Floyd McClung, dertig jaar geleden een gedreven jonge leider in de evangelische wereld, is nu in de zestig. In een nieuw boek pleit hij voor 'simpel kerk zijn', niet op zondagochtend in een gebouw, maar de hele week op het niveau van de straat en de buurt. Onlangs was hij in Nederland.
ZELHEM - Als je met hem praat - in de pauze van een studentencongres, eerder deze maand in de hallen van camping De Betteld in Zelhem - blijkt Floyd McClung veel minder kritisch over 'de kerk' dan in zijn nieuwste boek. Hij schrijft, dat de westerse kerken in zichzelf gekeerd en 'niet meer relevant' zijn, dat een revolutie, een tweede Reformatie nodig is.
Aan tafel, bij een bord nasi (hij neemt extra veel pindasaus), zegt hij dat hij van de kerk houdt. ,,Omdat ze vol zit met mensen die door Jezus gered zijn.'' En als mensen in een bestaande kerk of gemeente tot een levende relatie met God komen, prima. ,,De traditie heeft ook elementen die mij dierbaar zijn: de liturgie, het besef dat God ons ver te boven gaat. We hoeven niet te kiezen. De gangbare manier van kerk zijn is nog wel relevant, voor een klein aantal mensen. Mijn zorg gaat uit naar de rest.''
,,Er zit geen boosheid achter, als ik over een tweede Reformatie begin, maar bewogenheid. Misschien kan een mooi kerkgebouw of een inspirerende dienst mensen trekken. Maar dan nog zeg ik: besef hoeveel mensen er zijn die nooit zullen komen, nooit de boodschap horen. En volg Jezus na, die een vriend van zondaren was en de religieuze structuren van zijn tijd vermeed.''
,,Ik begin niet over de noodzaak van een tweede Reformatie uit boosheid, maar uit bewogenheid. De gangbare manier van kerk zijn is voor een klein aantal mensen relevant. Mijn zorg gaat uit naar de rest. De eerste Reformatie ging om de theologie, de tweede zal gaan om het kerkbegrip.''
Vaderhart
De Amerikaan Floyd McClung (1945) kwam in december 1973 naar Nederland. Hij betrok twee woonboten achter het Centraal Station en begon met stadsevangelisatie. De jaren daarna bouwde hij de zendingsorganisatie Jeugd met een Opdracht in Nederland op. Zijn bekendheid nam toe naarmate hij zijn hippieharen korter ging dragen. Zijn evangelische gedrevenheid drong ook in de reformatorische wereld door, vooral via zijn boekje Het Vaderhart van God, dat een kleine klassieker werd op de grens van theologie en ervaring.
Bijna twintig jaar bleef Floyd McClung in Nederland. Hij kwam hier vanuit Afghanistan, waar hij drie jaar als evangelist had gewerkt, tot hij er na de val van de pro-westerse monarchie weg moest. Nu woont hij sinds een paar jaar in Kaapstad, waar hij met een paar andere gezinnen en alleenstaanden 'simpel kerk' wil zijn: mensen in de buurt helpen en over Jezus vertellen.
,,We hebben voor Afrika gekozen omdat we dicht bij de armen wilden zijn, en omdat het zwaartepunt van het christendom nu in de derde wereld ligt'', vertelt hij. ,,Armen kunnen ons zoveel leren: de vreugde en de gratie waarmee ze lijden verduren en de eenvoud omarmen.'' Hij werkt in twee wijken waar zwarten en kleurlingen wonen. Daar woont hij niet, al zou hij het graag willen. Voor zijn vrouw, die vaak alleen thuis is, zou het niet zo'n goed idee zijn. Criminaliteit is een probleem in Zuid-Afrika. Toch voelde hij zich in Amsterdam meer bedreigd. ,,Daar was een man die zei: ik doe je vrouw wat aan, en ik weet waar je kinderen op school zitten, ik sla hun hoofd kapot tegen het Centraal Station. Ik moest zorgen dat zijn vrouw bij hem terugkwam. Hij mishandelde haar en ze was bij hem weggegaan en christen geworden.''
In Amerika heeft hij dus nauwelijks gewoond. Hij voelt zich er ook niet erg thuis, ook niet tussen de evangelicals, die mega-kerken bevolken en enthousiast zijn over president Bush. Ze hebben zich te nauw met een te smalle politieke agenda verbonden, naar zijn zin. ,,Het idee van Amerika als christelijke natie is volgens mij een mythe. En niet Bijbels ook. Gods rijk is een koninkrijk van de binnenkant en van onderop, niet van bovenaf. Ik zie bij Jezus niet dat je via wetten een bepaald gedrag moet afdwingen.
Ik ben wel een fan van Abraham Kuyper, die zegt dat het evangelie invloed heeft op alle levensterreinen. In een land met veel christenen vind je - als het goed is - geen corruptie, worden minderheden niet onderdrukt en vrouwen niet uitgebuit. Maar de kerk moet niet op het terrein van de overheid komen. Ze moet zich bij haar taak houden: dienstbaar aanwezig zijn in de samenleving.''
,,'Oorlog tegen terreur', die frase van Bush, is ook zo fout wat christenen betreft. Christenen hebben lief. Laten we dankbaar zijn voor de moslims die zo dicht bij ons wonen dat we hun over Jezus kunnen vertellen. Natuurlijk is de realiteit weerbarstiger, dat weet ik ook wel. Maar soms lopen we het gevaar dat we in de mist van alle complicaties de eenvoud kwijtraken van waar het om gaat: geloof en vertrouwen, nederigheid, bewogenheid. Loop maar eens een shoarmatent binnen, ga de mensen daar vragen stellen, sluit vriendschappen. Dat kan je over heel wat complicaties heen helpen.''
,,De ethische agenda van Amerikaanse evangelicals is nogal smal. Ik vind abortus ook een kwaad. Maar de oorlog in Irak dan? Met alle slachtoffers die daar zijn gevallen? En de aantasting van het milieu? De uitbuiting van de armen in de wereld door onze luxe levensstijl? Het evangelie is veel oncomfortabeler dan wij vaak willen weten.''
Discipelvorming
,,Elk kerkmodel dat volgelingen van Jezus wint, bijeenbrengt en vermenigvuldigt, is een goed model'', schrijft hij in zijn boek. Zou Jezus zelf daar wel aan voldoen? Heel wat leerlingen keerden Hem de rug toe, omdat ze vonden dat Hij 'harde woorden' sprak. Klopt, zegt Floyd McClung. ,,Het gaat me ook niet om groei, in aantallen. Het gaat om de vorming van liefdevolle en gehoorzame leerlingen van Jezus. Modellen zijn volgens mij neutraal; het gaat erom wat erin zit. Doorslaggevend is - en dan maakt de grootte van een gemeente niet uit - hoe effectief een kerk is in discipelvorming in kleine kringen. Zit daarin veel groei, zie je het aan de manier waarop mensen in hun gezin leven en met de armen omgaan, dan doet een kerk het goed.''
We stoppen veel energie in het aantrekkelijk maken van onze diensten, schrijft hij, en we vergeten de wereld in te gaan. Zelf doet hij dat in Zuid-Afrika. Met een kleine groep, die groeit en als een olievlek steeds nieuwe groepjes vormt. Het werkt. Ook als je niet zo extravert, gedreven en charismatisch bent als Floyd McClung? Ja, iedereen kan het, volgens hem. ,,Zoek om je heen maar mensen die je kunt dienen, en kijk wat er gebeurt. Nodig alle buren in je wijk - zeg honderdvijftig, tweehonderd mensen - uit om te komen eten. En vertel erbij dat je dan, omdat je een volgeling van Jezus bent, iets uit het Nieuwe Testament gaat lezen. Dat wordt vast heel boeiend. Lang niet iedereen zal komen; misschien komen er mensen om ruzie te maken, maar vast ook een paar die geestelijk honger hebben. Houd van mensen, stel Jezus centraal en ga je eigen gang; dan kunnen mensen zelf kiezen of ze erbij willen horen.''
Slechte en goede ervaringen
'Ik ben opgegroeid in de kerk. Mijn vader was voorganger. (...) Als lid van de jeugdgroep werd ik aangespoord om 'je vrienden mee te nemen naar de kerk'. Ik heb dat één keer geprobeerd. Het was een ramp. Ik nam een van mijn beste vrienden, hij heette Gary Miskey, mee naar een 'opwekkingsbijeenkomst'. (...) Het was een fijne dienst, voor zo ver dat gaat bij een pinksterdienst. Er werd gedanst, geroepen, in de handen geklapt en vrolijk gezongen voor God. Maar Gary knapte erop af. Voor een lutheraan als Gary was het te veel. (...) Toen ik ging studeren, had ik het helemaal gehad met de kerk. Ik was moe van samenkomsten, vooral de megalange, geëxalteerde aanbiddingstijden en predikers die tegen mensen preekten en niet van hart tot hart tot hen spraken. (...)
Ik had een goede ervaring van kerk zijn in Afghanistan. (...) We huurden een groot huis in Kabul en stelden het open voor iedereen die in nood was of gewoon nieuwsgierig naar wat een groepje 'Jezusfreaks' in Afghanistan deed. (...) We deelden samen onze maaltijden, speelden voetbal en ontwikkelden een routine van bidden en Bijbelstudie voor we een project deden of mensen in de gevangenissen en ziekenhuizen bezochten. Als mensen bij ons kwamen wonen, vroegen we niet dat zij geloofden wat wij geloofden, maar wel dat ze meededen met onze routine van bidden, werken en samen eten. We staken veel energie in zorgzame, persoonlijke maaltijden. (...) Het was niet ongewoon dat er twintig of dertig gasten bij ons aten. Aan het eind van de maaltijd lazen we enkele verzen uit de woorden van Jezus en we praatten erover wat het betekende. Iedereen mocht een inbreng leveren. Daarna zaten we om de tafel, we dronken chai en praatten. Ons samenleven fascineerde mensen. Velen van hen gingen Jezus volgen enkel door te observeren hoe wij leefden in gemeenschap en zorg voor elkaar.
Op een dag kreeg ik door dat het kerk was, wat wij deden. (...) we deden wat ze in het boek Handelingen deden. Ik had gerebelleerd tegen het idee 'kerk', maar nu merkte ik dat ik zelf een gemeenschap leidde die feitelijk een 'simpele kerk' was, met ons huis als thuisbasis.'
(ned.dagblad 18-07-07 )






