Het recht van een reiziger
door mr. E. Bos
De rechter kon zich goed voorstellen hoe het was gegaan. De huurachterstand zat de woningcorporatie dwars en toen de huurder na aanmaningen niet reageerde, gaf ze de zaak in handen van de deurwaarder. Ook de sommaties van de deurwaarder hadden geen succes. De huurder gaf niet thuis. Namens de verhuurster werd daarop bij de rechter een vordering ingediend om de weigerachtige huurder te veroordelen zijn woning te ontruimen en de achterstand in betaling aan te zuiveren.
Omdat de huurder kennelijk met de noorderzon was verdwenen, werd de vordering toegewezen. Enkele weken later werd de woning ontruimd. Van de huurder geen spoor, althans niet toen de woning werd leeggehaald. De deurwaarder was nog wel zo verstandig geweest om foto's te maken.
Nu zaten ze voor hem: de vertegenwoordiger van de woningcorporatie, de deurwaarder en de huurder. Als uit het niets was de huurder opgedoken, had verzet aangetekend en een tegenvordering ingediend. 't Was een vlot geklede vijftiger die goed van de tongriem was gesneden. Duidelijk een zakenman die een vage bitterheid verborg onder een air van jovialiteit.
'Meneer', begon de rechter, 'waar was u de afgelopen maanden?'
De man glimlachte. 'Ik had het erg druk met de verbouwing van mijn woonboerderij in Oostvoorne. Maar ik heb de huur wel steeds betaald. Alleen één maandje is er door alle drukte bij ingeschoten, maar die heb ik nog voor de dagvaarding betaald.'
Vragend keek de rechter naar de vertegenwoordiger van de woningcorporatie. Die knikte. 'Helaas hebben we de deurwaarder niet op tijd geïnformeerd dat er nog enkele betalingen waren binnengekomen, maar de deurwaarder vroeg ons ook niets. Die is buiten ons om gaan vorderen en ontruimen.'
Het was duidelijk dat de deurwaarder wat ongemakkelijk zat. Hij sloeg zijn benen over elkaar en merkte op dat hij ervan uitging dat zijn klanten hem de juiste informatie gaven. 'Bovendien moet je in ons vak snel zijn. Huurachterstanden lopen zo snel op dat er, als je lang wacht, vaak niets meer te halen valt. En omdat ik van meneer hier volstrekt niets hoorde en hij nooit thuis was, kon ik moeilijk anders dan een vonnis vragen en zijn woning ontruimen.'
'Maar u had misschien toch wel eens bij de woningcorporatie kunnen vragen hoe het met de achterstand zat?' informeerde de rechter voorzichtig.
De deurwaarder knikte. Achteraf gezien, ja meneer. Maar op dat moment ging ik op de gegevens van de woningcorporatie af en ik constateerde trouwens ook zelf dat de huurder niet thuis gaf. Bovendien vind ik dat mijn opdrachtgever de plicht had mij ervan op de hoogte te stellen hoe de zaak er precies voor stond.'
De rechter wilde deze discussie beëindigen en vroeg de huurder naar zijn tegenvordering. 'Ik vind hem nogal hoog', merkte hij op. 'dertigduizend euro voor vermiste goederen, een geldbedrag van vijfduizend euro voor bankbiljetten die in een enveloppe zouden hebben gezeten en tienduizend euro immateriële schade, omdat u goederen mist met een emotionele waarde. Kunt u dat wat toelichten?'
'Ja zeker. Heel graag zelfs. Ik heb vroeger veel gereisd en daarbij veel souvenirs verzameld, zoals exotische schelpen, een opgezette toekan en een luipaardvel. Deze dingen mogen dan volgens de deurwaarder geen waarde hebben, voor mij zijn ze een deel van mijn leven. Daarnaast gaat het om veel boeken die zelfs antiquarisch niet meer te krijgen zijn. Ook het meubilair heeft voor mij waarde. Sommige dingen zijn van mijn ouders en grootouders afkomstig. En ten slotte had ik in een theekast een grote hoeveelheid serviesgoed van het merk Rosenthal.'
'Ik zie u nee schudden', zei de rechter in de richting van de deurwaarder.
'Meneer', zei deze, 'een enveloppe met geld hebben we nooit gezien. Verder kunt u aan de hand van de foto's wel nagaan wat wij hebben aangetroffen. Het meeste was oude troep, rommel en vuil. Sommige dingen stonken zo, dat zelfs de Roteb-mannen hun neus dichthielden. Wat van waarde was, heeft meneer inmiddels terug. De rest is naar de vuilverbranding.'
'Die foto's zijn inderdaad het enige bewijs dat wij hebben', reageerde de rechter, 'maar jammer genoeg is niet alles gefotografeerd en is ook niet goed te zien wat de toestand van de spullen was. Stank is natuurlijk helemaal niet vast te stellen. Wel kan ik sommige van de door meneer vermiste goederen helemaal of voor een deel op de foto's zien. Dat betekent dat ik hier een salomonsoordeel moet geven.'
De rechter noemde een groot aantal factoren waarmee hij rekening zou moeten houden en kwam met een voorstel dat ongeveer de helft van de vordering van de wereldreiziger bedroeg. De vertegenwoordiger van de woningcorporatie merkte met een strak gezicht op dat hij buiten zijn opdrachtgeefster om niets kon toezeggen en de deurwaarder, die mogelijk door de woningcorporatie zou worden aangesproken, vond het bedrag absoluut te hoog. Alleen de wereldreiziger reageerde positief. 'Ik ben u dankbaar voor uw begrip, Edelachtbare, maar mijn schade is, met alle eerbied gesproken, toch echt wel hoger dan u hier begroot. Ik had in de woning ook nog een Engelse oven, een Frans wandmeubel, een opgezet buideldier en ivoren en houten olifantjes uit Afrika.' De wereldreiziger zat duidelijk op zijn praatstoel en rook voordeel. Hij somde een groot aantal goederen op die hij ook nog miste, en liet daarbij niet na de kostbaarheid van ogenschijnlijk waardeloze spullen te beklemtonen. Maar de rechter onderbrak zijn betoog; een verder debat met de vertegenwoordiger van de woningcorporatie en de deurwaarder leek niet zinnig. Deze hadden aan hun gezichten te zien weinig trek in welke schadevergoeding dan ook. 'Meneer, wat mij betreft hebt u uw standpunt voldoende toegelicht. Ik zal met alle stukken en met al wat gezegd is rekening houden. U en de woningcorporatie kunnen nog concluderen. Daarna zal ik vonnis wijzen.'
Het werd enkele weken later een niet-ongunstig vonnis voor de welbespraakte wereldreiziger waarbij een schatting was gemaakt aan de hand van de door de deurwaarder overgelegde foto's.
Kennelijk had de wereldreiziger de smaak van het procederen te pakken, want hij stelde hoger beroep in. Een jaar later kwam het arrest. 'De hebzucht van die wereldreiziger is niet beloond', zei de griffier tegen de rechter, 'die man wilde te veel en nu draait hij op voor de kosten van het hoger beroep en zijn advocaat.' De rechter knikte, 'maar wie betaalt hier uiteindelijk het gelag?'
Mr. E. Bos is oud-vicepresident van de rechtbank in Rotterdam.
(ned.dagblad 22-10-07)






