dat het martelen van gevangenen onacceptabel is. Mocht er voor de algemene verkiezingen van volgend jaar november een nieuwe aanval op de VS plaatsvinden, berg je dan maar voor een Republikeinese vloedgolf van harde taal (en ontvankelijkheid hiervoor van de meeste Amerikanen).
Over McCain gesproken, dat brengt ons op Irak, waar de senator lang als enige de 'Rumsfeld-strategie' bekritiseerde omdat deze op te weinig troepen berustte. De extra troepen die de Amerikanse generaal Petraeus momenteel tot zijn beschikking heeft, lijken hun vruchten af te werpen en McCain haalt nu haast dagelijks zijn gelijk. Alle Republikeinse koplopers, inclusief voormalig gouverneur van Massachusetts, Mitt Romney, hebben de oorlog in Irak overigens als essentieel voor de Amerikaanse nationale veiligheid bestempeld. Mocht de situatie in Irak zich verder stabiliseren, dan zal de partij als wapen tegen de Democraten in elk geval blijven hameren op die sleutelrol van de oorlog.
Dan is er het traditionele Republikeinse gedachtegoed, grotendeels gebaseerd op de alom populaire combinatie van belastingverlagingen en inperking van overheidsinvloed, en op sociaal-culturele kwesties als oppositie tegen abortus en homohuwelijk en bevordering van het traditionele gezin. Romney is misschien de kandidaat die zichzelf het meest naar dit model gevormd heeft, maar hij wordt sinds kort op de huid gezeten door Mike Huckabee, voormalig gouverneur van Arkansas. Romney's zwakte is dat hij mormoon is en oud-gouverneur van een staat die doorgaans links van het midden stemt.
Huckabee wordt slechts sinds kort nauwkeuriger onder de loep genomen, maar zijn staat van dienst in Arkansas doet vermoeden dat hij voor veel Republikeinen te veel bereidheid toont om de staat ten behoeve van de minst bedeelden in te schakelen. Ook lijkt Huckabee, geleid door zijn bijbaan als voorganger van een baptistengenmeente, voor veel Republikeinse aanhangers te sympathiek te staan tegenover illegale immigranten, of althans hun kinderen. En hij heeft andere potentiële zwakke plekken. Huckabee's grote kracht is zijn persoonlijkheid.
Daarmee zijn we aangeland bij de voor de Republikeinen misschien wel grootste troefkaart: een Democratische kandidaat genaamd Hillary Clinton. Naast de gemaakt overkomende Romney, de vergrijzende McCain en de botte Guiliani scoort Huckabee het hoogst op de in de Amerikaanse presidentsverkiezingen belangrijke schaal van aardigheid. Zijn sympathieke voorkomen, kalmte en gevoel voor humor lijken authentiek. Als je nagaat dat de meeste Amerikanen de campagne slechts oppervlakkig volgen en zich sterk door persoonlijke indrukken laten leiden, wordt niet alleen duidelijk waarom Huckabee het in dit Republikeinse gezelschap goed doet, maar ook waarom hij tegen de alom gewantrouwde Clinton een kans zou hebben.
Alle Republikeinen hopen op Clinton als opponent. Zonder een nieuwe aanslag op de VS biedt haar kandidatuur de beste kans op een verenigde Republikeinse partij die de diverse en potentieel formidabele achterban tot volle omvang kan mobiliseren, ongeacht de eigen kandidaat. Voorlopig kan het met de Republikeinse wedloop nog veel kanten op. Omdat hetzelfde gezegd kan worden van de Democratische race én omdat er internationaal nog van alles kan gebeuren, blijft het voorlopig een open vraag welke partij na 2008 het Witte Huis zal bezetten.
Dr. Ruud van Dijk is historicus, verbonden aan de universiteit van Wisconsin-Milwaukee (VS)
bron: nederlands dagblad 12-12-07






