commentaar door Koert van Bekkum
Wie tien jaar geleden deskundigen aan het woord liet over de aanstaande digitale revolutie, kreeg een alarmerend beeld voorgeschoteld. De mens zou achter een computerscherm een door hyperindividuele keuzes gestempeld leven gaan leiden. Papier en boeken zouden verdwijnen. De samenleving zou totaal veranderen.
Deze profetie is nog altijd niet in vervulling gegaan. De computer wordt nog altijd geassocieerd met 'werk'. De nieuwe media bevorderen soms meer een oppervlakkige kuddementaliteit dan dat ze die tegengaan. En er is nog nooit zoveel geprint en gekopieerd als nu.
Toch oefenen beschikbaarheid en koppeling van digitale informatie wel degelijk een enorme invloed uit, zowel op het maatschappelijk als het persoonlijke leven. Zonder de beelden van een bewakingscamera in het fietsenhok en de niets ontziende internetsite GeenStijl was het overspel van de Nijmeegse wethouder Paul Depla nooit uitgegroeid tot een politiek feit. De Nederlandse Spoorwegen (NS) wil de reisinformatie die kan worden ontleend aan het gebruik van de nieuwe OV-chipkaart, ondanks protesten, gebruiken om de klanten te bestoken met persoonlijke aanbiedingen. En jongeren die op een onbewaakt ogenblik gevoelige informatie op een profielsite achterlaten, worden daar jaren later tijdens een sollicitatiegesprek nog eens mee geconfronteerd.
Natuurlijk bestaan er regels die de het beschikbaar maken en koppelen van informatie inperken. Maar die worden massaal met voeten getreden. Zo massaal zelfs, dat het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) het aantal klachten van individuele burgers niet meer aankan. In augustus verlegde het CBP daarom de prioriteiten naar structurele overtreding van de privacywetten door bedrijven en instanties.
Er valt iets voor deze keuze te zeggen. Je moet tenslotte ergens beginnen. Tegelijk dringt zich de vraag op of juist nu de burger ook niet persoonlijk meer bescherming verdient. De digitale revolutie heeft van Nederland een glazen huis gemaakt. Wie eenmaal het slachtoffer is van de priemende ogen van een persoon, bedrijf of de overheid, staat veelal machteloos. Geruchten en roddels deden nog nooit zo gemakkelijk hun werk en onder het mom van terrorismebestrijding kan justitie overal bij.
Gelukkig breekt het besef steeds breder door dat de dijkdoorbraak tussen persoonlijke en publieke informatie om maatregelen vraagt. De Tweede Kamer droeg de regering deze week op de vergaande terrorismewetgeving nog eens tegen het licht te houden. De privacywaakhond CBP dreigt de NS te beboeten. En onder journalisten is een code in bespreking die hen verbiedt belastende feiten die niet van belang zijn, zomaar op te schrijven.
Laten de burgers - ook de jongeren - hierbij niet achterblijven. Let op welke persoonlijke informatie je prijsgeeft. Want wat eenmaal op internet staat, gaat er nooit meer af.
(ned.dagblad 29-11-07)






